|
|
|
|
Feestelijk afscheid ds. H.E. Zorgdrager |
|
|
op zondag 26 juni 2005 |
|
|
Naar de volgende pagina
Naar de beginpagina |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Cantorij zit klaar voor de viering |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Een blik op de gemeente |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De Cantor geeft wat aanwijzingen |
|
|
|
|
|
Echtgenoot Henri en zoon Luc zijn er ook |
|
|
|
|
|
De dominee is er, en de dienst kan beginnen, rechts wethouder Jan Koudijs |
|
|
|
|
|
|
|
|
De dominee heeft een gesprek met de kinderen van de
kindernevendienst, |
|
|
|
|
|
Ze heeft een juk op de schouders: Bij wijze van grapje
zegt ze: |
|
|
|
|
| Vandaag neem ik afscheid. En ik vind dat moeilijk, want ik heb het zo leuk gevonden met jullie. Ik ben hier negen jaar geweest. Wie van jullie is negen jaar? Jouw leven lang heb ik hier gewerkt. Wie is er jonger dan negen jaar? Weet je wat wel eens zou kunnen zijn? Dat ik jullie als babytje gedoopt heb. Samen komen ze op een hele lijst. | Ik heb een heleboel meegemaakt met jullie en alle mensen die hier zitten. Maar ik zal eerst maar eens vragen: Waar lijk ik zo op? Op een slaaf, zegt er één.(Das een mooie) Op een arme stakker, op een boer. Ik heb heel wat afgesjouwd door de gemeente en daarom dacht ik. |
|
|
|
|
Ik zal vandaag maar zo verschijnen met deze emmers en deze klompen, kan door de klei heen. En met emmers waarin ik van alles verzameld heb in de jaren dat ik hier gewerkt heb. |
En ik wil jullie vragen één voor één iets uit deze emmers te halen om te zien wat ik hier aan schatten verzameld heb. Wie wil er beginnen om er een dingetje uit te halen? |
|
|
|
|
Het eerste wat de kinderen uit de emmers halen is een
kaars. Soms is het donker in je |
dat er in de kerk altijd dat licht brandt. En dat je daar je kaarsje aan mag
steken. Zou je dat willen doen, deze kaars aansteken? Als dat is gebeurd: En ze de kaars in handen krijgt zegt ze: Misschien wel de grootste schat. |
|
|
|
|
Nou pak er nog maar eens wat uit.. Wat kun je daarmee
doen? |
En weet je wat je dan moet doen? Laat maar horen! Hard. Nog harder! Alle mensen weer wakker maken. |
|
|
|
| Het volgende is
domino. Wie van jullie noemde mij toen ze nog klein was: de domino? Hanna, dat vind ik zo lief. En nu mag jij de domino spelen. Alsjeblieft. |
|
|
|
|
| Zoek maar iets uit. Houd maar omhoog. Een hamer, en wat kan je daarmee doen? Spijkeren en in de muren. Weet je dat we dat hier gedaan hebben in de kerk. Vijf jaar geleden? Toen hebben we de kerk mooier gemaakt dan dat ie al is. Toen zijn we een grote verbouwing begonnen. Want de kerk i | s het huis van ons allemaal en van God. En we hebben met heel veel mensen de kerk gemaakt als dat ie nu is. Dat we er 's zondags kunnen zijn. En door de week ook. Allemaal leuke dingen kunnen doen. Daarvoor die hamer. Hard werken. Een wat zit er nog meer in. |
|
|
|
| Een liedboek, want Sara zingt zo graag. Het is de Johanneskerkbundel. We hebben er lang op gewacht. En we hebben weleens tegen elkaar gezegd: De wederkomst zal er eerder zijn dan de Johanneskerkbundel. Maar hij is gekomen. | Met allemaal nieuwe liederen. (zoals vandaag doen we het niet altijd) De liturgische vernieuwing is de weerslag van de Johanneskerkbundel .En we zingen er met zoveel plezier uit. Daar ben ik eigenlijk wel een beetje trots op. |
|
|
|
|
Nou nog meer? Pak er maar iets uit En dat is een verrekijker. Want in de kerk heb je altijd een verrekijker nodig. Want je moet verder kijken dan je neus lang is. En je moet kijken wat |
er in de wereld gebeurt. En heel veel mensen hebben mij zo'n verrekijker gegeven zodat je telkens een stukje verder ziet. En zo'n verrekijker moeten jullie ook maar meenemen. |
|
|
|
|
