Johannes een 'apart' evangelie

Lezing door Prof.dr.C.D.den Heyer op 13-10-2005

Terug naar de kerkenwerkpagina van de NPB
Terug naar de beginpagina

   

   
Het Johannesevangelie behoort net als de andere evangeliën tot de canon, de lijst van de gezaghebbende boeken, die zijn opgenomen in de bijbel. Marcus, Mattheüs en Lucas zijn afhankelijk van elkaar. Maar Johannes is een geval apart
Johannes heeft andere verhalen dan de drie synoptische evangeliën Wat Johannes heeft staat niet in de andere evangeliën en wat de andere evangeliën hebben staat niet in Johannes. Zoals Kana, het gesprek met Nicodemus, het gesprek met de Samaritaanse vrouw of de opwekking van Lazarus vind je alleen bij Johannes. Het gaat om een andere Jezus. Het lijkt een selectie: ”deze zijn geschreven,opdat gij gelooft, dat Jezus is de Christus,de Zoon van God en opdat gij, gelovende het leven hebt in zijn naam” (Joh 20:31). Daar gaat het om dat je het leven hebt, hier en nu.
Aspecten van het evangelie:
1 Jezus doet grote wonderen. Water wordt wijn. Dat is wel zo'n 600 tot 700 liter. Dat is heel wat voor zo'n dorp zoveel liter wijn. Wijn is het teken van de vreugde. Als de Messias komt zal er wijn zijn.
Een man wordt genezen die al 38 jaar ziek lag, en die niet veel kans maakte.
Opwekking van Lazarus, al vier dagen in het graf! Stinkt al! Men dacht dat op de derde dag een dode nog aan de kant van de levenden is; maar de vierde dag is hij over de grens. Dus dit is een extra wonder.
 

2 De proloog Het begin van het Joh-evang, de proloog, speelt zich af in de hemel: ‘In den beginne was het Woord (de Logos), tweede god, die contact legde tussen mens en oppergod  ‘ Het Woord is vlees geworden’, d.w.z. het typisch menselijke, het zwakke. Joh zegt: “God zelf is mens geworden”. De andere evangeliën zeggen: “Jezus wàs een mens!”.
O.T. sfeer: De koning, zoon van God, vertegenwoordigt het hele volk, d.w.z.: het hele volk is ‘Zoon van God’.
3 Joh’s beeld van Jezus: Hij weet alles, want Hij komt van Boven. En daalt af. In Jezus van Nazareth kwam het goddelijke en het menselijke samen. Dat leidde tot de twee naturen leer in 451 in Chalcedon.
Bij Mc en MT klinkt aan het einde: Mijn God, mijn God waarom hebt Gij mij verlaten? Bij Johannes is dit: Het is volbracht.
Bij Joh is Jezus niet slachtoffer, maar regisseur!. Geen Gethsémane bij Johannes, want Jezus wíst alles vooraf, Hij worstelde niet met de dood. Vanaf het kruis krijgen Maria en Johannes aanwijzingen van Jezus. Dat is onmenselijk.
Het kruis is de weg omhoog naar de vader.
Jezus komt niet terug.
Bij Joh is er geen sprake van een wederkomst!.
Waarom komt Jezus? Wat is de verlossing die hij biedt? Alle evangelisten zijn daarnaar op zoek. Dat hangt samen met het wereldbeeld van Johannes.

   

Dat wereldbeeld wordt bepaald door dualisme, tegenstellingen. Het licht schijnt in de duisternis.
Geen geboorteverhaal, geen Bethlehem enz., maar de komst van het Licht in de duisternis. Wij, vlees, zijn in de duisternis, sterfelijk, zijn deel van de wereld:  negatief. Ons lot is de eeuwige dood.Wij kunnen onszelf niet redden, moeten worden wakker geschud.  Deze gedachten staan heel dicht de gnostiek aan. De schepping is slecht maar in ons is een vonkje van God. God is Geest, wij zijn materie met een vonkje van God: wij maken deel uit van het goddelijke. Het probleem is dat we niet weten dat we een vonkje van God hebben. Er moet iets van de andere kant van God, komen. God zendt zijn Zoon en die logos laat God zien. Het licht in de duisternis, de waarheid in het gebied van de leugen. Jezus brengt het Licht op aarde (inhoud van het geloof). Wie gelooft, wordt gered. (Het kruis krijgt pas wezenlijk betekenis bij Paulus). Een gelovige hééft eeuwig leven. Joh: ‘Eeuwig leven héb je, als je gelooft!’ Je kunt nu al eeuwig leven hebben.Je gaat dood, maar je hebt ‘het eeuwige’ leren kennen. Bij Johannes word je niet door het kruis gered. Belijdenis van Nicea (325 tot 381 na Chr): Jezus is God, geboren uit de Vader. Wij, schepsels, zijn ‘gemaakt’
Joh wil het joodse geloof aan niet-joodse wereld overbrengen. In die tijd waren er veel goden. Maar het joodse geloof kende maar één God.
Een moedergodin komt voor in het proto Evangelie van Jacobus: Maria was na de geboorte van Jezus nog maagd, een tegemoetkoming aan de goddelijkheid van Maria.
Jezus(=God) komt op aarde om God te laten zien, opdat wij tot het goddelijke zouden gaan behoren. God werd mens opdat wij vergoddelijkt zouden worden. Wie Jezus aanvaardt gaat de weg weer omhoog.
Jezus komt niet terug, want alles is al gezegd. Wel wordt de Trooster beloofd. Trooster’ (protestante vertaling, wij zijn zwakke mensen en dan is het fijn om getroost te worden); rooms-kath. vertaling, wat optimistischer, vertaalt het woord door ‘Helper’. Hij is een pleiter, een advocaat. Letterlijke betekenis van het grondwoord: ‘iemand erbij roepen’.
We leven nu in het tijdperk van de Geest.
Aan Johannes hebben we ook de gedachte van de Triniteit te danken. Eén God in drie verschijningen. Er was eerst een tijd van God de Vader, dan een tijd van God de Zoon en nu leven we in het tijdperk van de Geest.
Er is nagedacht over hoe dat verhaal over Jezus ons nog kan inspireren. Dat kan omdat we de Geest hebben en het evangelie.
De bijbel is een boek van mensen. Ook de selectie is mannenwerk dat in de vierde eeuw tot stand kwam.. Het heeft lang geduurd voordat het Johannes-evangelie er bij kwam. Het is eerder gnostisch dan OTisch.Waarschijnlijk heeft Johannes dat gedaan om de niet-Joodse mens te overtuigen van Jezus.
   
