Naar
beginpagina
Verder
Derde zondag in de Veertigdagentijd
Te mooi om waar te zijnKindernevendienst 23 maart 2003 in de Ark
Exodus : 6:1-8 en 27 - 7:7
Johannes 2: 13-23
Derde zondag in de 40-dagentijd
Tijd van inkeer en bezinning
tijd van te mooi om waar te zijn
Verhalen die spreken van:
Licht sterker dan duisternis
Vrijheid sterker dan slavernij
Vrije mensen, geen dictatuur
Te mooi om waar te zijn?
Davida bidt het Kyriëgebed:
Heer, wij zijn op weg door water en woestijn.
Morgen bij daglicht zal het Pasen zijn.
Maar de nacht is donker en wij zijn bang en moe.
een vertrapte aarde roept naar de hemel toe:
Kyrië eleison, Kyrië eleison.
De gemeente zingt: Alle pijn en elk verdriet, wij weten God dat U het ziet.Ds. P.B. van Reenen
Achter de predikant ziet u geen hongerdoek maar kinderen en jongeren uit de gemeente die model staan voor de gezichten die u op de muur ziet. Iedere week komen er zeven bij. De gewone dagen zijn met wit en paarsrood aangegeven.De zondagen zijn te herkennen aan de paars met witte kleuren. De leiding van de Kindernevendienst draagt hier zorg voor. De zelfbedachte vorm past goed bij het project.
De kinderen gaan naar de Kindernevendienst. Er is een onderbouwgroep en een bovenbouwgroep
Inleidend gesprek onderbouw kindernevendienst:
Sommige kinderen hebben geen vader of moeder om voor te zorgen, geen eigen huis, misschien geen eigen bed of geen eten. Dan komt er iemand en die zegt: Ik heb een grote verrassing voor je. Een huis en een eigen kamertje en lieve mensen om voor je te zorgen. Dat is haast te mooi om waar te zijn. En daar gaat het vandaag ook om. Het verhaal speelt zich af in Egypte. Met die grote bouwwerken, piramides, juist ja. Het volk Israël woonde daar en Mozes hoorde daar ook bij. De mensen hebben het niet fijn. Ze moeten heel hard werken. Wie niet hard werkt krijgt een klap. Wat zouden zij graag willen?
"Dat ze niet hard hoeven te werken"
Dan volgt het verhaal. "God doet wat Hij belooft"
uit Kind op Zondag
Mozes weet het niet meer. Met zijn hoofd in zijn handen zit hij voor zich uit te staren. Het is mislukt denkt hij. Ikheb gedaan wat God mij heeft gevraagd. Ik ben teruggegaan naar Egypte. Ik ben samen met mijn broer Aäron naar de farao gegaan. We hebben gezegd: "Farao, u moet uw slaven vrij laten. Ze hebben nu lang genoeg voor u gewerkt." Maar de farao heeft ons gewoon uitgelachen. "Wat denken jullie wel?", riep hij. "Mijn slaven vrij laten? Geen sprake van. Werken moeten ze. Ik zal ze leren!" En toen moesten ze nog veel harder werken dan eerst.
Mozes zucht. Wat moet ik toch doen? denkt hij. Waarom helpt God ons niet?
" Mozes wat zit je daar nou? Me moet aan het werk. Doe wat Ik je heb gevraagd." Mozes kijkt op. Hij weet dat het God is ,die tegen hem praat. "Ik ben jouw God, Mozes. En de God van het volk Israël. Ga naar hen toe. Zeg dat Ik hen zal helpen. Ik zal zorgen dat ze niet meer voor de farao hoeven te werken. Daar zullen ze vrij zijn." Mozes staat op. "Ik zal doen wat U zegt", zegt hij.
Als de mensen van Israël bij elkaar zijn, zegt Mozes: "Luister allemaal! Onze God heeft mij gestuurd. Hij zegt: Ik ben jullie God. Ik zie hoe moeilijk het hier voor jullie is. Ik zal jullie helpen en weghalen uit Egypte. Ik zal jullie een nieuw land geven om te wonen."
"Ja hoor Mozes, " roept iemand, " dus God zegt dat we nooit meer hoeven werken als slaaf? En dat we ons eigen land krijgen? Dat geloven we echt niet. Wat hij zegt is veel te mooi om waar te zijn. Ons hele leven werken we al voor de farao. Dat zal nooit veranderen. Ga maar weg met je mooie praatjes."
" Ja", roepen nu ook een paar anderen. "Ga jij maar weg Mozes. Mooie praatjes vullen geen gaatjes. Jij maakt het voor ons alleen maar slechter. Sinds jij bij de farao was, moeten we veel harder werken."
"Ja maar ...",begint Mozes. Hij wil nog meer zeggen, maar niemand hoort het. Iedereen schreeuwt door elkaar. Mozes schudt zijn hoofd. Met gebogen hoofd loopt hij weg. Maar God laat hem niet alleen. "Kop op, Mozes", zegt Hij. "Je moet niet opgeven maar doorgaan! Ga terugnaar de farao." "Ja maar God", zegt Mozes, "mijn eigen volk wil niet eens naar mij luisteren. Dan zal de farao zeker niet naar mij luisteren." "Dat zal hij wel , Mozes. Daar zal Ik voor zorgen", zegt God. "Maar ik vind het zo moeilijk om met de farao te praten. ik kan niet goed vertellen wat U allemaal heeft gezegd." "Je hoeft het ook niet alleen te doen", zegt God. Aäron moet met je meegaan. Hij weet wel wat hij moet zeggen. Aäron zal alles aan de farao vertellen. Het wordt niet gemakkelijk. De farao heeft een hart van steen. Hij zal naar jou en naar Aäron luisteren. Maar hij zal het volk niet laten gaan. Toch moeten jullie met hem gaan praten. Net zolang tot hij luistert en doet wat goed is. Dan zal Mijn volk vrij zijn."
Mozes gaat naar zijn broer Aäron. Hij vertelt hem alles wat God heeft gezegd. "Ik ga met je mee Mozes, " zegt Aäron. "God doet wat Hij belooft. Op een dag zijn we vrij. Dan gaan we naar het nieuwe land. Het lijkt te mooi om waar te zijn, maar het gaat gebeuren, vast en zeker!" "Kom mee", zegt Mozes, "wij gaan naar de farao. En niets of niemand houdt ons tegen.!"
Na afloop wordt gevraagd of de kinderen ook dromen hebben. Eén van hen wil graag met een dolfijn zwemmen. Een ander wil dat er een eind komt aan de oorlog in Irak. De jongste wil graag een vis zijn. Dan kan je lekker zwemmen in het water. Maar ja hoe teken je dat?
En dan wordt er iets verteld over wat ze gaan maken. Op het witte papier mogen ze tekenen wat ze erg graag zouden willen, waarvan ze dromen. De droomwolk zelf wordt van een gekleurd vouwblaadje gemaakt.
Als ze klaar zijn maken ze nog even het spaardoosje van Kerk in actie
Zij draagt de paaskaars van de onderbouwgroep Maar het olifantje voor de collecte is ook erg leuk om te dragen.
.
![]()