|
Van (de kinderen van) Korach tot (hedendaagse) kantorij |
|
|
Een kleine geschiedenis van de vocale muziek
in de eredienst van Joden en Christenen |
|
|
|
|
|
|
|
| Inleiding Gedurende drie avonden zal een poging worden gedaan om te volgen wat er door de eeuwen heen is gezongen, wie er zongen, wanneer er gezongen werd en hoe dat gebeurde. Deze eerste avond komt het tijdvak van 2000 voor Christus tot aan de meerstemmigheid aan de orde.
Mesopotamië kende strikte regels met
betrekking tot de tempelzang en door wie er
werd gezongen. |
Het
Jodendom. We kennen het verhaal van de doortocht door de Rode Zee. Na die doortocht werd er gezongen door de Israëlieten. Hoe ging dat precies? Het lied van Mozes werd door Mozes gezongen en de Israëlieten zongen het refrein. Daarna nam Mirjam de tambourijn en de vrouwen volgden haar met tambourijnen in een reidans. Bij deze gelegenheid zingt Mirjam het refrein. In het Oude Testament (ook wel het Eerste Testament genoemd) wordt beschreven hoe David de eredienst instelde. Van de stammen werd het geslacht van de Levieten vrijgesteld voor de zang en de muziek. Die zang en muziek moeten dag en nacht doorgaan. In I Kronieken 25 worden de zonen van Asaf, Heman en Jedutun genoemd die profeteerden bij de muziek van citers, harpen en cymbalen, een groep van 288 mannen. Voor oudsten en jongsten, voor volleerden en leerlingen wordt geloot wie in welke diensten zal zingen en spelen. Bij de inwijding van de tempel kunnen we lezen: " Toen de priesters uit het heiligdom naar buiten traden....stonden alle levitische zangers, Asaf, Heman, Jedutun hun zonen en hun broeders, met fijn linnen bekleed ten oosten van het altaar, met cimbalen, harpen en citers; bij hen waren honderd twintig priesters, die op de trompetten bliezen. |
|
|
|
| Toen zij
tezamen trompetten en eenstemmig een lied
lieten horen, om de Here te loven
en te prijzen, en de stem verhieven bij
trompetten, cimbalen en andere
muziek-instrumenten, en de Herte alsdus
prezen: Want Hij is goed, want zijn
goedertierenheid is tot in eeuwigheid-toen
werd het huis, het huis des HEREN, vervuld
met een wolk, zodat de priesters, vanwege de
wolk niet konden blijven staan om dienst te
doen, want de heerlijkheid des HEREN had het
huis Gods vervuld." (II Kronieken 6 : 11-14
). In de Psalmen komen we de koorleiders Korach, Asaf en Jeduthun tegen. |
Psalm 150 (NBG) Halleluja. Looft God in zijn heiligdom, looft Hem in zijn machtig uitspansel; looft Hem om zijn machtige daden, looft Hem met bazuingeschal, looft Hem met harp en citer, looft Hem met tamboerijn en reidans, looft Hem met snarenspel en fluit, looft Hem met klinkende cimbalen, looft Hem met schallende cimbalen. Alles wat adem heeft, love de Here. Halleluja. (de muziekinstrumenten zijn schuin geschreven) |
|
|
|
| De deelnemers
buigen zich over teksten uit het Oude
Testament en het Nieuwe Testament, Psalmen
en Kantieken om na te gaan wat er gezongen is, wie er zong, bij welke gelegenheid dat was en hoe dat gebeurde. Het materiaal werd onderling verdeeld, zodat in korte tijd veel kon worden nagegaan. Een Kantiek is een lied in een prozastuk. Zoals we dat bijvoorbeeld in Exodus 15, het lied van Mozes, in Jesaja 5, het lied van de wijngaard of in Jesaja 53 aantreffen bij de liederen van de Lijdende Knecht. Bij feestelijke gebeurtenissen, in vreugde en verdriet werd er muziek gemaakt en gezongen. In de liturgie en in het gewone leven. |
|
|
|
|
| Wie zong er? Er
werd gezongen door individuen (solozang) en
door koren. Koren kunnen elkaar afwisselen.
