Beginpagina
Andriesparochie Een vrouw zonder naam, en toch niet vergeten
|
|
Inleiding (Mattheüs 26:13)
Afgelopen donderdag 8 maart 2001, was het internationale vrouwendag. Daarom staat in deze dienst een vrouw uit de bijbel centraal. U ziet haar op de voorkant van de liturgie. Dit is een plaatje uit 1260 uit een psalter van een vrouwenklooster in Basel uit 1260. Dit plaatje, ook wel miniatuur genoemd, is te bewonderen in een museum in Besançon, een plaats in Frankrijk ongeveer 100 km van de Zwitserse grens vandaan. In de middel- eeuwen zo tussen 1000 en 1500 waren de vrouwenkloosters van belang voor de emancipatie van vrouwen. Daar konden zij studeren en zich ontwikkelen. |
|
|
|
| Het plaatje uit het psalter van het vrouwenklooster is heel merkwaardige miniatuur. Dat komt omdat er op de miniatuur twee vrouwen zijn te zien die Jezus zalven. De ene vrouw giet olie over het hoofd van Jezus. De andere vrouw giet olie over de voeten van Jezus. De maker van de miniatuur heeft dit bewust gedaan om de bijbel recht te doen. Het is namelijk zo dat er in de bijbel in de evangeliën bij Mattheüs en bij Marcus gesproken wordt over een vrouw die het hoofd van Jezus zalft. Lucas en Johannes vertellen een zelfde soort verhaal over een vrouw die de voeten van Jezus zalft. | En
zo: b.v. als Maria die de voeten van Jezus
zalft hebt u het verhaal, net als ik
waarschijnlijk vele malen gehoord. Vandaag
willen wij echter stilstaan bij wat de
evangelist Mattheüs ons te zeggen heeft.
Deze evangelist legt andere accenten. Zo
heeft bij Mattheüs heeft de vrouw van de
zalving geen naam. Nu zijn er in de bijbel
en in deze wereld veel van die naamloze
mensen. Maar met deze naamloze vrouw is iets
bijzonders aan de hand. Dat komt al uit in
het thema van de overdenking: De vrouw zonder naam, die niet wordt vergeten. |
|
|
|
| In
de bijbel worden de mensen vaak bij hun naam
genoemd. Van de apostelen weten we zo hun
namen: Johannes, Petrus, Jacobus en noemt u
maar op. Toch staat er soms een verhaal in
de bijbel waar niet de naam van de
betreffende persoon in wordt genoemd.
Vandaag hebben we zo’n verhaal gelezen in
het evangelie naar Mattheüs. Het is het
verhaal van de zalving van Jezus door een
naamloze vrouw. Haar naam is verloren gegaan
tussen alle bekende namen in de bijbel.
Tussen grote namen als Abraham en Sara,
Petrus en Maria. In de bijbel zegt de naam
van iemand, iets over hoe je bent. Eva,
moeder van alle levenden. Jakob, hij die
bedriegt. Als je geen naam hebt wie ben je
dan? Dan ben je een naamloze. Dan ben je
niemand, een onbelangrijk mens. Iemand die
anderen gauw vergeten. Een vrouw zonder
paspoort, zonder naam, zoals ook veel
migranten en asielzoekers geen naam hebben.
Ja waar zullen ze heengaan die mensen zonder
naam die uitgeprocedeerd zij?. En in april
terug moeten of het illegale bestaan ingaan?
Een bestaan in prostitutie of in
criminaliteit? Wat zal er van hen hier rond
Leersum worden als ze het
asielzoekerscentrum worden uitgezet? Mensen
zonder naam, die we niet kunnen negeren als
we er bij bepaald worden. Een naamloze vrouw. En toch zegt Jezus van de vrouw zonder naam dat ze niet vergeten zal worden. En die belangrijk- heid zit niet in wat die vrouw is |
of wat ze zegt, ze zegt
namelijk niets. Geen grote woorden die je
door kunt prikken. Geen woorden rijk aan
inhoud. Haar belangrijkheid heeft ze ook
niet door de bekende naam die ze heeft in
het dorp of door de rijkdom van haar man.
