Gnostische evangeliën
uit de vroeg-christelijke tijd
op 17 oktober 2002

Door Prof.dr.R.van den Broek

Uit de tweede eeuw na Christus kennen wij door de handschriftenvondst van Nag Hammadi (Egypte, 1945) verschillende onbekende evangeliën. In een kruik bevonden zich bij de ontdekking een 50tal zeer oude geschriften. Deels christelijk, deels niet-christelijk. Het bekendste evangelie dat gevonden werd is wel het evangelie van Thomas. Deze evangeliën zijn belangrijk omdat ze een interpretatie van de boodschap van Jezus bevatten die door de toenmalige kerk werd afgewezen. Aanvankelijk was het christendom dus kleurrijker dan men later meende te moeten vaststellen.
Bij het woord evangelie moeten we niet denken aan een evangelie in de traditionele zin van het woord. Dat beschrijft het leven van Christus.  Maar het is wel een ‘blijde boodschap’. Het evangelie laat ons namelijk zien wat ons ware wezen is. Het gaat over wat we zijn vergeten en waartoe we zullen ontwaken uit onze onwetendheid.

De toehoorders in de Rijnkapel

   

Mevrouw Nelleke Hangelbroek leidt de spreker in

   

Prof.dr.R. van den Broek spreekt over gnostische evangeliën
uit de vroeg-christelijke tijd, zoals het Evangelie van de waarheid, het Evangelie van Filippus en het Evangelie van Maria. Hun christelijke boodschap blijkt ook voor deze tijd nog relevant te zijn.

Het evangelie van Filippus  
Het evangelie van Filippus is opgebouwd uit korte stukjes met bepaalde gedachten en is gnostisch van structuur. In de gnostiek gaat het erom dat de wereld ooit is ontstaan uit God maar van God is weggevallen. Ieder mens heeft een goddelijke vonk. Als deze vonk wordt aangewakkerd, dan gaat die vonk, die verscholen lag onder de as, weer branden. Daarvoor moet die vonk bevrijd worden uit de stof.
Het evangelie van Filippus is een christelijk  boek. Het gaat over Jezus en over Maria Magdalena. Hoe kijkt men tegen Jezus aan? Jezus is gekomen om te verenigen  wat gescheiden was. De menselijke kern, de ziel, is uit de hemel gevallen. Uit de lichtwereld van God is deze terechtgekomen in de wereld van de materie. De ziel moet weer verenigd
 worden met de lichtwereld. Zoals ook de vereniging van man en vrouw een opheffing is van een dualiteit. Zo heft Jezus ook die dualiteit op door zich met onze engel te verbinden. Ieder mens heeft in de goddelijke wereld zijn hogere ik verbonden met het aardse ik(die van het hogere ik een afbeelding is). Er is in de hemel een engel die op je lijkt. (vgl. Mt. 18 vers 10 of Petrus die in Ha bevrijd wordt uit de gevangenis en Rhode denkt dat het zijn engel is)
Het evangelie laat een semitisch, een beeldend denken zien. Met het evangelie van Thomas heeft het evangelie van Filippus gemeen dat het gaat om het opheffen van de dualiteit om tot een geheel te kunnen worden.

Het evangelie van Maria  
In het evangelie van Maria komt een vroeg christelijke vrouw aan het woord. Waarschijnlijk is dit evangelie ook door een vrouw geschreven. Deze vrouw pretendeert dat ze Maria Magdalena te zijn, één van de vrouwen die Jezus vanaf het begin begeleidden. Ze is de eerste getuige van de opstanding. Later werd ze verbonden met de zondares die Jezus voeten zalfde. Volgens de traditie was zij een bekende prostituee die Jezus was gevolgd.  Hier wordt ze alleen genoemd als de naaste volgeling van Jezus.
Het evangelie is helaas fragmentarisch.
Eerst zijn er openbaringen van Jezus aan de discipelen over de kosmos, het kwaad in de wereld. Dan komt Maria, op verzoek van
Petrus, met een esoterische inwijding: Zuster,
 we weten dat de Verlosser meer van jou hield dan van de andere vrouwen. Vertel ons wat jij je herinnert van de woorden van de Verlos-ser." Ze vertelt daarop over de reis van de ziel die opstijgt voorbij de planeten vorsten. Dan breekt het af. In het evangelie van Maria gaat het om de positie van de vrouw. Daarnaast is het ook esoterisch: De goddelijke vonk moet ontwikkeld worden terug naar zijn oorsprong.
In deze tijd is er een discussie over de positie van de vrouw. In de hoofdstroom worden vrouwen een de marge geplaatst. In de gnostiek had de vrouw wel een wat betere positie. Maar omdat in de toenmalige Grieks-Romeinse wereld de vrouw als het zwakkere wordt gezien is de visie bij de gnostici nu ook niet weer niet zo positief.