Wat zit er nog meer in? Had jij al wat gepakt? |
|
|
|
|
| Dat wil ik wel even omhoog houden. Zodat alle mensen het zien. Heel romantisch. Wat zie je erop? Twee mannen. En het hoort eigenlijk op een bruidstaart. Ik heb hier in de kerk een huwelijk van twee vrienden ingezegend, | die al meer dan veertig jaar samen zijn. Het was een groot feest. En het was de eerste keer dat dat hier gebeurde in de kerk. En ook dat vond ik een hoogtepunt. En daarom dit romantische plaatje. |
|
|
|
| Wil jij nog wat pakken? Ja. En wat is dat? Een doosje. En gewoon doosje? Maak maar eens open. Het is een schatkistje. En in dat schatkistje zitten allemaal gekleurde steentjes. Mag ik het even omhoog houden? Voor mij | symboliseert dit schatkistje alles wat ik aan verhalen van u heb meegekregen en wat ik meeneem in het schatkistje van mijn hart. En wat ik van jullie aan leuke dingen meeneem. Ik doe het allemaal in mijn schatkistje. |
|
|
|
| Wat verder nog? Pak er maar eentje. Een bolletje rode wol. Als je dat uitrolt en je pakt er allemaal een stukje van vast dan ben je allemaal verbonden met... | Rood is de kleur van de ...liefde. Dan ben je allemaal een beetje verliefd op elkaar. Rol het maar verder. We zijn er bijna. |
|
|
|
| Lekker, zegt een kind. Ds. Zorgdrager gaat er op in. Dat is lekker hè?. Die snoepjes neem je zo meteen mee. Het zijn van die smilies lachebekjes. Omdat jullie altijd, dat merk je nu ook, de mensen aan het lachen krijgen. | En omdat ik altijd plezier had als ik jullie zag en hoorde lachen en kwebbelen en gesprekjes met jullie had. Voor jullie een zak met smilies, alsjeblieft, om eerlijk te delen. |
|
|
|
| En dan het laatste. Dat is een schaap. Dat zijn we natuurlijk allemaal. Maar hierbij denk ik ook aan de levende kerststal. Die was de laatste jaren buiten. Maar de eerste keer dat we die hadden was die hier binnen, en toen hadden we echte schapen in de kerk. En toen ik hier binnen kwam met kerstmis, rook het naar de boerderij. En die schapen waren gebracht in een oude Peugeot op de achterbank. En zo gingen ze ook weer terug. Die dingen hebben we allemaal meegemaakt. En nog veel meer En | dat neem ik mee in emmers. En van twee emmers is er ook een liedje. En dat gaan we nu zingen. Want die meisjes sjouwen maar wat af met die emmers. Maar weet je wat er in dat liedje op het eind is? Dan is er een koning. Die koning rijdt door van alles heen, door de zooi, door de plas en door de poort. Die koning rijdt ook door de kerk. En als die koning er niet was, dan zou dat meisje het niet volhouden. Kennen jullie dat liedje. Ja! Oké dat gaan we zingen. |
|
|
|
|
Dan krijgen ze het licht mee en gaan naar de kindernevendienst |
|
|
|
|
|
Overdenking |
|
| Schriftlezingen: Prediker 3: 1-8 Johannes 4: 1-14 |
|
| Gemeente van Jezus Christus. | |
| Een tijdje geleden reed ik over de
brug bij Rhenen. En ik zag onder mij al dat water van de rivier. En in
gedachte was ik al bezig met mijn afscheid van vandaag. En toen kreeg ik
opeens dat beeld voor mijn netvlies, dat beeld van die emmers die dat water
naar boven halen. Het was een beeld van ontspanning, dat heerlijke water, ik
lig er erg graag in. Het was ook een beeld van inspanning, want het is toch
een toer om zo'n emmer naar boven te halen. In mijn associatie kwamen gave
en opgave bij elkaar. Het water is er in overvloed. Maar er moet wel
iets gedaan worden om de bronnen te ontsluiten voor elkaar. Zo kwam ik langs
de weg van een inval, of misschien mag je het een ingeving noemen, bij de
keuze voor dit evangelieverhaal van de ontmoeting van Jezus en de
Samaritaanse bij de bron. Je krijgt nooit helemaal de vinger achter
associaties, maar hier zat toch iets bevreemdends in. Want dat water
waarover Jezus het heeft, dat gaat toch vanzelf in je borrelen en stromen?