Nee, haar belangrijkheid zit alleen in wat
ze doet. In wat ze zèlf doet. En door
wat ze doet weten wij dat het een bijzondere
vrouw moet zijn geweest. Een gelovige vrouw
ook. Een vrouw met een hart voor Jezus. En
waarschijnlijk ook een rijke vrouw.
|
|
|
|
verklaard door de priester. In ieder geval
telt dat gevaar van besmetting telt niet
voor haar. Want deze vrouw is iemand met een
missie, met een roeping. Ze staat voor haar
zaak. Ze maakt er geen woorden aan vuil.
Zonder woorden doet ze wat ze moet doen. Ze
heeft een vaasje bij zich. Ze breekt de
nauwe hals van het albasten vaasje met
balsem. En ze giet de olie over het hoofd
van Christus. Het is heel dure olie. Olie
voor een koning. Een landarbeider moet wel
een jaar werken voor dit bedrag. En ook voor
de vrouw is het een heel bedrag. Maar ze
geeft wat ze heeft aan Jezus. Ze behandelt
hem als een koning. Zoals de profeten de
koningen van Israël zalfden, giet de vrouw
de kostbare olie over zijn hoofd.
Van koning Saul lazen we hoe hij werd gezalfd tot koning. Door de zalving door de profeet Samuël werd hij als het ware gewijd, bekwaam gemaakt voor het ambt van koning in dienst van God. Jezus is een koning. Maar Hij is geen aardse koning. Zijn koninkrijk is niet van deze wereld. Dat begrepen de toenmalige leiders in Israël niet. En dat is iets wat zelfs zijn leerlingen niet begrijpen. En als zelfs je vrienden je niet meer begrijpen dan ben je wel heel erg eenzaam. Jezus is ook een gezalfde, door zijn Vader toegerust tot het ambt. De naam Christus of Messias betekent zelfs Gezalfde. Een aan God gewijde koning. Een koning? Maar Jezus staat voor zijn terechtstelling! Niemand zal als Hij terechtstaat nog geloven dat Hij de koning van de Joden is. En toch behandelt de vrouw Jezus als een koning. Binnen afzienbare tijd zal het lichaam van de Heer waarover nu de kostbare olie druipt, gefolterd worden en de kruisdood ondergaan. Heeft ze een vermoeden van wat er zal gaan gebeuren? Weet ze meer dan de discipelen die niets over lijden en sterven van hun meester willen horen? Bewijst ze Jezus haar liefdedienst omdat ze vermoedt wat er gaat gebeuren? We weten het niet. Maar overeind blijft: In het aanschijn van de dood heeft een naamloze vrouw Jezus geëerd als een koning. De discipelen zijn boos om het geld dat ze verkwist. Het geld dat de olie waard was had toch veel beter aan de armen gegeven kunnen worden? Maar ook de boosheid van de leerlingen van Jezus weerstaat de vrouw vanuit een weten en een willen dit zalven te moeten doen. |
Er zijn momenten in het
leven dat we niet meer vragen hoeveel iets
kost. Dat we ons niet afvragen of wat we
doen ons iets oplevert. Dat we ons niet
afvragen of wat we doen ons schaadt. Het
zijn de momenten waardoor we boven onszelf
worden uitgetild en komen tot een acte
gratuit. Een alles geven uit liefde. Mystici
noemen zo’n schijnbaar doelloos maartoch ook
zo bewust handelen waarin al de vragen
verstommen, een toestand van het zonder -waarom
zijn. Je stelt jezelf geen vragen meer
waarom je iets doet. Je maakt geen
afwegingen meer. Zijn en werken vormen dan
een prachtige eenheid. Een eenheid zoals dat
het geval was bij die naamloze vrouw. Dat
belangeloze veelzeggende handelen maakt dat
zij niet vergeten zal worden. Jezus is
getroffen door haar bemoedigende daad, nu
Hij zo eenzaam is en zijn dood zo dichtbij
lijkt. Zij laat zien dat ze hem, de koning
die niet van deze wereld is, maar toch een
koning, eert en begrijpt. Het geeft de Here
Jezus moed om zijn weg verder te kunnen
gaan. En de Heer zegt: Overal waar ook ter
wereld de goede boodschap wordt verkondigd,
daar zal ook ter herinnering aan haar, In
Memory of her, verteld worden wat zij heeft
gedaan. |
|
|
|