“Zingt de Heer een nieuw lied”
Herman Stokmans

Zondag Jubilate en Cantate

   

‘Zingt de Heer een nieuw lied, zingt de Heer, gij ganse
 aarde’ (Psalm 96:1).
‘Zingt de Heer een nieuw lied, want Hij heeft wonderen
 gedaan’ (Psalm 98:1).
‘Halleluja. Zingt de Heer een nieuw lied’ (Psalm 149:1).
‘Zij zongen een nieuw gezang’ (Openbaring 5:9).
‘Zij zongen een nieuw gezang voor de troon” (Openbaring 14:3) en‘Zingt de Heer een nieuw lied, zingt de Heer, gij ganse aarde’, want God heeft ons hart vrolijk gemaakt door zijn lieve Zoon, die Hij voor ons gegeven heeft tot verlossing, van zonde, dood en duivel. Wie dit met ernst gelooft, die kan het niet laten: Hij moet er vrolijk en lustig van zingen en spreken, opdat anderen het ook horen en dichterbij komen.Daarom doen de drukkers er wel aan dat zij vlijtig goede liederen drukken’.

( Dr. Martin Luther in zijn voorwoord tot het Gezangboek van Valentin Babst van 1545. Ook opgenomen  als motto
van het Gezangboek van de Evangelisch Lutherse Kerk van 1955
).
 

De derde en vierde zondag na Pasen (respectievelijk 11 en 18 mei 2003) heten in de kerkelijke  taal: Zondag Jubilate en Zondag Cantate. Dat zijn muzikale benamingen! Het zijn ook de Latijnse beginwoorden van de Antifonen (=keerverzen) bij de psalm voor die zondag. De tekst daarvan luidt: ‘Jubilate Deo, omnis terra’ (=Ps. 96:1) en ‘Cantate Domino, canticum novum’ (=Ps. 98:1). Op die Latijnse teksten zijn door de eeuwen heen vanaf het eenstemmige Gregoriaans tot heden aan toe eenvoudige en monumentale composities ontstaan voor ge-mengde stemmen met of zonder begeleidende instrumenten. In andere talen zijn composities geschreven op identieke teksten als ‘Singet dem Herrn ein neues Lied’, ‘O sing unto the Lord a
new song’ en ‘Chantez au Seigneur un cantique nouveau’, om enkele voorbeelden te  noemen.

                         

Aansluitend op het bovenstaande Luthercitaat volgt nog een citaat (in vertaling) uit het voor-woord dat Luther schreef  bij zijn uit het Grieks vertaalde Nieuwe Testament van september 1522: “Evangelie is een Grieks woord (euanggelion) en betekent goede boodschap, goede tijding (‘Mär’), goed nieuwsbericht, waarvan men zingt, spreekt en vrolijk is”. Beide keren wanneer het over ‘zingen en spreken’ gaat in de tekst van Luther is dat een kenmerkende uitspraak van hem. In het bekende kerstlied “Uit hoge hemel daal ik neer” (Gezang 133 in het Liedboek voor de Kerken) komt het ook voor, wat alleen in het Duits weergegeven kan worden:

 ‘Vom Himmel hoch da komm ich her,
 Ich bring euch gute neue Mär,
 Der guten Mär bring ich so viel,
 Davon ich singen und sagen will’.

Vanaf de tijd van de Reformatie (16de eeuw) ontstond een ware liederenlente voor de Kerk.

Denk aan de dichters en componisten rond Martin Luther en Jean Calvin. Aan de laatst-genoemde en zijn medewerkers hebben wij de complete Psalmberijming te danken. Het aantal melodieën daarvan is redelijk ingeburgerd. Dat zijn 129 melodieën, waarvan 20 tweemaal en 4 driemaal afgedrukt staan. Conclusie: we houden dan over: 129 melodieën minus 52 maakt 77 melodieën. De overige 21 Psalmen zijn in doorsnee niet bekend, die vallen dan onder de categorie ‘een nieuw lied’. NB. Onder die 129 bekende melodieën staan ook berijmingen

die nooit gezongen worden! Dat geeft te denken. Vroeger vanaf de zestiger jaren van de 16de eeuw bestonden er tabellen voor het zingen van alle 150 Psalmen!  Maar genoeg over die tijd!

Ruim 400 jaar later, eveneens in de zestiger jaren, komen we weer in een nieuwe kerkelijke liederenlente terecht, zowel bij de Rooms-Katholieken (na het 2de Vaticaans Concilie, 1962-’65) als bij de reformatorische kerken.De belangrijkste dichters van het Liedboek voor de Kerken zijn beschreven in een opstel, dat ik eens las, onder de titel “Zeven was voldoende, vijf en twee”, de eerste regel van Gezang 57 A/B. Met ‘de vijf’ worden uiteraard bedoeld: Willem Barnard, Ad den Besten, Muus Jacobse, Jan Willem Schulte Nordholt en Jan Wit. De twee anderen Tom Naastepad en Huub Oosterhuis zijn van Rooms-Katholieke huize.

In het Register achterin het Liedboek voor de Kerken staat aangegeven voor welk gezang welke dichter een bijdrage heeft geleverd.

Hét Gezang dat thuishoort in de kerkdienst van Zondag Cantate (zie boven) is Gezang 225: “Zingt voor de Heer een nieuw gezang”, waarin wij driemaal worden aangespoord ‘de Heer een nieuw gezang te zingen’. De tekst is van Willem Barnard (1920). De melodie daarbij is geschreven door Frits Mehrtens  (1922-1975).

Het Gezang “Zingt Jubilate voor de Heer”, wat jammer genoeg niet in ons Liedboek staat is eveneens door hetzelfde duo geschreven. Beide liederen zijn zo’n veertig jaar geleden ont-staan voor de zgn. Nocturnediensten die in de Amsterdamse Maranathakerk werden uitge-probeerd. Die diensten werden ook ‘kweekplaatsen voor het nieuwe kerklied’ genoemd.

Het lied Jubilate heeft een voorloper in Psalm 104, de psalm over de schepping. Iedere strofe begint met de woorden ‘Zingt Jubilate’, waaraan vervolgens ‘hemel en aarde’, ‘mens en dier’, ’sterren en stenen’, ‘vogels en vissen’, ‘licht en water’, ‘bloemen en bomen’ gekoppeld wor-den. De Drieëenheid komt er ook in voor: de Heer (Vader), de Zoon en de Geest Tussen twee haakjes het Vlaamse R.K.-Liedboek (1977) heet ook ‘Zingt Jubilate’, daarin staat dit Gezang onder nummer 401. In de Nederlandse R.K. Gezangen voor Liturgie (1996) vinden we haar onder nummer 563. In de nog lopende serie ‘Zingend Geloven’ (Bijdragen tot de ontwikkeling van het nieuwe kerklied) deel 3 komen we haar tegen onder nummer 23. Van Zingend Gelo-ven zijn er al zeven delen verschenen van 1981 tot 2000. Er is nog veel over ‘het nieuwe lied’ te melden!           

   

terug naar de beginpagina