Maria Magdalena geschilderd door Lucas Cranach de Oudere in de 16e eeuw

Bas Kromhout op 3 maart 2001 in Hervormd Nederland over Maria Magdalena: "Maria Magdalena is een van de bekendste figuren uit het evangelie. Toch spreekt de bijbel nauwelijks over haar. Er staat dat zij rouwde bij het kruis, als eerste het lege graf en de opgestane Heer zag, en toen snel de andere discipelen zijn boodschap
ging doorvertellen. Lucas vertelt dat van haar 'zeven boze geesten waren uitgevaren'. Verder zwijgt de bijbel over de Magdaleense. Desondanks is zij in de christelijke traditie een eigen leven gaan lijden, dat is omzweemd met erotiek. Als eerste getuige van Jezus' opstanding zou Maria van Magdala een hoge plaats kunnen innemen in de kerkelijke hiërarchie van bijbelse personen. Zij was immers de 'apostel van de apostelen'. Deze positie werd al vroeg in de kerkgeschiedenis overschaduwd door een tweede rol die aan haar werd toegeschreven: die van zondares. Maria Magdalena werd vereenzelvigd met Maria's die opduiken in andere bijbelse episodes dan het opstandingsverhaal. Zij zou de zus van Martha en Lazarus zijn geweest, die Jezus' voeten met mirre had gezalfd en met haar haren afgedroogd. Sommigen stelden haar gelijk aan de overspelige vrouw, die Jezus redde van de dood door steniging en tot wie hij sprak: 'Ga heen en zondig niet mee'"
Dat er in de vroegste tijden christenen zijn geweest die Maria Magdalena beschouwden als Jezus' belangrijkste boodschapster, bewijst het Evangelie naar Maria. Dit boek is in 1896 in Egypte gevonden en na de oorlog vertaald en uitgegeven. Het wordt algemeen gezien als een gnostisch geschrift van voor het jaar 150. Jezus onderwijst er hoe de ziel zich moet bevrijden van de materie. Nadat hij ten hemel is gevaren, neemt Maria Magdalena de lering van de discipelen van hem over."
Aldus Bas de Vroome in Hervormd Nederland.
Uit het Evangelie van Maria waar het gaat over de positie van Maria (en ook over de positie van de vrouw):
"Petrus nam het woord en sprak als volgt over deze dingen. Hij vroeg hun aangaande de Verlosser: 'Heeft hij dan buiten ons om en in het geheim met een vrouw gepraat?  Moeten wij ons soms omkeren en allemaal naar haar luisteren?  Heeft hij aan haar de voorkeur gegeven boven ons?
Toen huilde Maria en zei tegen Petrus: ' Mijn broeder Petrus, wat denk je? Denk je dat ik leugens vertel over de Verlosser?  Levi nam het woord en zei tegen Petrus: ' Petrus, jij bent altijd zo'n driftkop. Ik zie nu dat je redetwist met deze vrouw, zoals de tegenstanders. Als de Verlosser haar waardig bevonden heeft, wie ben jij dan om haar te verwerpen?  Het staat vast dat de Verlosser haar erg goed kent en daarom meer van haar hield dan van ons."

Prof.dr. R.van den Broek in de pauze in gesprek met oud-leerling ds. E.J.de Ruijter

Het Evangelie van de waarheid Christus als leraar (Evangelie der Waarheid)
Naast het Evangelie van Thomas is er het meest geschreven over het Evangelie van de waarheid. Het bevat prachtige en ook moeilijke teksten. Het is een soort preek over de betekenis van Christus en wat de mens is.
Door Christus wordt de ziel zich langzaam van God bewust en wordt de mens verlost uit de staat van de vergetelheid. Dit Evangelie wordt toegeschreven aan Valentinus of aan zijn leerlingen. ( De inleider denkt dat het aan Valentinus moet worden toegeschreven, mede vanwege het hoge kennis en symboliekgehalte) Het is een door en door christelijke tekst. Hier en daar doet het ook denken aan Plato en Paulus: Ontwaakt gij die slaapt!

