|
K
r
u i
s
w
e
g 1 |
|
Klik om verder
te gaan op een knop van de
pagina van uw keuze |
Beginpagina |
Kruisweg Leo Dortants
 |
Bijbelpagina |
Gebruiken rond Pasen

Kruisweg van Sieger Köder |
|
|
|
 |
Ontstaan van de Kruisweg.
In de evangeliën wordt de weg
beschreven die Jezus ging aan
het einde van zijn leven. De weg
van de burcht Antonia naar de
heuvel Golgotha. Een weg
getekend door lijden. Pelgrims
gingen al spoedig deze weg in
Jerusalem lopen. De Via Dolorosa
is hiervan wel het bekendste
deel. Die pelgrims volgden de
weg van Jezus. Op verschillende
plaatsen stonden ze stil om te
denken aan de lijdensweg van
Jezus. Een vast aantal van die
halte plaatsen was er toen nog
niet. Weer thuis, maakten ze
daar ook een "Via Dolorosa".
De katholieke orde van de
Franciscanen verbreidden de
gewoonte om in de lijdenstijd de
lijdensweg van Jezus te volgen,
over Europa. Vaak bevonden deze
kruiswegen zich in het open veld.
De kruiswegen waren ook een
bijbel voor de armen. Zij konden
vaak niet lezen. Door de
afbeeldingen bij de
halteplaatsen, konden centrale
gedeelten van het christelijke
geloof, het lijdensverhaal en de
opstanding via het beeld
begrepen worden.
Ook gebeurde het dat in de
kerken op ooghoogte de
verschillende taferelen van de
lijdensweg werden |
aangebracht. Zo kon de gelovige
in de kerk van de éne naar de
andere halteplaats gaan.
Bij elke halteplaats, station,
werd gebeden: Wij aanbidden U
Heer Jezus Christus, en prijzen
U, want door uw heilig kruis
hebt U de wereld verlost." In de
18e eeuw werd het aantal
kruisweghaltes, kruiswegstaties
op 14 vastgesteld.
Omdat de Reformatoren een grote
nadruk legden op het woord,
raakten de beeldende elementen
op de achtergrond. In de
Protestantse kerken is er
aandacht gekomen voor de vorm
van de kruisweg. Momenten van
aanbidding en aandacht zijn er
vaak te weinig. Het beeld kan
helpen om ons daar bij te
bepalen.
De schilder van de kruisweg
De schilder van de
kruisweg is Ruud Bartlema. Hij
werd in 1947 in Diepenveen
geboren. In 1960 verhuisde het
predikantsgezin naar Amsterdam.
Daar volgde hij de kunstacademie.
Verder studeerde hij om in zijn
onderhoud te kunnen voorzien
theologie. Sindsdien is hij
werkzaam als predikant en
kunstenaar. |
|
 |
|
De machthebber en de
beschuldigde (1)
Mattheüs
27: 11-14 (NBG)
"Jezus werd voor de stadhouder
gesteld, en de stadhouder
ondervroeg hem en zei: Zijt Gij
de Koning der Joden? Jezus zei:
Gij zegt het. En op de
beschuldiging door de
hogepriesters en de oudsten
tegen Hem inbrachten, antwoordde
Hij niets. Toen zei Pilatus tot
Hem: Hoort Gij niet, hoeveel zij
tegen U getuigen? En Hij
antwoordde hem op geen enkele
vraag, zodat de stadhouder zich
zeer verwonderde." |
|
 |
|
Jezus en Pilatus
staan tegenover elkaar. Degene
die de macht heeft draagt als
teken van zijn macht het uniform
van de soldaten. De pijlen uit
zijn ogen mond en handen zijn
erg agressief. Zij brengen de
aangeklaagde in een positie
waarin hij zich niet kan
verweren. Zijn mond is
vastgeplakt. En daaruit blijkt
duidelijk dat er geen
tegenspraak mogelijk is. De
beschuldigde draagt een joodse
gebedsmantel om de lendenen.
De kleur indigo is de kleur van
dood en lijden. Op de
achtergrond zijn rode strepen
als van een vaandel te zien.