Daar hoef je toch niks voor te doen? Maakte ik hier mijn eigen versie van
het verhaal? Zo'n echt Gereformeerde versie? Wie niet werkt zal ook geen levend water ontvangen? Moest ik die emmer uit m'n hoofd zetten? Of zou ik maar gewoon die intuïtie het werk laten doen en kijken waar dit verhaal ons dan brengt? U begrijpt, dat laatste ga ik doen. Want ik ben altijd nieuwsgierig naar de onverwachte toegang in bijbelverhalen. En ik ben een beetje eigenwijs bovendien. En ik heb maar een voorbeeld genomen aan die Samaritaanse |
vrouw, die ook heel dicht bij
zichzelf en bij haar intuïties blijft, die vrijmoedig uitspreekt, en
daardoor juist steeds meer opening vindt naar het geheim van Jezus. 't
Gesprek wordt er alleen maar beter van. Een vermoeide man komt bij een bron. Het is heet, midden op de dag. Hij heeft dorst. Er is wel water maar Hij heeft niets om het op te scheppen. Een vrouw uit het dorp komt waterputten. Alleen. Ze hoort z'n vraag om hem iets te drinken te geven. In deze setting kan die vraag heel dubbelzinnig zijn. een man alleen, een vrouw alleen. Daar op dat eenzame middaguur. De bron als een plaats van ontmoeting tussen geliefden. Geheime randez-vous. Wat wil die man van haar. Ze neemt onmiddellijk afstand. Slaat piketpaaltjes in het zand. Ze benoemt de verschillen. Hij een Jood, zij een Samaritaanse. Hij een man, zij een vrouw. Ze benadrukt de kloof die er tussen hen is. Sociaal, cultureel, godsdienstig. Denkt Hij daar zomaar overheen te kunnen stappen? Zij in elk geval niet. De vraag verbaast haar en ik denk dat de vraag haar ook boos maakt. De trots van iemand die te vaak minachting heeft moeten verduren. Haar stekelige reactie jaagt hem niet weg. 't Wordt de opmaat voor een echt gesprek. Een gesprek over wat hen scheidt en wat hen verbindt. Over dorst en verlangen. En over wat onze levensdorst lessen kan. Het lijkt zo'n gesprek te zijn van onbegrip en misverstand, van langs elkaar heen praten. Alsof de deelnemers zich op een verschillend niveau bevinden. |
|
|
|
| Jezus die maar praat in beelden over dat levend water en de vrouw die maar gericht is op dat gewone tastbare water daar in de put. Is zij traag van begrip? Kan ze de hoge geestelijke vlucht niet meemaken? Heeft ze niet door dat Jezus een andere dan een concrete waterbron bedoelt? Heer als u dat water hebt waarvan u zegt dat ik nooit meer dorst krijg, geef het mij dan. Vat ze het nu of nog maar half? Als reden geeft ze niet: omdat ik dan het eeuwig leven krijg. Maar heel concreet, omdat ik dan geen dorst meer hoef te hebben. Niet iedere dag meer naar deze put hoef te sjouwen om water te halen. Uitleggers doen wat meewarig over deze vrouw, die blijkbaar zo vast zit in het alledaagse, in het aardse, dat ze alleen maar met veel moeite en geduld, opgetrokken kan worden naar het spirituele niveau waarop Jezus zich bevindt. Die uitleggers vinden dat ze al veel eerder haar kruik of haar emmer had moeten wegzetten. En elke gedachte eraan had moeten laten varen. Maar als ik deze vrouw hoor praten, zie ik juist hoe ze deze kruik vasthoudt. Hoe ze koppig in contact blijft met het gewone leven. En op de vele afbeeldingen die van dit verhaal gemaakt zijn, zie je dat ook. De vrouw houdt haar kruik of haar emmer vast, terwijl ze spreekt. Is soms aan het putten zelfs, terwijl ze spreekt. Weet u wat ik de vrouw eigenlijk tussen de regels door tegen Jezus hoor zeggen? Heer, maak het concreet. | Wat heeft dat levende water met het
gewone water van mijn leven te maken? Maak mij duidelijk, hoe ik in mijn
gewone leven, in mijn geworstel en inspanningen en opgaven van elke dag, hoe
ik daar iets heb aan die bron van eeuwig leven waar U het over hebt. U kunt
wel mooi praten over eeuwig leven, maar wat betekent dat voor mij? Denkt U
zich mijn situaties eens in. Vrome woorden zijn er genoeg. Maak het
