|
Commissie Kerk en Israël |
|
|
J o o d s
e h u m
o r |
|
|
|
|
|
|
|
|
De spreker van deze avond, de heer Ralph Prins uit Den Haag, is een veelzijdig kunstenaar. Hij fotografeert, tekent en schildert portretten. Tevens heeft hij in ons land joodse oorlogsmonumenten gemaakt. |
|
|
|
|
|
Humor is: Wenn man trotzdem lacht |
|
| Zo op het oog
lijkt het werk van de heer Prins niet veel
te maken te hebben met het onderwerp van
deze avond: Joodse humor. Maar die
verbinding is er wel. In alles wat hij maakt
zit iets van het kruid van de humor. De
spreker is geïnteresseerd in mensen en hun
humor. En gefascineerd om te ontdekken
waarom mensen lachen. Vanavond gaat het om de Witz, een bijzondere vorm van (joodse) humor. Hiervan zegt Freud: "Witz is het wapen van de man, die noch met zijn zwaard noch met zijn verstand rechtstreeks kan of wil aanvallen, het is het wapen van de verslagene, die in het geheel niet denkt aan de mogelijkheid van een overwinning." (Het joodse volk heeft vaak onder grote druk geleefd. Aan de ene kant was er de druk van de vijandige omgeving. Aan de andere kant was er de druk van de machtige eigen traditie. Strijd om voorschriften draaglijk te maken. Maar ook was er de worsteling om tot een eigen persoonlijke ethiek te komen. Op de achtergrond klinkt er iets van het messiaanse dromen in door. De Witz is ontstaan uit de weerloosheid van de Jood in ballingschap. Wanneer de strijd niet meer mogelijk is, blijft de Witz over als een laatste wapen.Red.) Van de Witz is niets waar. En toch is deze meer waar dan de werkelijkheid kan zijn. |
Als het joodse gezin bijeen is worden er
Witzen verteld. Een Witz is iets anders dan
een mop. Hij is anoniem en ligt soms dicht
bij de anekdote. Bij een barak in Auswitz staan mensen. Ze staan daar op appel. Er is een SSer bij. Hij heeft een hond aan de lijn. Zo'n herdershond die getraind is om te verscheuren. Tegen de mensen die daar staan zegt de SSer. Ik heb een vals oog. Maar dat oog is geleverd door een groot vakmens. Welk oog is het kunstoog? Wie het goed heeft die kan blijven, wie het fout heeft is voor de hond. Een hand gaat omhoog. Wat wilt U? Dat is heel makkelijk te zien, zegt de ander. Het is het linkeroog. Hoezo? Das sieht so menschlich aus. De Baäl shem tov (de drager van de goede naam), de stichter van het chassidisme waar de liefde en de warmte kenmerkend zijn en niet zozeer het intellectuele, is een bron van Witzen. Zijn leerlingen schreven de gesprekken op die er waren. Zoals dit bijvoorbeeld. Wat is het ergste verdriet? Dat je het niet aan een ander kunt vertellen. Of dit: Rav (=rebbe) hoe komt het toch dat je altijd de mensen die problemen hebben zo goed raad kunt geven? Rav: Je hoeft niets anders te doen dan je ziel te hechten aan die van een ander. |
|
|
|
| Er zijn twee broers. De één
ziet kans om naar Amerika te gaan. De ander
niet. De amerikaanse jood heeft met zaken
doen veel verdiend. In New York heeft
hij een groot huis met een grote tuin. Met
zijn eigen vliegtuig vliegt hij naar het
Rode Kruis in Genève. Daar vraagt hij naar
het dossier van zijn broer. En hij vraagt
het Rode Kruis of ze alles wat ze maar
kunnen doen, doen om zijn broer te vinden.
