|
|
|
|
Kerstspel in de Johanneskerk 2 |
|
|
op 25-12-2008 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Hoor daar klinken drie slagen. En
er wordt gezongen: Nu daagt het in het Oosten. Als het eerste couplet
bijna is afgelopen wordt Alexander wakker en kijkt meteen naar de klok. Hè
nu houdt de muziek al weer op. Maar wacht eens even: Telkens als ik naar
de klok kijkt hoor ik niets. Maar als ik niet naar de klok kijk, dan gaat
het zingen door. Hij probeert het uit, hij kijkt nu niet. En het
zingen gaat door in een tweede couplet: |
|
|
|
|
|
Alexander kan niet meer slapen,
nu hij weet hoe de klok van verwachting werkt. Zal hij de klokkenmaker
gaan halen? Maar ja, |
|
|
|
|
|
Meneer Joachim, bent u dat? Ja ik kon niet slapen. Ik moest steeds maar denken aan de klok van verwachting. Maar wat doe jij hier midden in de nacht? Meneer Joachim, ik heb het gevonden. Ik wilde wachten tot het luikje open zou gaan, maar ik viel in slaap. Toen werd ik opeens wakker.Ik hoorde de klok slaan en daarna muziek. Maar als ik naar de klok keek, dan stopte de muziek. Je zou toch verwachten dat de muziek uit de klok kwam. Ja dat is ook zo, maar als ik naar de klok keek, stopte de muziek. |
|
|
|
|
|
De klokkenmaker en zijn leerling zijn zo druk aan het praten, dat ze even niet horen dat de klok vier keer slaat. |
|
|
|
|
|
De klok slaat vier keer. De herder verschijnt voor het luikje |
|
|
|
|
|
Wacht even Alexander. Nu hoor ik ook zelf zingen: Midden in de winternacht, ging de hemel open. Die ons 't heil der wereld bracht, antwoord op ons hopen. Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet. Laat de citers gaan, blaast de flluiten aan, laat de bel, laat de trom, laat de beltrom horen, Christus is geboren. (Voor het lied: klik hier) |
|
|
|
|
|
De klokkenmaker kijkt naar de klok. Nee meneer Joachim niet naar de klok kijken. Alexander trekt hem bij de mouw. |
|
|
|
|
|
Ze kijken niet naar de klok. En dan klinkt het tweede
couplet: |
|
|
|
|
|
De engelen zorgen ervoor dat de klok slaat en begeleiden de liederen met hun muziekinstrumentjes |
|
|
|
|
|
En Daan begeleidt de liederen van het kerstspel op de piano |
|
|
|
|
|
De klokkenmaker en zijn leerling lopen naar buiten. Overal vandaan klinkt de muziek. Kijk daar is een heel fel licht. Zou dat het licht zijn dat iedereen verwacht? Kom meneer Joachim, we gaan er heen. Ze gaan er op af. Onderweg komen ze mevrouw Sophie tegen. Ze vertellen haar alles over de klok. Zij loopt met hen mee. De deurwachter, Johannes, Maria en de herder, sluiten er achteraan. |
|
|
|
|
|
Ik heb prachtig nieuws zegt de
engel. Iedereen wacht al zo lang op het licht in deze donkere wereld.
Het is gekomen! Jezus is geboren! |
|
|
|
|
|
De stoet gaat nu naar de stal. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
En dan komen ze bij de stal en Jozef wijst met zijn vinger naar het Kind. |
|
|
|
|
|
En samen met de gemeente zingen ze het laatste couplet van het lied |
|
|
|
|
|
Zie daar staat de morgenster, stralend in het duister |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
De kinderen gaan naar de kindernevendienst |
|
|
|
|
|
|
|
|
Daan improviseert tijdens de collecte |
|
|
|
|
|
De engelen mogen meehelpen met de collecte |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
Plaatje van Kerstmis van het project van de NZV |
|
|
|
|
|
En na afloop van de viering is er koffiedrinken |
|
|
|
|