Alles speelt zich voor of achter
de tralies af. De vraag is: Wie
is gevangene en wie is er vrij? |
Gebed:
Wij aanbidden U Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis, hebt U de wereld bevrijd
van haar schuld. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Heer onze God, U verwacht dat
wij beslissingen nemen over
recht en onrecht. Vergeef ons
wanneer wij nalaten keuzes te
maken die de gemeenschap bouwen
en sterken.
Sterk ons met uw Geest, opdat
wij kunnen staan aan de kant van
hen die onze ondersteuning, onze
persoonlijke moed en onze
duidelijke stellingname nodig
hebben. Heer ontferm U! |
|
 |
|
De veroordeling
(2)
Mattheüs
27: 22 en 23 |
| Pilatus zeide tot
hen: Wat moet ik dan doen met
Jezus, die de Christus genoemd
wordt? Zij zeiden allen:
Hij moet gekruisigd worden! Hij
zeide: Wat heeft Hij dan toch
voor kwaad gedaan? Zij
schreeuwden des te meer: Hij
moet gekruisigd worden! |
|
 |
De machtigen van
deze aarde gebruiken bij hun
aanklacht het volk. In de hand
van de machthebbers worden de
mensen tot een speelbal. Ze
worden gemanipuleerd, zonder dat
ze de draagwijdte begrijpen van
wat ze vragen. Zij staan met der
rug naar ons toe heffen hun
vuisten op en zijn bereid tot
beschuldigen. De massa heeft
geen gezicht. Zij roepen in de
richting van de machthebber. De
mensen zijn niet zelf
verantwoordelijk. Ze zijn samen
verantwoordelijk
En zo met elkaar zijn er veel
schuldigen. Misschien kun je dan
ook zeggen: gedeelde schuld is
halve schuld. |
Gebed:
Wij aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis hebt U de wereld bevrijd
van haar schuld. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Heer onze God, wanneer wij
onszelf veroordelen, dan mogen
wij rekenen op uw genade. Dat
laat U ons zien in de weg van
Jezus Christus. Hij heeft het
oordeel op zich genomen. De
schande van het kruis gedragen.
Wij bidden U: Bewaar ons voor de
verzoeking, om andere mensen te
veroordelen. Schenk ons allen de
Geest van de genade door Jezus
Christus, uw Zoon. |
|
 |
|
Visioen (3)
Mattheüs
27:19 |
| Terwijl hij nu op de
rechterstoel zat, zond zijn
vrouw hem de boodschap: Bemoei u
toch niet met die rechtvaardige,
want ik heb heden in een droom
veel om Hem geleden. |
|
 |
|
De vrouw van
Pilatus heeft in een droom
gezien wie Jezus werkelijk is.
Hij is de Messias. Boven de
vrouw is te zien hoe Jezus op
een ezel Jeruzalem binnenrijdt.
Hij is gekleed als een huidige
Jood. En staat in de traditie
van de Tsadikiem met een hoed en
een mantel. De traditie van de
rechtvaardigen die hun vroomheid
zeer serieus nemen (met hoed en
een mantel) De Joodse
gebedssjaal ligt op de ezel. De
tralies zijn er nog wel zoals in
het eerste beeld maar ze worden
onderbroken. Het is duidelijk
dat de vrouw van Pilatus meer
ziet dan haar man. Ze doorziet
de situatie beter dan haar man.
De machthebbers en degenen die
zich door die machthebbers laten
beïnvloeden links en rechts,
staan buiten het visioen, buiten
de hoop. |
Gebed
Wij
aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis heeft U de wereld van haar
schuld bevrijd. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid. Door uw dood hebt
U mensen nieuwe hoop gegeven.
Laat ons dan ondanks het lijden
van deze wereld weer de weg tot
elkaar en met elkaar vinden. Doe
ons beseffen wat we voor elkaar
kunnen betekenen op de weg van
de gerechtigheid.
Heer ontferm U! |
|
 |
|
Pilatus wast zijn handen in
onschuld (4)
Mattheüs
27: 24-26 |
| Toen Pilatus zag dat
niets baatte, maar dat er
veeleer oproer ontstond, nam hij
water, wies zich de handen ten
aanschouwen van de schare en
zeide: Ik ben onschuldig aan
zijn bloed: Gij moet zelf maar
weten wat er van komt. En al het
volk antwoordde en zeide: Zijn
bloed kome over ons en over onze
kinderen! Toen liet hij hun
Barabbas los, maar Jezus geselde
hij en gaf Hem over om
gekruisigd te worden. |
|
 |
In de schaal waarin
Pilatus zijn handen wast is geen
onschuldig water te zien maar
bloed. Het bloed van
onschuldigen. Mensen die
geofferd worden voor onrecht en
machtsmisbruik. In het bijzonder
het bloed van de Rechtvaardige:
Jezus Christus.
