| |
|
De ene prins
is de andere niet… of wel? |
|
|
|
 |
|
|
|
Een man moet nakomelingen hebben en het
liefst zonen. Sarai weet er alles van, maar
zij kan Abram geen kinderen geven. Misschien
dat het haar slavin Hagar lukt.
Vanaf het moment dat Hagar zwanger is, voelt
Sarai zich ellendig. Vooral ook omdat Hagar
doet alsof ze meer is dan Sarai. Die wordt
zo kwaad op Abram en Hagar dat Hagar de
woestijn in vlucht. Daar roept een stem haar
naar de bron om water te drinken. En dan
moet Hagar terug, want haar kind is ook een
kind van Abram. Ismaël zal hij heten. God
heeft gehoord, betekent het.
Bij de grote eiken van Mamre ontmoet Abram,
jaren later, drie mannen. Natuurlijk nodigt
hij hen uit. Hij vraagt Sarai brood te
bakken en slacht zelf het gemeste kalf. De
mannen hebben een boodschap voor Sarai: over
een jaar zal zij een kind hebben. Sarai moet
erom lachen: zij en Abram zijn al |
oud! Maar voor God is niets onmogelijk,
denkt ze. En als na een jaar hun zoon wordt
geboren, noemen ze hem Isaäk. Zijn naam
betekent zoiets als ‘hij maakt ons aan het
lachen’.
Twee prinsjes, Ismaël en Isaäk. Allebei
zullen ze stamvader worden van een groot
volk. Ismaël is de oudste en hij voelt zich
heel wat, maar zijn moeder is slavin. Isaäk
is de jongste, maar hij is wel de zoon van
Sarai. Wie zal erfgenaam worden? Sarai
vraagt Abram Hagar en Ismaël weg te sturen.
De woestijn in. Het valt Abram zwaar, maar
God zal ook voor Hagar en Ismaël zorgen.
Gods belofte geldt voor allebei: ze zullen
het begin zijn van een groot volk.
Christien Duhoux-Rueb
|
|
|
|
|
|
 |
|
Jongeren |
|
|
|
|
|
|
|
Gebed
God,
Wie telt er mee?
En wie telt er meer?
Voor ons is het belangrijk
om te weten wie de beste is,
wie de knapste en
wie de grootste is,
wie de belangrijkste is...
Wie telt er mee in uw ogen?
Of let u op andere dingen dan wij?
Ziet u juist de mensen
die wij over het hoofd zien
en hoort u juist de mensen
die niet zo’n grote mond opzetten. |
Leer ons luisteren naar u
zodat wij leren luisteren
naar wie geen stem heeft.
Leer ons zien
wie anderen niet zien staan
en leer ons geloven in uw belofte
op toekomst voor iedereen.
Amen
Christien Duhoux-Rueb
|
|
|
|
|
 |
| |
|
De ringparabel |
|
  |
|
Alledrie de
mooiste ring
‘Christenen zijn beter dan moslims’, had een
klasgenoot van Sara die ochtend op het bord
geschreven. Een jongen had eronder gezet:
‘En joden zijn het best’. Er was daarna
tijdens de dagopening een felle discussie
ontstaan, wat nou het beste geloof was. Toen
zei de mentor dat het gesprek hem deed
denken aan de ringparabel. Dat verhaal van
de Duitse schrijver Lessing gaat ongeveer
zo:
‘Een oude moeder had drie dochters. In de
familie werd al generaties lang een
prachtige ring doorgegeven van moeder op de
meest geliefde dochter. De moeder, die wist
dat ze niet lang meer zou leven, wilde geen
keuze maken tussen haar dochters, want ze
hield van alle drie evenveel. Dus liet ze
een juwelier komen en vroeg hem om twee
ringen te maken die exact leken op de
familiering. De juwelier kwam terug en
inderdaad: de drie
|
ringen waren niet van elkaar te
onderscheiden en allemaal prachtig glanzend.
Hij gaf de garantie dat nooit meer te
achterhalen zou zijn wat de oorspronkelijke
ring was. Aan alle drie haar dochters gaf de
moeder de zegen en een ring. Hun leven lang
bewaarden de dochters de ring en niemand van
hen vroeg zich meer af welke nou de echte
was.’
Tijdens de mentorles later op de dag hadden
ze nagepraat over het verhaal. Daarna
fietste Sara naar huis en dacht: ‘Eigenlijk
geldt dat ook voor meningen; je denkt altijd
dat je eigen geloof en je eigen mening het
beste zijn en het meest waar; hoe kan je dat
eigenlijk zo zeker weten?’
Aat
van der Harst,
onderwijsadviseur bij CPS in Amersfoort. Hij
is trainer en coach van mentoren.
|
|
 |
|
Naar de beginpagina |
|
|
|
Uit " Een Zoutkorrel voor
elke dag, SGO uitgeverij, Hoevelaken, 2009" |
|
|