Bijbelse etsen van Marcus van Loopik
De verbeelde Torah

Hoe zou de mens beter kunnen navolgen dan in zijn creativiteit?

Marcus van Loopik (1950) is Judaist (Folkertsma stichting) en Grafisch kunstenaar. Met zijn gekleurde etsen wil hij, vanuit een liberaal joodse levensopvatting, iets van de rijkdom van Schrift en traditie laten zien. En zo mensen van een verschillend geloof met elkaar in gesprek brengen. Ook zelf neemt hij deel aan dat gesprek. In het bijzonder in het gesprek met christenen bij het maken van de etsen. Het is dan ook boeiend om te zien hoe hij als jood kijkt naar de verhalen uit het OT, maar heel bijzonder toch ook hoe hij bijvoorbeeld naar de geboorte van de Messias of de kruisiging kijkt.
In opdracht van de Katholieke bijbelstichting vervaardigde hij in totaal 28 kleurenetsen over verhalen uit het OT en het NT. Deze etsen zijn opgenomen in De Lezenaarbijbel. De ingelijste etsen zijn te zien op een reizende tentoonstelling, die ook de Johanneskerk in Leersum aandoet.
Wij hebben geprobeerd om de gekleurde etsen zo getrouw mogelijk weer te geven. Dat bleek niet eenvoudig. Toch menen we dat het voldoende is om een indruk te krijgen van de etsen en de symboliek die ermee verweven is.

De tweede scheppingsdag
In de oudheid stelde men zich de aarde voor als plat met daarboven de hemelkoepel. Die scheiding werd aangebracht op de tweede scheppingsdag.Toen werd de chaos teruggedrongen door de wateren boven en beneden van elkaar te scheiden. Die scheiding wordt in de ets duidelijk aangegeven door de verschillen in kleur tussen de wateren boven en de wateren beneden.
Die hemelkoepel (wij zeggen meestal uitspansel) is volgens een oude uitleg maar een vinger dik. Dat wil zeggen dat er maar een kleine afstand ligt tussen chaos en orde. Wanneer de mens zijn verantwoordelijkheid niet kent wordt de natuur een vijand en de wereld een chaos. 
Rechts boven zien we een vurige Torarol. De Tora is als eerste van alles geschapen en diende bij de schepping als een soort bouwplan. Gods wezen is in de Tora zichtbaar, evenals ook de bestemming van de wereld er in wordt beschreven.


De tweede scheppingsdag

De schepping van Adam en Eva
In Genesis 1: 26 staat wat de Schepper van plan is : "En God sprak: Nu gaan Wij mensen maken als beeld van Ons, op Ons gelijkend." Maar als het op de uitvoering van dat plan aankomt, dan maakt God de mens "als zijn beeld". Er ligt dus een verschil tussen het goddelijke plan en de uitvoering ervan bij de schepping van de mens. De gelijkenis van de mens met God is niet vanzelfsprekend. Pas in de navolging, in de heiliging kan de mens tot een gelijkenis worden.
Op de ets zijn Adam en Eva zo met elkaar verweven, dat zij bijna één wezen vormen: "Als het beeld van God schiep Hij hem, mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen."  Een oude legende vertelt dat de eerste mens voor de helft man en voor de helft vrouw was. In het paradijsverhaal wordt duidelijk, dat Eva losgemaakt wordt uit Adam. Ze zijn nauw verbonden met elkaar. In de mens is het laagste, (waarvan de panter een symbool is), en het hoogste (God blies de levensadem in de mens) verenigd. Als enige ontving de mens de Tora die door zijn of haar levensheiliging een brug kan vormen tussen de hemel en de aarde.(Jakobsladder)


De schepping van Adam en Eva

De boom van kennis van goed en van kwaad
In Genesis 3:6 staat dat de boom van de kennis van goed en kwaad een lust was om te zien. De mens in een complexe maatschappij moet keuzes maken. Hij of zij kan het kwade doen, maar ook het goede. De slang is de stem in de mens die drijft tot het kwade met slinkse redeneringen. In een verlangen om los te komen van de beperkingen die zijn opgelegd door God. Het dier is sluw en naakt en vertegenwoordigt om zo te zeggen de naakte waarheid.
In ons zoeken naar gelijk overdrijven we graag. Zo zegt Eva terecht dat er van de boom niet gegeten mag worden, maar voegt er aan toe dat de boom ook niet aangeraakt mag worden. Waar dat toe leidt, kunnen we links op de ets zien bij Kaïn en Abel. 
Rechts op de ets zien we de "goede dialoog". Twee rabbijnen zijn op zoek naar de waarheid in gesprek met elkaar. De waarheid is te vinden door gezamenlijke studie van de Tora (rechts van de boom)


De boom van de kennis van goed en kwaad

Het gevecht van Jakob bij de Jabbok
Op de vierde ets zien we het gevecht van Jakob bij de Jabbok afgebeeld. Een rabbijnse verklaring spreekt hierover als de strijd van de mens met de Jakob en de Ezau in zichzelf. Ezau is Edom, het Romeinse rijk, de strijd van het totalitaire systeem. 
Jakob vertegenwoordigt het volk van de Tora. 
Tijdens dat gevecht vraagt Jakob om de zegen. Hij had al wel een zegen gekregen van zijn vader Izak, maar die was gestolen.  Tijdens het gevecht, verootmoedigt Jakob zich met "mijn Heer, ik ben een vreemdeling geweest bij Laban" Ondanks alles is hij trouw gebleven bij het vervullen van de geboden.