Het volk heeft Pilatus tot
handelen gedwongen en sommigen
zien het als een overwinning en
maken het overwinningsteken.
Maar het is geen overwinning. De
massa eist de dood van Jezus,
ook wanneer ze achter de tralies
staat. Links staat de beklaagde.
De hand die komt vanuit het
vaandel houdt een pen vast. Het
oordeel moet vast en zeker
genoteerd kunnen worden. Schuin
voor de rechter die geen hoofd
heeft (met in deze grote staande
figuur de gezworenen) staat
iemand die nadenkt. Er was toen
en is nu geen uniforme mening
over Jezus. Er zijn er die tegen
de veroordeling zijn. Of ze
stellen zich terughoudend en
vragend op. |
Gebed
Wij aanbidden U, Heer
Jezus Christus. Door uw weg tot
op het kruis heeft U de wereld
van haar schuld bevrijd. U komt
de lof, de aanbidding en de eer
toe tot in eeuwigheid.
Heer U komt alle mensen tegemoet
met dezelfde liefde. Wij bidden
U om de kracht en de Geest, die
stappen te doen, die alle mensen
tot hun recht en tot hun waarde
brengen. Heer ontferm U! |
|
 |
|
Pilatus laat Jezus geselen
(5)
Mattheüs
27: 16,17.21b 27-30 |
Zij hadden toen een
berucht gevangene, genaamd
Barabbas. Daar zij nu toch
bijeen waren, zeide Pilatus tot
hen: Wie wilt gij, dat ik
u zal loslaten, Barabbas of
Jezus, die Christus genoemd
wordt? Zij zeiden: Barabbas.
Toen liet hij hun Barabbas los,
maar Jezus geselde hij en hij
gaf Hem over om gekruisigd te
worden.
Toen namen de soldaten van de
stadhouder Jezus mede naar het
gerechtsgebouw en riepen de
gehele afdeling bij Hem samen.
En zij trokken Hem zijn klederen
uit en deden Hem een scharlaken
mantel om: ook vlochten zij van
doornen een kroon en zetten die
op zijn hoofd en gaven Hem een
riet in zijn rechterhand. Toen
vielen zij voor Hem op de knieën
en spotten, zeggende: Wees
gegroet koning der Joden! En zij
spuwden naar Hem en namen het
riet en sloegen Hem ermede op
het hoofd. |
|
 |
|
Barabbas (linksonder
in de deuropening) mag tot zijn
verbazing de gerechtsplaats
verlaten. Hij is ontkomen aan de
marteling en kijkt nog
geschrokken rond terwijl hij de
nacht wordt ingestuurd. Hij is
niet belangrijk meer voor de
machthebbers. Een ander is in
zijn plaats gekomen. Als eerste
ervaart Barabbas wat het
plaatsvervangende lijden en
sterven van Jezus brengt. Het
biedt hem een onverwachte kans
voor zijn leven.
De geseling van Jezus speelt
zich in het donker af, achter
tralies, zodat we het niet
precies zien. Het gaat niet om
medelijden te wekken. De massa
zou zich nog eens kunnen
bedenken. Er is een koud licht
dat uitgaat van de maan. Maar
het zijn ook stralen van het
licht dat zo typerend is voor
folterscènes in onze tijd.
Jezus is aangesloten op draden
alsof men Hem ook met stroom wil
martelen. In het vale licht is
de doornenkroon en de purperen
mantel te zien. |
Gebed
Wij
aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis heeft U de wereld van haar
schuld bevrijd. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Heer Jezus Christus, vanaf het
begin bent U voor andere
mensen ingetreden. U hebt
verdachtmakingen en
misverstanden op U genomen.