(antifonaal). Ook solist en koor kunnen
elkaar afwisselen (responsoriaal).Ook het
volk doet mee. Levieten waren beroepsmatig
bezig, ze waren er voor vrijgesteld. Er is
discussie over of de vrouw mag zingen. Een
vrouwenstem klinkt verleidelijk. Het is
daarom opmerkelijk wanneer vrouwen een lied
aanheffen. In Exodus 15 zingen vrouwen mee
in het lied van Mozes. Zij zingen het
refrein. In het Tweede Testament wordt er met name in het boek Openbaringen gezongen (oudsten, heiligen,volk) |
Paulus spoort
de gemeente aan om in psalmen, lofzangen en
geestelijke liederen te zingen in de
samenkomst. Op bezoek bij moeder of zieken mag er gezongen worden (Jakobus 5:13) Bij Matth.wordt er bij gedanst. Er is op de fluit gespeeld en er is niet gedanst. Dat wordt negatief opgevat. Je moet meezingen en meeklagen. De eerste christenen waren Joden. Zij zongen de schuldbelijdenis. Zingen kan ook negatief zijn, wanneer er een spotlied wordt gezongen bijvoorbeeld. Bij feesten werd er gezongen. En na het Avondmaal werd de lofzang gezongen.(Matth.26:30). |
|
|
|
| Tot 450 loopt de muzikale ontwikkeling in het Oosten en in het Westen parallel namelijk eenstemmig. In het Westen ging alle energie zitten in het bekeren van mensen. In het oosten borduurden de jodenchristenen verder op de joodse zang. Zij kenden hebreeuwse tekens, puntjes boven en onder de tekst die aanwijzingen gaven over het zingen. In deze tijd gaat het bij het zingen niet om het zingen. Het gaat om de woorden die worden gezongen. | Het
meerstemmige lied komt in het Oosten al in
de 6e en 7e eeuw voor. ( In het Westen pas
200 jaar later) Dat bestaat dan uit het
omzingen van één stem of mannen en jongens
die samen zingen met een kwart of
kwint verschil. In de Russisch Orthodoxe
Kerk kent men het zingen in groepen en met
acclamaties. Gregorius de Grote (590) ordende de kerkzang in het Westen en richtte een opleidingsschool op voor zangers: De Schola Cantorum. |
|
|
|
|
Egyptische grafschildering
in Veset (Thebes) c.1420-1411 B.C. |
|
![]() |
![]() Het orgel is al een oud instrument. Pepijn de Korte krijgt van de Byzantijnse keizer een orgel cadeau. Vier mannen moesten zorgen voor de windvoorziening en twee waren er nodig voor het spelen: De één moest de toetsen met de vuisten naar beneden duwen, de ander moest die weer omhoog trekken. In vers 4 van psalm 150 staat: looft hem met pauken en reigezang, looft hem met snaarspel en orgelspel. De trompetten (links) waren nog lang en niet gebogen. Links: Psalm 150 met pentekeningen uit het Utrechts Psalter, waarschijnlijk gemaakt tussen 820 en 835 Universiteits bibliotheek, Utrecht. |
| Een belangrijk
item in de westerse kerk was de strijd over
de vrouwenzang. Jongens werden naar de
kloosters gehaald en moesten daar zingen.
