Commissie Kerk en Israël

Abraham-verhalen
door drs. D. van Uden

op 17 februari 2003 in de Ark

Drs. D.van Uden, studeerde theologie in Amsterdam. Zij specialiseerde zich o.l.v. Jehuda Ashkenazy in Judaica en was gedurende enige tijd zijn assistent.  Momenteel is zij werkzaam in het leerhuiswerk van LEV (d.w.z. Leren En Vernieuwen: deze maakt studiemateriaal voor leerhuis en theologie) en de B. Folkertsma Stichting voor Talmudica.
Hier kijkt ze voor de avond begint nog even wat na. Tijdens de lezing verkende zij samen met de aanwezigen de Abrahamverhalen in het Oude Testament.

Hier is drs. D.van Uden in gesprek met mw. Hoogendoorn, van de commissie Kerk en Israël

Mevrouw Hoogendoorn leest een midrasj over Abraham, zijn vader Terach en afgodsbeelden,
wat een goede inleiding bleek op de persoon van Abraham

De aanwezigen werden steeds betrokken in het nadenken over de grote lijn van de Abrahamverhalen
in Genesis 12-24: In die verhalen keren de thema's land, zoon (nageslacht) en de opdracht (zegenen) steeds terug.

  

De Abraham verhalen vinden we in het Oude Testament in het boek Genesis. En wel Genesis 12-24. Deze avond gaat het om de grote lijn van het Abraham op het spoor te komen. In de gelezen midrasj over Abraham en de afgodsbeelden in de winkel van zijn vader Terach blijkt al dat Abraham voordat hij geroepen werd afgodsbeelden al onzin vindt. Hoe kun je een afgod die gisteren is gemaakt, vandaag aanbidden vraagt Abraham aan zijn vader. Abraham keert zich van de afgoden af en blijkt dan open te staan voor de roeping door God.
In de Abrahamverhalen keren bepaalde thema's steeds weer terug. Deze thema's vinden we in het begin van Genesis 12 namelijk in vers 1-3.
1 Uit het land gaan en naar een ander land gaan, thema:
   LAND
2 Hij zal een zoon krijgen en tot een groot volk worden,
   thema: ZOON
3 Ik zal U zegenen en gij zult tot een zegen zijn. (Statenvertaling ' Wees een zegen' . Thema: OPDRACHT
Abraham moet in het klein laten zien hoe het in het groot
moet zijn. Hij wordt uit de wereld gehaald om een zegen te zijn voor die wereld, dat is uitverkiezing.
Samen met de aanwezigen worden de hoofdstukken van Genesis 12-24  geordend naar de drie thema's .
Genesis 12: Land
Genesis 13: Land
Genesis 14: Land
Genesis 15: Zoon
Genesis 16: Zoon
Genesis 17: Zoon. Hier vraagt Abraham of het Ismaël de zoon van de belofte mag zijn. Abraham krijgt opdracht tot de besnijdenis. Pas als hij het teken van het verbond draagt kan hij een kind verwekken.
Genesis 18: Eerste deel gaat over de Zoon. Het tweede deel gaat over de Opdracht. Abraham kan de weg des Heren bewaren door gerechtigheid en recht te doen. Hij krijgt ook die kans van God (Deze vertelt hem dat HIj van plan is Sodom te verdelgen). Abraham pleit ervoor de stad Sodom te bewaren terwille van de rechtvaardigen die er in die stad zijn.
Genesis 19 gaat daar nog verder op door.

De verdere hoofdstukken 20-24 gaan over de Zoon en de Opdracht.
In Genesis 20 is Sara in gevaar (Wie zal dan de vader zijn van het kind dat straks geboren wordt?)
In Genesis 21 word Izak geboren en Ismaël lacht hem uit. Sara ziet gebeuren dat de lijn van de belofte en de opdracht niet via Ismaël kan lopen. De opdracht tot recht en gerechtigheid zo blijkt, kan niet gaan via de "oudste" zoon. Die heeft daar niet de juiste instelling voor. Daarom wordt Ismaël met zijn moeder weggestuurd. Zodat het kind van de belofte, Izak zich in de richting van de opdracht tot recht en gerechtigheid, kan ontwikkelen.
In Genesis 23 koopt Abraham een stukje land om Sara te kunnen begraven.
In Genesis 24 wordt er een vrouw gezocht voor Izak en vindt het huwelijk met Rebekka plaats.
Een hoogtepunt vinden we in het offer van of de binding
van Izak, de zoon van de belofte. Genesis 22:
Izak moet aan God teruggeven worden. Abraham moet zijn zoon loslaten terwille van de opdracht. Een midrasj spreekt niet van offeren, maar doe hem omhoog gaan op de berg. Breng hem naar Mij. En verder: Breng hem weer naar beneden.
God wil een levende Izak i.v.m. de opdracht. Voor Abraham voelt het aan als een radicaal einde. De traditie schildert de samenwerking tussen vader en zoon. Izak was toen waarschijnlijk 36 jaar oud. Zie b.v. vers 6: Zo gingen die beiden tesamen. Nadat het Izak duidelijk is geworden wat ze gaan doen, gaan vader en zoon verder in een sterke verbondenheid (één van hart): Zo gingen die beiden tesamen. (Statenvertaling: Zij gingen zij tweeën als één).
Er valt dus wel het één en ander te verklaren, toch blijft het een moeilijk verhaal.
Tenslotte: met een hartelijk applaus werd mw.van Uden bedankt!

Genesis 15:5 Zie toch op naar de hemel en tel de sterren; zo zal uw nageslacht zijn.
Schilderij van theoloog en kunstenaar Sieger Köder

Naar de beginpagina 
Naar opgravingen rond het Tempelplein