Vergeef, waar wij gemeend hebben
dat we onze eigen huid moesten
redden. En wij niet de nood van
anderen zagen en
meedroegen. Heer, ontferm U! |
|
 |
|
Simon van Cyrene (6)
Mattheüs
27: 31 en 32 |
| En toen zij Hem
bespot hadden , trokken zij Hem
de mantel uit en deden Hem zijn
klederen aan en zij leidden Hem
weg om Hem te kruisitgen. Toe
zij heengingen, troffen zij
iemand uit Cyrene aan, Simon
genaamd; die presten zij om zijn
kruis te dragen. |
|
 |
Uit de groep mensen
wordt door een machthebber
iemand uitgehaald. Hij heet
Simon van Cyrene. Zijn gezicht
is verlicht. Op de grond liggen
vier figuren, vier
verschoppelingen die onder het
kruis zijn bezweken. Jezus (vooraan)
is herkenbaar aan de gebedssjaal.
De anderen dragen gevangenis
kleding. Zij zijn gescheiden van
de macht. Maar ook van de massa
en van hun vrienden. Het donkere
rood doet agressief aan. Het is
de kleur van bloed, van lijden
en van volgehouden dragen van
pijn. Links onder een groepje
mensen die zich niet laat
beïnvloeden door de machthebbers.
De blik van de kijker wordt
getrokken naar de lijdenden op
de voorgrond. Zij liggen daar
gebroken onder het kruis. |
Gebed
Wij
aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis heeft U de wereld van haar
schuld bevrijd. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Heer Jezus door uw vallen onder
het kruis en uw moedig opstaan
heeft U ons getoond dat het
mogelijk is, om ook het
moeilijkste en het zwaarste uit
te houden.
Vergeef ons, wanneer wij bang
zijn voor de weg van het lijden.
Laten wij mensen zoeken, die ons
helpen en begeleiden, die ons
dragen en helpen. Geef ons
kracht opdat wij niet aan het
lijden van anderen voorbijgaan.
Heer ontferm U! |
|
 |
|
Kruisiging (7)
Mattheüs 27: 33-43.54 |
En zij kwamen aan
een plaats, genaamd Golgotha,
dat is de zogenaamde
Schedelplaats, en zij gaven Hem
wijn, vermengd met gal te
drinken. En toen Hij die proefde,
wilde Hij niet drinken. Nadat
zij Hem gekruisigd hadden,
verdeelden zij zijn klederen
door het lot te werpen, en
daar nedergezeten bewaakten zij
Hem. En boven zijn hoofd
brachten zij op schrift de
beschuldiging tegen Hem aan: Dit
is Jezus de Koning der Joden.
Toen werden met Hem nog twee
rovers gekruisigd, één aan zijn
rechterzijde en één aan zijn
linkerzijde. En de
voorbijgangers spraken
lastertaal tegen Hem, schudden
hun hoofd en zeiden: Gij die de
tempel afbreekt en in drie dagen
opbouwt, red Uzelf, indien Gij
Gods Zoon zijt, en kom af van
het kruis!
Evenzo spotten de overpriesters
samen met de schriftgeleerden en
oudsten en zij zeiden: Anderen
heeft Hij gered, Zichzelf kan
Hij niet redden. Hij is Israëls
Koning; laat Hij nu van het
kruis afkomen en wij zullen aan
Hem geloven. Hij heeft zijn
vertrouwen op God gesteld; laat
die Hem nu verlossen, indien Hij
een welgevallen in Hem heeft;
want Hij heeft gezegd: Ik ben
Gods Zoon.
De hoofdman en zij, die met hem
Jezus bewaakten, zagen de
aardbeving en wat er plaats had
en zij werden zeer bevreesd en
zeiden: Waarlijk dit was een
Zoon Gods. |
|
 |
|
De kruisen staan
alsof ze op een soldatenkerkhof
zijn geplaatst. In een stroom
van bloed op de voorgrond liggen
terechtgestelden. De vloed van
het lijden blijft door de tijden
heen vloeien. In het midden
hangt, herkenbaar aan de joodse
gebedssjaal, de gekruisigde
Jezus. Naast hem gehangenen. Het
schilderij roept een gevoel van
hulpeloosheid en onmacht op
tegenover zoveel leed. En toch
staan er overal toeschouwers,
die gefascineerd zijn door het
lijden dat hier plaats vindt.