Naarmate er echter meer vrouwenkloosters
werden opgericht gingen de vrouwen daarvan
ook zingen. Vanaf 300/400 worden monniken
steeds belangrijker in de eredienst. Voor
het volk blijven dan acclamaties of
eenvoudige antifonen of simpele Gregoriaanse
zangen en Marialiedjes over. In het Westen raakt Augustinus ontroerd door de hymne van Ambrosius (gez.370 LBK) De eerste Schola Cantorum in het Westen bestaat uit jongens en mannen. |
Bij de Joden
ontwikkelt zich een vergelijkbare situatie
in de eredienst. Ze kenden koren en
voorzangers. De voorganger werd chazzan. Die
ging alles zingen en de koren raken op de
achtergrond. Hij droeg bijbelfrag-menten
reciterend voor met steeds bepaalde
melo-dische wendingen. (psalmodiëren,
cantilerend zingen). De synagoge wordt de sjoel, de plaats waar wordt geleerd al worden er ook wel liederen gezongen door de mensen. In de Orthodoxe kerk blijft er altijd een groep mensen zingen. |
|
|
|
|
Guido van Arezzo
(ca 1000) houdt
zich bezig met de notatie van de muziek Hij
trekt een lijn en zet boven en onder de lijn
puntjes. Wanneer de jongens op de
koorscholen volwassen werden konden ze de
muziek zo verspreiden door Europa. Voor meerstemmigheid zijn beroepsmensen nodig. Eerst nog niet : er wordt parallel met de melodie gezongen of een omspeling van de melodie. Dat werd een liedje er tegenin. J.S. Bach volmaakt de meerstemmigheid. Calvijn in de 16e eeuw pleit er voor met het hart te zingen. De mensen zongen toen eenstemmig en zonder begeleiding. Op het orgel werd er alleen voor en na de |
dienst gespeeld. Die onbegeleide eenstemmigheid vinden ook nu nog in Rusland. Bij de Joden was dat ook zo. Later kwamen er orkestachtige dingen bij. In de Reformatie blijft het vocale karakter van de eredienst behouden. Luther gebruikt voor de teksten van de liederen de volkstaal en voor de melodie volksliedjes. Voor Calvijn waren de psalmen de kern. Die werden gezongen op noten die allemaal even lang waren. De HernHutters gingen een eigen muzikale weg. Luther en Calvijn keren zich af van het zingen door een koor. Goudimel schreef in opdracht wel voor koor. Maar dat was bedoeld voor in de huiselijke kring en niet voor in de kerk. |
|
|
|
|
Rusland De kerstening van de Russen begon in 988 toen prins Wladimir zich liet dopen. De kerkmuziek bestaat uit eenvoudig eenstemmig gezang. In de loop van de eeuwen ontwikkelt zich dit tot polyfone vocaliteit. Er werden geen instrumenten gebruikt in de eredienst. Naarmate de polyfonie toenam werd dit lastiger voor de gewone mensen om te zingen. Aan de andere kant werd ook door de gemeente vierstemmig meegezongen. De zangers waren aanvankelijk gewijd. Ze stonden in een soort ambt, werden soms diaken genoemd. Het koor zingt altijd vierstemmig met mannenstemmen. Als in Taizé gebruik gemaakt wordt van Russische muziek, dan moet het gemengde koor een oktaaf hoger zingen. De eerste enkelvoudige eenstemmige muziek kennen we uit rond 1000. Enerzijds is er waardering voor het materiaal van toen. Aan de andere kant was er ook verzet tegen de eigen muzikale weg die de Russisch Orthodoxe kerk toen ging. Tsaikowski en Rachmaninof ontleenden motieven aan de eerste gezangen voor een vesper. |
De Joden Rond 700 verschenen de eerste liederen op papier. Vanaf toen wordt de chazzan bijgestaan door twee mensen, voordat hij b.v. iets zou vergeten. De hulpchazzannen krijgen al gauw een begeleidende functie. Zowel er onder (door een bariton) als er boven (door een jongen). Dat gebeurde met een paar akkoordjes of een langer stukje. Vanaf 1600 worden er composities gemaakt voor gebruik in de synagoge. Psalmen en geboden. Wie zongen er: een solist samen met een koor dat uit drie tot acht stemmen bestond. Invloeden van buiten gingen een rol spelen. In de 19e eeuw ontstond er een Reformbeweging. De synagoge ging tempel heten. Beethoven en Mendelsohn schreven muziek voor de synagoge. Men wilde het "jood-zijn" ontvluchten. De chazzan werd een tenor met allure en ging ook buiten de synagoge zingen. Wat de muziek in de synagoge betreft : er waren drie stromingen: de Sefardische, de Ashkenasische en de Chassidische muziek. De gemeente zong met de solisten en het koor. Met name als ze het liedje kennen. |