   

Joh, die zijn evangelie aan het einde van de eerste eeuw schreef, is geen ooggetuige geweest. Bij geen van de vier evangeliën stond er oorspronkelijk de naam van de schrijver boven. Joh, die het O.T. goed kende en ook de griekse wereld, schreef zijn evangelie waarschijnlijk in Alexandrië, waar reeds voor onze jaartelling een grote joodse gemeenschap was.
De gnosis met zijn dualisme, licht – duisternis enz, zou heel goed uit Egypte kunnen komen.

Bij de Schepping is God op aarde, maar  Hij wordt steeds meer transcendent (= boven en buiten de wereld bestaande) en is in de hemel. Wij komen daar niet (joodse opvatting). Elementen van God (zoals Geest en Waarheid) komen bij wel de mens. God zelf komt alleen nog bij Abraham.
In Spreuken 8 is Wijsheid een vrouw (Dwaasheid trouwens ook). “Toen was ik een troetelkind bij Hem”. (Parallel beeld: Johannes, de geliefde apostel liggend aan de borst van Jezus.) Bij Joh is Jezus de personificatie van de Wijsheid.
Jezus was soms nog niet aan handelen toe: “Mijn tijd is nog niet gekomen” staat er in het ‘wijnverhaal’. Een aanwezige predikant(?): ‘Het werd Jezus later pas duidelijk, helder. Joh tekent Jezus niet als mens. Hij wíst alles al vooraf

Jezus, de ’eniggeboren Zoon heeft Hem (God) ons doen kennen’. Andere handschriften hebben ‘eniggeboren God’. Is dus ‘Zoon’ i.p.v. ‘God’ een latere correctie? Het was een vroeg-christelijke strijd.

God laadt de zonden van de mensheid op Jezus, ‘Jezus is Verlosser‘, is een tijdgebonden visie. Verlosser waarvan? Sterfelijkheid? Zonde?
In het joodse denken is God transcendent. Hij is in de hemel en wij zijn op aarde. De tempel is leeg, er is geen beeld.Je mag de naam van God niet uitspreken. Zo'n transcendente God moet toch kontact hebben met de mens. Bepaalde facetten van God verzelfstandigen zich. Zo kan Gods Geest over mensen komen. Ook het Woord Gods kan tot mensen komen.en de wijsheid (een vrouw) verzelfstandigt zich ook.
De IK-ben woorden (het Licht, de Waarheid, het Leven, de Weg enz) zijn de kracht van Joh. Je kunt niet leven zonder licht, water, brood enz. Hij is noodzakelijk voor ons bestaan. Geloven zonder ‘het kruis’ wil zeggen: Hij is wijsheidsleraar.
De instelling van het Heilig Avondmaal komt bij Joh niet aan de orde. Wel iets anders doen: elkaars voeten wassen.
 Na een opmerking van een aanwezige: ‘Christus aan het kruis’ wordt pas in de zesde eeuw afgebeeld. Een ouder beeld

van Jezus was de ‘herder, dragende het schaap’.
Een latere afbeelding (romeins) laat Jezus zien als Pantocrator (allesbeheerser).Paulus komt tot een ander inzicht: Het kruis is een vloek, maar ook een zegen.
Augustinus legt de nadruk op de erfzonde; verlossing is nodig, dan pas is verzoening mogelijk.
Den Heijer: “Geloof blijft niet hetzelfde”. “Niemand komt…..tenzij de Vader hem trekt”.
In Jezus Sirach kreeg de wijsheid van God handen en voeten in de Thora. In de wijsheid van Salomo wordt de wijsheid een soort godin. Dit om in die tijd een en ander van God uit te leggen. Johannes legt het verband uit tussen Jezus en de logos en tussen Jezus en de wijsheid. Niemand heeft God gezien.
De eniggeboren zoon, die aan de boezem van de Vader ligt heeft hem ons doen kennen. Zo is de wijsheid een troetelkind bij God.
De wijsheid is in de Thora. Maar in het Johannesevangelie  is Jezus de wijsheid. Daar wordt gebruikt gemaakt van allerlei religieuze invloeden.
Hoewel Johannes wel gnostische taal gebruikt, verzet hij zich tegen het schijndenken.(=Jezus is niet echt mens geworden, docetisme) Jezus is echt vlees geworden
 Het verhaal over de overspelige vrouw (‘Wie zonder zonde is, werpe de eerste steen’) zal waarschijnlijk een latere toevoeging zijn. Jezus veroordeelt niet, blijkt uit het gesprek: “Ga heen en zondig niet weer!”
   

   
 

Terug naar de kerkenwerkpagina van de NPB
Terug naar de beginpagina