Ramptoeristen. Jezus is in ieder
geval niet een lijdende zoals er
steeds waren en zij op deze
aarde. Hij draagt allereerst de
last van de schuld van deze
wereld. De last van de gebroken
relatie met God. |
Gebed
Wij
aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis heeft U de wereld van haar
schuld bevrijd. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Jezus U neemt alles op U wat
voor ons mensen was bestemd. Wat
is dat voor een einde, Uw einde?
U aan het kruis, een teken van
verschrikking in onze wereld. Uw
kruis doorkruist onze gedachten.
Geef dat we dit wonder verstaan.
Heer ontferm U. |
|
 |
|
Opstanding (8)
Mattheüs
27: 54. 57-60; 28,1.5-8 |
De hoofdman en zij,
die met hem Jezus bewaakten,
zagen de aardbeving en wat er
plaats had en zij werden zeer
bevreesd en zeiden: Waarlijk dit
was een Zoon Gods.
Toen het nu avond geworden was,
kwam een rijk man van Arimatea,
genaamd Jozef, die eveneens een
discipel van Jezus geworden was.
Deze ging naar Pilatus en vroeg
hem om het lichaam van Jezus.
Toen beval Pilatus het hem te
geven. En Jozef nam het lichaam
en wikkelde het in zuiver linnen,
en hij legde het in zijn nieuw
graf, dat hij in de rots had
laten uithouwen, en na een grote
steen voor de ingang van het
graf te hebben gewenteld, ging
hij heen.
Laat na de sabbat, tegen het
aanbreken van de eerste dag der
week, ging Maria van Magdala en
de andere Maria het graf bezien.
Doch de engel antwoordde en
zeide tot de vrouwen: Weest gij
niet bevreesd; want ik weet, dat
gij Jezus zoekt, de gekruisigde.
Hij is hier niet, want Hij is
opgewekt, gelijk Hij gezegd
heeft; komt, ziet de plaats,
waar Hij gelegen heeft. En gaat
terstond op weg en zegt zijn
discipelen , dat hij is opgewekt
uit de doden. En zie Hij gaat u
voor naar Galilea; daar zult gij
hem zien. Zie ik heb het u
gezegd. En zij gingen terstond
weg van het graf, met vrees en
grote blijdschap, en liepen
haastig voort om het zijn
discipelen te berichten. |
|
 |
| In de gekruisigde
gebroken mens is Gods handelen
te herkennen. Aan het einde
staan echter niet vernietiging
en lijden, maar opstanding en
nieuwe hoop. Vanuit het kruis
stroomt een lichte figuur naar
boven. Achter het kruis stijgt
een wezen in rook naar boven..
De duiven als teken van
nabijheid van God en van vrede
zijn beneden zeer concreet en
naar boven toe steeds
abstracter. Er is sprake van
gericht en van hoop op nieuw
leven. Uit het donker van de
aarde beneden, grijpt een hand
naar een duif. Een hand op zoek
naar hoop. Aan het einde van de
weg overwinnen niet zonde,
leiden en dood, maar de hoop op
de opstanding. |
Gebed
Wij
aanbidden U, Heer Jezus
Christus. Door uw weg tot op het
kruis heeft U de wereld van haar
schuld bevrijd. U komt de lof,
de aanbidding en de eer toe tot
in eeuwigheid.
Geprezen zijt Gij, Heer onze
God, dat de dood niet het
laatste woord heeft. U schenkt
nieuwe hoop.
Omdat dat waar is, daarom hebben
afgestompte mensen nog iets
verfrissends voor zich, en
hebben mensen bij wie het lied
verstomde, een nieuw lied op de
lippen. Dan is ook de dood een
deur tot het leven.
Vergeef, waar wij te klein
gedacht hebben, gevangen als we
waren in zorgen en ongeloof.
Lof zij God in de hoogste troon,
lof zij zijn eengeborene Zoon.
Die voor ons droeg der zonde
loon. Halleluja! |
|
 |
|
Klik om verder te
gaan op een knop van de pagina
van uw keuze |
Beginpagina |
Liturgisch bloemschikken met
Pasen
 |
Bijbelpagina |
Gebruiken rond Pasen
 |
|
|
Zie ook deze kruisweg
|
|
 |
|