|
|
|
| In de
verdere ontwikkeling na de Reformatie is
belangrijk dat men opnieuw de psalmen (van Datheen) ging zingen. In Nederland had iedereen zijn eigen verhouding tot God |
en legde dat in het zingen. In de 19e eeuw gaat men meer samen zingen. Nu zijn we meer gemeente, dus ging men steeds meer samen zingen. |
|
Derde keer op 18
november 2003 Tijdens de derde en laatste keer hebben de inleiders veel liedboeken en CD's meegebracht om te bekijken en te beluisteren. Er zijn bundels van de RK, (zoals gezange voor liturgie) van de Oud Katholieke kerk, van de Broedergemeente, van de Doopsgezinden, van de basisbeweging, uit Evangelische hoek (E.L.) en bundels uit de orthodoxe hoek.Zelf samengestelde bundels (Soest). In gezangen voor liturgie (RK) wordt op een bepaalde manier omgegaan met de psalmen. Zo hebben de psalmen 25 en 95 Gregoriaanse trekken. En wordt er afwisselend met koor en gemeente gezongen. (498, Mogen allen één zijn). Willem Vogel schreef muziek die nieuw is maar ook onbekend.. Zijn evangeliemotetten waren iets nieuws ten tijde van het ontstaan ervan. Geboren is u heden de Heiland, Als een ster in lichte luister met o.a. een blokfluit als begeleiding. In Groningen zat een tijd lang een groep die nieuwe muziek maakte. In Nijmegen worden de psalmen hertaald (God = Wezer) Literair, theologische spiritualiteit. Psalmen vieren en leven (psalm 2, waartoe woelen de naties) In de Oude Kerk in A'dam zijn Sytze de Vries en Christiaan Winter actief.. Verder is er nog het Nieuw Liedfonds, een groep vrouwen die vinden dat de vrouwen in de liederen te weinig aan bod komen. Dan is er nog de Dominicus in Amsterdam. (Dit éne weten wij, voor koor en gemeente met pianobegeleiding.) Typerend voor de hedendaagse muziek is dat God en Jezus in de tekst vaak afwezig zijn. Vervolgens wordt naar Psalm 75 geluisterd U alleen U loven wij, in een zetting van Sweelinck. Taizé. Een oud Hervormd klooster dat veel jongeren trekt. (Laudbo te) Iona heeft eigen liederen op oude Schotse melodieën. Ze zijn vooral bezig met natuur en milieu. (Neem mij aan zoals ik ben). |
Oosterse kerken vanaf 900. Er is niet veel veranderd sinds de bres in de muur kwam. De vernieuwing in de RK kerk werd ingezet door Solemnes. Men hield zich voornamelijk bezig met herbronning in het begin van de 19e eeuw. Begin 1900 ontstaat de liturgische beweging. Van de kerkleiding uit wordt gepleit voor actieve deelname van het volk aan de eredienst. Men zong in de 60ger jaren vooral Marialiedjes en Jozefliedjes. Een opleving bracht ook de liederen van Oosterhuis en Huijbers. Gezangen voor Liturgie ontstond met voorzang, koor en gemeenschap die zingt. Protestantse ontwikkeling: 1806 Ev. gezangen. isometrische notatie. 1866 De vervolgbundel 1938 Hervormde bundel met een metrum. Cantor is nodig om nieuwe gezangen aan te leren. De Gereformeerden zongen de gezangen buiten de kerk. 1941 Uitbreiding met Eenige Gezangen. Voor de Gereformeerden komt er nog de uitgave van Hasper en Smelik Na de 2e wereldoorlog komt de omslag. Er wordt gezongen bij het harmonium. Invloed van de radio, gospelmuziek en invloed uit Engeland. Vanaf 1972 opwekkingsliederen. 1973 Liedboek der kerken. Dit Liedboek had een vernieuwende werking. Nieuwe liederen kunnen worden bekeken op: Wie zingt er (koor, gemeente, voorzanger) Wat wordt er gezongen: tekst, melodie Wat is de betekenis van het lied in het kader van de liturgie? |
|
|
|