Laten
wij
bidden:
God
we
zeggen
wel
telkenmale
in ons
kyriëgebed:
Uw
schepping
is in
nood:
De
mensen,
de
schepping
zelf,
de
dieren
op het
veld.
En hoe
dichtbij
is dat
alles.
Hoe
vreselijk
dichtbij
God,
is daar
dan
opeens,
die
leegte.
Een leeg
Nederland
waaruit
alle
dieren
zijn
verdwenen,
op stal
staan.
De
weiden
kaal,
de
stallen
overvol
uit
angst.
Angst,
angst en
angst.
God wat
een
gesel
die over
Europa
trekt,
waarmee
wij
geslagen
worden
in
solidariteit
met alle
boeren,
de
veehouders,
allen
die
betrokken
zijn bij
deze
ramp.
Zo
dichtbij,
zo
afhankelijk,
zo
kwetsbaar
wij
allen
zijn.
Wij
bidden
om Uw
ontferming
over
allen
die
getroffen
zijn.
Die hier
mee te
maken
hebben.
Die hun
toekomst
geruimd
zien
worden,
zoals we
dat
zeggen;
Een
toekomst
die
geruimd
wordt.
God wat
een
nood,
wat een
triestheid.
Wij
bidden
voor
allen
die
verder
moeten
en zich
opnieuw
moeten
bezinnen
op hun
leven.
God
ontferm
U.
Dat er
wijsheid
mag zijn
bij
allen
die
regeren
en
hierin
een weg
moeten
zoeken.
Dat er
kracht
mag zijn
en
troost
om dit
alles
weer een
plek te
geven.
Heer
ontferm
U over
Uw
schepping,
over Uw
mensen
en over
Uw
dieren.
Amen.