concreet. Het is precies dit zinnetje dat bij mij als een specht op een boomstam, telkens meehamerde, in de afgelopen negen jaar. Het was de vraag die onuitgesproken maar voelbaar was in iedere pastorale ontmoeting. In de voorbereiding van iedere preek. In de gesprekken op kringen, catechese aan jongeren vooral: maak het concreet. Maak helder hoe dit raakt aan ons dagelijks leven. De vraag hoe je met die God in te laten. En delf met elkaar nieuwe taal en beelden op. Blijf maar vragen hoe die God die het leven zoekt en wil er bij is temidden van wat wij mensen meemaken. Maak het concreet. Ik hoor het de vrouw zeggen, en ik hoor het de jongeren zeggen. En ik hoor het mensen zeggen die in een crisis geraakt zijn. Die smachten naar de bron van leven, maar er niet meer bij kunnen komen. Wie schenkt voor mij het levend water? Hoe kan ik weer toegang vinden tot het bronnengebied? Tot de grond van mijn bestaan? En ik hoor het ieder hier op een eigen wijze vragen: Hoe kunnen we geloven, en hoe kunnen we geloof overdragen aan onze kinderen? In een tijd, in een cultuur, waar God het zo aflegt tegen de trends. |
|
|
|
| En waar het ik op een hoger plan staat dan het samen. En waar het helemaal niet modieus is om te zeggen dat je je leven niet in eigen hand hebt. Maar dat je leven gedragen wordt door een ander. Maak het concreet. Ik ben met jullie de zoektocht aangegaan. Soms heb ik maar wat vooruit gepionierd. Later leerde ik ook meer af te wachten. Het meest kostbare laat zich niet dwingen. Ik wou het weleens wat te veel in eigen hand. We hebben met elkaar emmertjes uitgeworpen naar alle kanten. We hebben het gezocht bij de bronnen van bijbel en liturgie.We hebben het gezocht in open gesprek met elkaar. In ontmoetingen over de grens. In contact met Senftenberg. Met bewoners van het AZC. Met de mensen van de moskee. We hebben het gezocht in concrete daden, in handen uit de mouwen waar nodig. Een mondige leergierige gemeente, deze Johanneskerkgemeente. Met een geloof dat tot daden wil komen. Daar heb ik me bij thuisgevoeld. Konden we het concreet maken, konden we het zo actueel maken dat mensen er van ophoren en zeggen: Ja dit gaat over mij, dit heeft te maken met mijn leven. Dit geeft richting aan ons bestaan. Konden we dat, lukte dat? Soms wel, soms niet. Gemakkelijk is het niet. Daarom ook die inspanning. Lef is er voor nodig. Maar troost u. Levend water is toch gemakkelijker te vinden dan een poema op de Veluwe. | En het is echt ruimer voor handen
dan goodwill en solidariteit op een Europese top. Ineens vallen ze je toe,
die kostbare momenten. We noemden het op onze gesprekskring, heilige
momenten. Levend water dat gaat stromen. Er gebeurt iets tussen mensen. Het
gaat stromen, soms met een lach en soms met een traan. Mensen die er voor
elkaar zijn. Een beker fris water dat je wordt aangereikt op het juiste
moment. Jezus ontmoet ons daar waar onze nood het grootst is, bij die put.
De Samaritaanse vrouw daagt Jezus uit tot concrete invulling van het levende
water. Tot omzetten in de praktijk van alle dag. Zij daagt Jezus uit tot
veraardsing (met een d natuurlijk). En Hij daagt haar uit tot het zien van
haar leven in het licht van Gods belofte. En dan gaat het elkaar raken, doordringt het elkaar. Het geloof en het gewone leven. God en ons bestaan. Dan krijgt het gesprek steeds meer diepte. En dan gaat het over de nood en de last die ze voelt. En over haar verlangen, haar zoeken naar liefde. Naar een relatie die vervult. Het verlangen dat alle mensen met elkaar verbindt. Het wordt een gesprek over de grenzen heen van cultuur en religie en sekse. Want er is geen scheiding die ons kan afhouden van het levende water van Gods liefde en ontferming. In deze ontmoeting krijgt het levende water een aardse kleur. In hoe wij hier samen zijn |
|
|
|
| geweest, hebben geloofd, hebben
gewerkt, hebben gepraat, hebben gezwegen, hebben gelachen, hebben gehuild,
hebben gehoopt, hebben verlangd. Daarin kreeg het levende water een aardse
kleur. Daar waar mensen echt naar elkaar luisteren, hun behoeften delen en
bereid zijn hun eigen denkbeelden bij te stellen, door eens even de bril van