Voor de onkosten laat hij een cheque achter
die niet is ingevuld. Zijn broer bleek in Auswitz te zijn. Bij de bevrijding krijgt de amerikaan bericht dat zijn broer is gevonden. Het vliegtuig haalt hem op. Ze ontmoeten elkaar in Amerika. Ze gaan naar het huis van de rijke man. En ze praten niet. Een butler brengt de man naar zijn kamer. Daar ligt alles klaar: nieuwe kleding, spullen om een bad te nemen en zich te scheren...Ik kom u over een uur halen, zegt de butler. De man maakt zich klaar. En na een uur wordt hij opgehaald. De butler brengt hem naar de bibliotheek, klopt er aan en doet de deur open. Maar dan ziet de arme man iets vreselijks. De rijke man leest in zijn boeken. De arme man ziet: boeken, boeken, boeken. Maar aan één wand, geen boeken. Daar hangt een groot portret van Adolf Hitler. Mein Gott, bist du verrückt geworden? roept de arme man uit. De rijke man zegt: Nee dat is tegen de heimwee. En dan omarmt hij zijn broer. |
Bekend zijn de
Moos en Sam verhalen. Het zijn verhalen met
prototypen (die karakterestieke kenmerken
hebben). Ze liggen dicht bij de comedia dell
arte. (een komisch toneelgenre waarin veel
wordt geïmproviseerd met bepaalde typen die
steeds terugkeren zoals: de bange stedeling,
de slimme meid, de opschepper, de verwaande
vrek, de geliefden enz. Red.) Er zijn Witzen op drie niveau's: 1. De absolute grove moppen, bijvoorbeeld van de werkers in de diamantwereld. 2. Die van de middenstand 3. De intellectuele moppen. Vervolgens vertelt de heer Prins één mop op de bovengenoemde drie manieren. 1. Moos komt onverwacht thuis. Hij ziet zijn vrouw niet, maar hij hoort boven vreemde geluiden. Hij gaat de trap op. Doet de deur van de slaapkamer open. Saar schrikt vreselijk. Er ligt een vreemde bult onder de dekens. Moos zegt tegen Saar: Wat is dat? En hij wijst op de schoenen die onder de dekens uitkomen. Saar antwoord niet. Moos vraagt het nog eens. Maar er komt geen antwoord. Nu vraag ik het voor de laatste keer zegt Moos. Van wie zijn die schoenen? Van... Bata klinkt onder de dekens vandaan. |
|
|
|
| 2. Moos komt thuis. En zegt
bij zichzelf: Hé wat is dat voor gerommel daarboven? Hij loopt de trap op om te gaan kijken. In de slaapkamer vindt hij een verschrikte Saar en hij zegt: Wat heeft dat te betekenen? Hij loopt naar de kastdeur die een beetje open staat en trekt de deur verder open. Daar staat zijn beste vriend, naakt. Wat doe jij hier, vraagt Moos. Zegt zijn vriend: Je zult het niet geloven. Ik wacht op lijn vier. 3. Moos komt onverwachts thuis. Meteen loopt hij door naar boven. En doet de slaapkamerdeur open. Wie hij dacht dat zijn vriend was ziet hij in bed liggen. Wat krijgen we nou? Nou weet je tenminste hoe de zaken liggen zegt zijn "vriend" . Moos stelt voor erom te spelen. Hij schudt en deelt de kaarten. Moos pakt zijn portemonnaie, zoekt en zoekt... Ha daar heeft hij het eindelijk: een halve cent legt hij neer. Waar dient dat voor? Zegt Moos: om het spannend te maken. |
Door de Witzen
leer je ook de mensen en de beroepen kennen.
Er is bijna geen beroep waar geen Witz over
is. Paus Pius XII is overleden. Aan de hemelpoort wordt hij door Paulus ontvangen. Welkom, welkom. Wat kunnen wij voor u doen? Nou ik heb al heel lang een vraag die me erg bezig houdt. Een vraag voor Maria. Ik zal vragen of u bij haar terecht kunt. Even later: Ze wil u ontvangen. Als u deze grot ingaat is het derde opening rechts. Al gauw ziet de paus Maria zitten. Pius knielt voor haar neer en vraagt: Wat dacht u toen u voor het eerst uw zoon in de armen hield? 'k Wou dat het een meisje was! |
|
|
|
| Een meisje
heeft drie amants. Dat bevalt haar vader
helemaal niet. Vader, die rebbe is vraagt
z'n dochter: Mag ik voor je kiezen wie van
de drie het zal worden? Z'n dochter stemt er in toe. En hij gaat naar de eerste toe en zegt: Op sjabbes zie je een euro liggen. Wat doe je? Ik zet m'n voet erop tot de sabbat voorbij is. De rebbe gaat naar de tweede toe en vraagt wat zou jij doen? Ik zou het oprapen en in mijn zak steken zegt deze. De derde minnaar antwoordt op de vraag wat hij zou doen: Het is nog geen sjabbes en er ligt nog geen euro. Jij bent het die ik zoek, zegt de rebbe. Poolse Joden dragen vaak lange jassen en lokken. Op hun hoofd hebben ze een zwarte hoed. Zo een gaat naar Japan. Hij verblijft en eet in kosjere hotels enzovoorts. Op vrijdag wordt hij door een tolk opgehaald en gaat naar sjoel. Alles is er maar ja het zijn allemaal Japanners. Hij wil graag met de rabbi spreken. En dat laat hij vragen door de tolk. Na de dienst vraagt de poolse man aan de japanse rabbijn: Bent u een echte rabbijn? Dat zou ik denken: Ik heb gestudeerd aan het Hirsch Seminarie in New York. Waarop de rabbijn vraagt: Ja neemt u mij niet kwalijk. Bent u eigenlijk wel Joods? U ziet er helemaal niet Joods uit. |