De Goede Herder
Hij is de herder die de negenennegentig schapen, die niet verdwaald waren, heeft achtergelaten en op zoek is gegaan naar het afgedwaalde. Toen hij het vond, verheugde hij zich, want negenennegentig is het getal dat zich op de linkerhand bevindt, die het omvat. Maar wanneer men de een vindt, gaat het gehele getal over op de rechterhand. (op de linkerhand telde men de tientallen, maar voor het getal honderd werd de rechterhand genomen) Zo ontneemt hij aan wie de ene nog ontbreekt-namelijk de hele rechterhand, die naar zich toehaalt wat er nog aan ontbrak-deze aan de linkerkant en brengt hem over naar de rechter, zo wordt het getal honderd.(Links is het verkeerde en rechts is het goede)
Het teken van wat hun geblaat(eta=8, dat staat voor God de Vader, de ware sabbat en beeld van de rust,de achtste dag) kenmerkt, representeert de Vader. Zelfs op de sabbat heeft hij gewerkt voor het schaap, dat hij in de put gevallen aantrof. Hij redde het schaap het leven door het uit de put omhoog te brengen. Hij deed dit, opdat gij in uw hart weet-gij zijt de kinderen van de kennis des harten-, wat de sabbat is waarop het de verlossing niet past werkeloos te zijn, en opdat gij spreekt op grond van de dag die van boven is die geen nacht heeft ,en van het licht dat niet ondergaat, omdat het volmaakt is.(vgl Mijn Vader werkt tot nu toe, Joh.5:1-11)
"Zoals iemand die sommigen niet kennen, (maar die)  wil dat zij hem kennen en liefhebben,(een bode zendt om hem bekend te maken,) zo is hij (Christus)-want wat ontbrak het Al anders dan kennis aangaande de Vader? -een rustige en toegewijde gids geworden. In scholen trad hij op en voerde als leraar het woord. Wijzen in eigen ogen kwamen tot hem en stelden hem op de proef, maar hij ontmaskerde hen als leeghoofden. Zij haatten hem, omdat het geen echte wijzen waren. Na al dezen kwamen de kleine kinderen, aan wie de kennis van de Vader behoort. Toen zij beves-tigd waren, leerden zij de gelaatstrekken van de Vader kennen: zij kenden en werden gekend, zij werden verheerlijkt en verheerlijkten."
"Dit is het Evangelie van hem die gezocht wordt, dat aan de volmaakten geopenbaard is door de barmhartigheid van de Vader: het mysterie dat verborgen was, Jezus Christus. Daardoor heeft hij hen die zich door vergetelheid in de duisternis bevonden, verlicht. Hij heeft hen verlicht en hun een weg gewezen. De weg nu is de Waarheid die hij hun geleerd heeft." (vgl. het Evangelie van Johannes)
"Daarom was de Dwaling (=is de boze schepper in de gnostische evangeliën) op hem verbolgen en achtervolgde zij hem, zij was in verwarring over hem en werd vernietigd. Hij werd aan een boom genageld en werd zo een vrucht van de kennis van de Vader. Deze vrucht richtte echter niet te gronde doordat men ervan at, maar wie ervan gegeten hebben, heeft hij vergund zich over het vinden te verheugen. Want hij heeft hén in zich gevonden en zij hebben hém in zich gevonden."

Het evangelie is waarschijnlijk een vroeg geschrift van de hand van Valentinus die het in het Grieks schreef. Twee honderd jaar later werd het in het koptisch vertaald. In deze vertaling werd het in Nag Hammadi gevonden.

"Wie het AL denkt te kennen
Maar niet zichzelf
Blijft volkomen in gebreke"
Uit het Evangelie van Thomas
De apostel Thomas

   

   

Bram Moerman: "Gnosis betekent 'kennis', opgevat als innerlijke kennis. Iemand die zichzelf Gnosticus noemt zegt een 'eigen' kennis te hebben over het christelijke handelen en denken. Deze komt uit het innerlijk voort en niet uit een uiterlijke bron. Het goddelijke is in de mens, want de mens is naar het beeld van God geschapen. Het 'Koninkrijk in jezelf', werd hierbij vaak aangehaald als voorbeeld van een uitspraak van Jezus die de gnosis bevestigt." aldus Bram Moerman in zijn boek over de Katharen.

Bram Moerman geeft hieronder enkele verschillen aan tussen het katholieke
en het gnostieke denken.

   

Katholiek

Gnostiek

Erfzonde als uitgangspunt van de leer Persoonlijke vrijheid als uitgangspunt van de leer
Hierarchie/macht als basis van fundament kerk Individu/vrijheid als basis van geloofsgemeenschap
Oude en nieuwe testament geldig Nieuwe testament geldig. Jahweh wrede god. Niet de God van het nieuwe testament.
Geweld veroorloofd geoorloofd voor redding mens. Geweld nooit geoorloofd.
Vertegenwoordiger instituut verzorgt de sacramenten. Dit waren altijd mannen. 'Ontwikkeld' persoon kan de sacramenten verzorgen. Zowel mannen als vrouwen konden sacramenten verzorgen

Terug naar de beginpagina
Naar de Rijnkapel