die ander op te zetten. Weet u ook dat er door deze ontmoeting ook bij Jezus iets fundamenteel verandert? Het was maar een toevallige doorsteek door Samaria. Hij moest er doorheen. Had het liever niet gewild. Deze ontmoeting draait het allemaal om. De vrouw opent hem de ogen voor hoe ruim zijn missie is. En wie Hij zelf eigenlijk is. En hoe ruim dat levende water stromen kan. En dan besluit Hij nog maar enkele dagen bij haar en haar volk te blijven. De vrouw laat haar waterkruik achter. Uiteindelijk. Ze zet hem neer. Heeft ze 'em niet meer nodig? Gaat ze nu de geestelijke weg? Vergeet ze hem in alle opwinding? Ik zou zeggen: Het is een voordelige ruil. Zij geeft Jezus van dat concrete water waar Hij behoefte aan had. Hij kan nu zelf gaan putten. En zij gaat weg. Ze is zelf een levende waterkruik geworden. Ze heeft levenszin gevonden. Ze kan met hart en hoofd en handen, gaan uitschenken aan anderen. Want weet u van die gewone kruiken, die zijn er wel genoeg. Maar die ene levenskruik die jij kan zijn, daarvan is er echt maar één. Een geschenk van jewelste. Placida Christoffa, een Indiase zuster zegt het zo: er is in elk van ons een verborgen bron aanwezig, omdat elk van ons de weerspiegeling is van God. En van de goedheid van God. Het leven van God in ons, geeft ons de innerlijke kracht, om het met de anderen te delen. |
Opdat ook zij leven zouden bezitten. En wel in
overvloed. Het gaat stromen, bij ontmoetingen op de grens. Elke predikant
heeft een stokpaardje. Dit is het mijne: ontmoetingen aangaan op de grens.
Laat je maar inspireren en uitdagen en prikkelen door wat er van de andere
kant komt. In mijn nieuwe werk wordt dat nog heftiger. En spannender en
vervremender, misschien ook wel. We zullen zien. Weet u trouwens dat
Oekraïne grensland betekent? Lieve mensen we hebben veel meegemaakt in negen jaar. Al die dingen waar Prediker het over heeft. Die horen bij een mensenleven. En die ook gebeuren in een gemeenschap. Voor al die dingen is er een tijd, een gelegenheid. Goede tijden, slechte tijden, in soaptaal. In bijbelse taal: na zeven hele vette jaren kwam er een heel mager jaar. Het was als een computercrash. 't Is me afgelopen week overkomen. Het begint met een lichte storing. En je denkt met je eigenwijze kop. 't Valt wel mee. En dan ineens ligt het hele systeem plat. Maar ik heb ook gemerkt, toen ik weer in mocht voegen en mocht verdergaan, dat de harde schijf van deze gemeente wel wat hebben kan. En dat heeft te maken met die bron van levend water, die blijft stromen. En die niet uit onze eigen krachten voortkomt. En die gelukkig ook niet door onze missers gedicht en verstopt kan worden. Er is een tijd van verwelkomen en er is een tijd van afscheid nemen. Er is een tijd van komen en er is een tijd van gaan. De schatten die ik hier zijn aangereikt gekregen heb, die gaan mee als ik me begeef straks in de ontmoetingen op de grenzen van oost en west. In het besef dat het één bron is, waaruit al dat levende water opwelt. We blijven verbonden in Christus' naam. Amen. |
|
|
|
|
Na de overdenking werd het voor ieder goed zingbare lied gezongen: |
|
|
3 Geliefden sluit u dan aaneen, vanwaar en wie ge ook zijt, als kind'ren om uw Vader heen en Christus toegewijd. 4 Laat zuid en noord nu zijn verblijd, Hem prijzen west en oost. Aan Christus hoort de wereld wijd, in Hem is zij vertroost. |
|
|
|
|
Overvliegen van de twaalfjarigen |
|
|
Afscheid van Sven, Marit, Sjoerd,
Riek, Naomi, Elzemieke en Stefan van de kindernevendienst. |
|
|
Allemaal wielen |
|
|
|
|
|
Als baby kwam je op vier wielen naar de kerk. |
|
|
|
|
|
|
|
|
Je werd groter en al gauw had je maar drie wielen nodig om zelf op weg te gaan |
|
|
|
|
|
Je groeide op en het duurde niet lang of je kon al vooruit
op twee wielen |
|
|
|
|
|
Behalve op de fiets ging je ook op andere wielen op weg: op de step om te leren manouvreren. |
|
|
|
|
|
Met de skelter om over de stoep te scheuren |
|
|
|
|
|
Op een skateboard om te leren in evenwicht te blijven. |
|
|
|
|
|
|
|
|
De jongeren zingen hier: Wij gaan op reis langs de weg van
verlangen, |
|
|
|
|
|
Naar de volgende pagina
Naar de beginpagina |
|