Kinderpagina

Start

 
 

W e l k o m   o p   d e   K i n d e r p a g i n a
 

Leuk dat je hier komt kijken

Hieronder vind je een verhaal

 

De soeka van opa

 

 

Zoals gewoonlijk sloeg mijn opa op de avond van Jom Kippoer de eerste spijker voor de soeka (loofhut). Op de ochtend voor Soekot reed een grote boerenkar ons erf op vol groen riet en hielpen de boer en zijn zoon mijn opa de muren van de soeka klaar te maken. Ook wij, kinderen, hielpen mee: wij knipten en plakten slingers en lantaarns om in de soeka te hangen. Toen het werk klaar was, schitterde de soeka in alle kleuren van de regenboog en hingen er glimmende appels en kleurige noten aan het plafond.

Dat jaar logeerde in het huis van opa mijn neef David, die uit de stad kwam. Ik hield niet zo van David, want het was maar een verwend joch. 's Middags kwamen mijn vrienden op het erf en keken vol bewondering naar het werk van opa. "Hebben jullie ooit zo'n mooie soeka gezien?" vroeg David trots. Mijn vrienden gaven toe dat ze nog nooit zo'n mooie soeka gezien hadden. Eén jongen die al de hele tijd apart had gestaan, bleef op een afstandje staan kijken zonder dat hij dichterbij durfde komen. Ik kende hem: het was Jitschak, de zoon van Awigdor, de waterputter.

Jitschak deed niet mee met onze spelletjes. Nu ik hem zag aarzelen, zei ik: "Jitschak, wil je de soeka van binnen zien?" Hij deed een stapje dichterbij, maar meteen stormde mijn neef David op hem toe en zei hem dat hij moest opdonderen: "Onze soeka is niet voor jou!" "Schaam je, David", riep ik en sprong op hem af. Maar David was sterker dan ik en hij gooide me op de grond. Toen ik opstond was Jitschak verdwenen.

De avond viel en het werd feest. Wij zaten met z'n allen in de soeka. Opa vertelde woestijnverhalen en zong soekotliederen die wij zachtjes ee neurieden. "Wat een wind", zei mijn kleine broertje opeens, "hoor eens hoe hij met het dak speelt!" "Dat is niet de wind", zei opa, "maar de kat die tussen de rietstengels loopt. Jaag hem weg!" Nog voordat ik mijn hand naar buiten had gestoken, kwam al het riet op onze hoofden neer en door het dak kwam een jongen vallen die door opa werd opgevangen. Toen we van de schrik waren bijgekomen, zagen we tot onze verrassing dat het Jitschak was.

Zijn gezicht was krijtwit en hij barstte in tranen uit. "Ik wou alleen maar de soeka zien", snikte hij, "en luisteren naar de verhalen en liederen... maar de wind was zo koud en maakte mijn handen helemaal stijf." "Waarom ben je niet thuis? Waar zijn je ouders?" vroegen we hem. Maar Jitschak zweeg en bleef naar de grond kijken. Oma vroeg Jitschak te gaan zitten en gaf hem een kop soep. Langzaam kreeg Jitschak weer een beetje kleur op zijn gezicht. En toen we uitgegeten waren, deed opa Jitschak een warme doek om zijn schouders, nam een lantaarn en bracht hem naar huis.

We wilden niet gaan slapen die avond en zaten in de soeka te wachten op de terugkomst van opa. Toen hij terugkwam, bestormden we hem met allerlei vragen. Maar opa keek steeds somberder en bleef zwijgen. Totdat hij zei: "Ze hebben geen soeka nodig, want ze hebben geen feestmaal. Twee weken geleden is de vader van Jitschak ernstig ziek geworden." We werden er met z'n allen stil van. Ook David. Hij deed op de eerste dag van het feest niet mee met onze spelletjes. Hij liep maar wat heen en weer voor het huis en op zijn gezicht stonden spijt en berouw te lezen. 's Avonds ging hij de kamer van opa binnen en bleef daar wel een uur. We vroegen ons af wat dat te betekenen had en wachtten af.

De volgende dag gingen opa en David al heel vroeg weg; niemand van ons wist waar ze heen gingen. Toen mijn vriendjes weer op het erf kwamen spelen, zei ik: "Weten jullie dat Jitschak geen soeka heeft?" En ik vertelde wat er was gebeurd. Toen zei een van mijn vriendjes: "Ik nodig Jitschak uit om het feest in onze soeka door te brengen." Maar dat wilden de anderen ook allemaal wel. Tenslotte besloten we: wiens soeka het mooist was, die zou Jitschak mogen uitnodigen. We gingen de stad in en bekeken van iedereen de soeka. Op zeker moment kwamen we bij de rand van de stad en bleven daar stomverbaasd staan: tegen de wand van het hutje van Awigdor, de waterputter, stond een soeka, zoals we nog nooit hadden gezien, zo mooi.

We keken elkaar vragend aan. "Hoe kan dat", vroeg ik mezelf af, "hoe kan hier zo'n mooie soeka staan?" We liepen er met z'n allen op af en verdrongen ons bij de deur. Het was weliswaar maar een kleine soeka, maar zó mooi... Grote en kleine sterren en bonte vogeltjes van papier bedekten de wanden, gekleurde noten hingen bij tientallen aan het plafond. En in een hoekje lag een hamer, kennelijk vergeten en achtergelaten. Ik herkende 'm meteen aan het  handvat: het was de hamer van mijn opa.

   
   

 

Terug naar de beginpagina  

   
Klik op een knop om naar de pagina van jouw keuze te gaan
Start Amerongen Leersum Bijbelpagina
Kinderpagina Jongeren Kerkelijke kunst Orgels
Kerkgebouwen Feesten Websites Laatste nieuws