Een man kan
maar geen moppen onthouden. Hij gaat naar
een feestje zonder zijn vrouw. Op het
feestje zegt een man tegen zijn vrouw. Vrouw
help me even. Ze haalt een handje bonen. Hij
laat ze over de tafel strooien , neemt een boon tussen zijn vingers en zegt:
Mensen wat is dit? Dat is boon aparte. De hoofdpersoon gaat gauw naar huis en roept zijn vrouw. Vrouw ik kan een mop vertellen. Dat ik dat mag meemaken zegt zijn vrouw. Ze gaat naar de keuken. Kom eens hier met een handje bonen. Ze heeft geen bonen. Maar wat dan. Komt ze met een doosje lucifers. Strooi maar op de tafel zegt de man. Vrouwtjelief wat heb ik hier zegt hij en pakt een lucifer tussen zijn duim en wijsvinger. Dat is een lucifer, zegt ze. Verrek zegt hij, je zou zweren dat het Napoleon was! Een joodse
moeder heeft een zoon. En die wordt 30. Voor
zijn verjaardag stuurt ze hem twee mooie
stropdassen als cadeautje. Gaat hij bij zijn
moeder op bezoek en denkt 'k zal maar één
van die dassen aandoen die ze me gestuurd
heeft voor m'n verjaardag. Zegt zijn moeder:
Die ander was zeker niet goed genoeg. |
|
|
|
| Een man gaat naar een psychiater. Deze zegt
tegen hem: Ik heb goed nieuws! U bent al 12
jaar in behandeling voor een
minderwaardigheidsgevoel. U hoeft niet meer
terug te komen, want u bent minderwaardig. Moos heeft een vervelende afwijking. Hij stottert heftig.Hij ziet een bord met: arts. Er komt een net een vriend van vroeger uit de deur. Bbbbram wwas je bij de dddokter? Wwwat is er mmet je? Ik heb een prostaatontsteking. Een ppprosttttaaatt...? Wwwat is dddat? Bram: Ik plas zoals jij praat. In een Witz zoals deze wordt precies uitgelegd wat de ziekte is. Op een snelle manier, die ook nog eens wordt begrepen. De stotteraar wordt niet naar beneden getrokken, er blijft een buffer. Een schuine joodse mop kent Ralph Prins niet. Soms raakt het er aan : zoals bij onderstaande mop. Moos is in Napels. Opeens struikelt hij. Gelukkig het loopt goed af. Hij heeft geen pijn. Allen zijn zool is geklapt. Ah daar ziet hij een laars aan een gevel hangen. Hij klopt op de deur. Was wollen Sie bromt de winkelier. Moos doet zijn schoenen uit. Kunt u dat repareren? Nee. Is die laars van u? Ja. Wat bent u dan? Besnijder. Wat had u dan gedacht dat ik buiten moest hangen? Bij het meer van Tiberias is een priester die wordt rondgeleid door een jonge jood. Ze zien daar een visser van een klein bootje, die overboord slaat. De jood loopt over het water en probeert hem de boot in te hijsen. De priester denkt dat doe ik ook. Maar hij zakt weg in het water. De Jood vraagt: Heb je de stapstenen niet gezien? |
De spreker,
Ralph Prins eindigt met een verhaal: In een pools dorpje is een sterfbed van een rebbe. Zijn drie zoons die ook rebbe zijn, zijn bij hem. Vlak voordat de zieke sterft roept hij uit: Soep uit Koetsjenav. Na de begrafenis gaan de drie zoons naar dat dorpje op zoek. Is hun vader daar soms vroeger ergens aan de deur geweest? Nee nergens. Maar in het bos is er nog een hutje van de allerarmste vrouw. En ja zij heeft jaren geleden, hun vader aan de deur gehad. Ze gaan naar binnen. Hoe ging dat toen die man hier was? O hij had vreselijke trek. En toen heb ik soep voor hem gemaakt. Zouden wij ook iets van die soep mogen hebben? O stelt u zich hiervan niets voor. Ik heb niets. Ze prevelt wat boven een kom. En geeft de drie mannen soep. Dat smaakt naar het paradijs! Zeggen ze. Ja, dat zei die man toen ook. Kunnen wij het recept van u krijgen? Ik heb helemaal niets. Alleen water in een kom. En dan zeg ik: Lieve God schenk mij nog wat kruiden van het paradijs.. Dat was alles.... Alles wat je doet, je hoopt dat het zegen brengt. Het is niet afdwingbaar. De humor van het Zenboeddhisme is dezelfde als die van het chassidisme. Zenpriesters hebben de gelofte afgelegd om niet te praten. Twee van hen trekken de bergen door van schrijn naar schrijn. Bij een bocht in de weg is een plas. Aan de andere kant daarvan staat een jonge vrouw die er overheen wil. Eén van de monniken tilt de vrouw op en zet haar over de plas. Als ze bij de volgende schrijn zijn, zegt een andere priester. Ik moet even met je praten. Je weet donders goed dat je niet aan een vrouw mag komen. Waarop de ander zegt: Ik heb haar opgetild en over de plas gezet. Maar mij schijnt dat jij haar nog steeds draagt. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|