Het gevecht van Jakob bij de Jabbok

De geboorte van de Messias
Een Joodse boer was eens met zijn os aan het ploegen. Toen het dier stil bleef staan en loeide, sprak een voorbijkomende Arabische koopman: "Span je rund uit want Jeruzalem is verwoest." Het dier wilde niet verder. Door de verwoesting moest het volk weer zwervend in zijn onderhoud gaan voorzien. Maar een poos later bleek dat er in de diepe nood toch weer uitzicht was op herstel."Span je rund maar weer in, want de Messias is geboren" zei de helderziende koopman. Het kind, Menachem (Trooster) zal komen uit "het huis van de koning te Bethlehem." (David?)
Maar het jonge kind wordt in veiligheid gebracht door ingrijpen van de Hemel en naar een verborgen plaats gebracht om daar het einde van de tijden af te wachten. De messiaanse toekomst (met een begin van liefde, vrede en gerechtigheid) is al met dit kind gekomen, maar terugkeren kan de Messias nog niet. Pas als God er toestemming voor geeft en de mens oprecht naar Gods wil leeft, kan de Messias de troon van David bestijgen. 
Op de ets zien we Jeruzalem in vuur en vlam staan. Het Messiaskind wordt weggevoerd op een hemelse wagen. Als de Messias terugkeert, breekt het Koninkrijk van God definitief aan. Rechts boven de Sjofar die met zijn geluid de terugkeer van de Messias aankondigt.


De geboorte van de Messias

De kruisiging
In Leviticus 19:1,2 staat: "Wees heilig want ik, de Heer, uw God ben heilig." Door de heiliging komt de mens in de sfeer van God. En wordt God als het ware "zichtbaar". Het betekent gerechtigheid doen, waardoor mensen de ruimte krijgen en tot hun recht komen. De goddelijke gerechtigheid houdt ook barmhartigheid en liefde in, overstijgt de driften, de zelfzucht en het eigenbelang. Martelaren zijn consequent in de heiliging van Gods Naam. Zij verliezen er zelfs hun leven door! 
Op de ets zien we de dood van twee joodse martelaren afgebeeld.: Jezus van Nazareth en Chananja ben Teradjon (2e eeuw). Deze leerde de mensen in het openbaar de Tora en werd daarom door de Romeinen gearresteerd. Hij werd in een Torarol gewikkeld en verbrand. Samen met de letters vloog zijn ziel omhoog: de stem van de waarheid kan niet worden vernietigd. Jezus werd gekruisigd omdat Hij het Koninkrijk van God verkondigde. Hij vertrouwde er op dat Gods gerechtigheid het zou winnen. En dat niet de dood maar het leven zou winnen. Hoewel er geen kruis zichtbaar is, laat de lichaamstaal een actief kruis zien. De houding van de gekruisigde heeft iets heroïsch: het kwaad heeft niet het laatste woord.


De kruisiging

De achtste dag 
De term achtste dag valt buiten de tijd en is ontleend aan de apocalyptiek, waar gesproken wordt over de komende wereld. Dan zullen er geen dagen, maanden of jaren meer zijn. Alle tijd houdt op. 
Een oude overlevering ziet de scheppingsweek als een model van de geschiedenis. Dagen niet zoals wij ze kennen, maar zoals God deze ziet: "In uw ogen zijn duizend jaren als de dag van gisteren." (Psalm 90: 4) Na een periode van zes goddelijke dagen komt er een zevende dag van rust in de wereldgeschiedenis. Daarna kan de achtste dag beginnen, dag zonder begin of einde, een eeuwige dag. De komende wereld, de tijd van schepping van de nieuwe hemel en de nieuwe aarde,  is toekomstig, maar kan ook hier en nu beleefd worden. 
De ets laat zien dat het dansende paar op weg is naar het licht (het goede) van de eeuwigheid. Hun voeten staan nog in het donker (het kwade). De haan, die onder het paar is te zien herkent als eerste het licht van de verlossing. Verder zien we de kruik met manna uit de woestijntijd (geen zorgen voor het dagelijkse brood en zo tijd voor torastudie) en de bloeiende staf van Aäron. Ook de hoorns van de ram (een teken van de Messias) die het offer van Izak verving. De Sjofar, gemaakt van één van de horens zal het einde van de tijd aankondigen.  De gebedsmantel in de lucht doet de warme barmhartigheid van God ervaren. De blauwe kleur geeft de afstand, het transcendente aan: je bent  nog niet aan toe aan de eeuwigheid. Geel is de kleur van de spiritualiteit. Het wit komt van boven en is de kleur van het geestelijke.


De achtste dag

Op 30 oktober hield Marcus van Loopik een inleiding in de Johanneskerk over zijn bijbelse etsen. In de pauze raakten de aanwezigen in gesprek met elkaar.

Na de pauze duurde het even voor iedereen zijn plaats weer had opgezocht. Ook de voorzitter van de Israëlcommissie kijkt nog even rond of iedereen weer zit

Terug naar kerkenwerk Johanneskerk
Open avonden 
Israëltentoonstelling 
Beginpagina 

Wilt u meer weten van Marcus van Loopik en zijn werk? Dan kunt u naar zijn website gaan:
home.planet.nl/~marmora