C o m m i s s i e   K e r k   e n   I s r a ë l

klik op een rode knop om te gaan naar de pagina van uw keuze

  Beginpagina  

bijbelse etsen   

kunst en kerk

Chassidische verhalen
 
Joodse liederen 
op18-03-2002 in de Andrieskerk in Amerongen

Met Nico ter Linden als verteller 
   Lija Hirsch (zang) en Gertru Pasveer(harp)


Verhalen verteller Nico ter Linden was al tijdig aanwezig in de Andrieskerk te Amerongen. In verband met verkeersoponthoud in Leersum kwam de harpiste veel later. Daardoor begon de bijeenkomst van de commissie Kerk en Israël een kwartier later dan gepland. Rechts signeert de schrijver een boek.

Op de boekentafel was een primeur te vinden: het vijfde deel van "Het verhaal gaat" 
bleek net uitgekomen. Naast boeken, lagen er ook enkele CD's.

Er waren veel mensen op deze laatste avond van de commissie Kerk en Israël afgekomen. 
Hier zitten de mensen nog te wachten op het stemmen van de harpiste


  


Gertru Pasveer

De voorzitter van de commissie Kerk en Israël, dhr. J. Sluis (links) heet de aanwezigen welkom. Waarom bestaat deze commissie? Voor de uitleg van de boeken van de bijbel hebben we uitleg nodig om het goed te kunnen begrijpen. Er is een afstand in cultuur, tijd en taal. Die moet overbrugd worden. En de commissie probeert daar handen en voeten aan te geven.
In de cultuur van het joodse volk zijn verhalen belangrijk. Zoals het verhaal van de uittocht op de Seideravond. Veel mensen hebben zich door die verhalen staande weten te houden. Maar ook nu nog kunnen we ervan leren en mogen we er van genieten.

Lija Hirsch (links, die het zingen van de joodse liederen voor haar rekening nam) en Gertru Pasveer (die als har- piste de begeleiding verzorgde). Zij wisten de balans met de verhalenverteller goed te bewaren, hielden de sfeer vast en zorgden toch ook voor een eigen muzikale inbreng. En dit alles in een voortreffelijk samenspel met elkaar.

Korte inleiding op het chassidisme door M.E.L.Verburg-de Waard

Het chassidisme is in het begin van de 18e eeuw ontstaan in de Oekraïne. En waaierde daarna uit naar Oost Europa. Het is een joods religieuze beweging van een orthodoxe kleur. Het heeft vele mensen geholpen in moeilijke tijden, wanneer wanhoop, zwaarmoedigheid of ontreddering hen dreigden te overmeesteren. De stichter van de beweging is Israël ben Eliëzer van Mesbiez ,ca 1699 - 1761, die ook wel de Baäl Sjem Tov, de meester van de goede naam, wordt genoemd. Het chassidisme dat met name uitgaat van kabbalistische* bronnen, is de leer van de vreugde bij het dienen van God. Dit dienen wordt gesteund door liefdevolle daden. De intentie, de bedoeling die de drijfveer is van de daden, is hierbij van groot belang. 
Wie zo leeft draagt ook bij

aan de komst van de Messias. Het gebed is een belangrijk middel om tot vreugde en vervoering te komen. Hierdoor konden ook eenvoudige mensen hun geloof beleven. De tsaddik, de volmaakte rechtvaardige, is de geestelijke leider. Door studie en gebed helpt hij zijn gemeenteleden en bidt voor hen tot God. Zodat ze komen tot een blijdschap aan het leven zoals het is.
De verhalen over de tsaddikiem zoals Nico ter Linden die voordraagt, leiden mensen binnen in die wereld van vreugde en eenvoud. Laten we naar hem luisteren.

* met name wordt de kabbala geïnspireerd door de eerste vijf hoofdstukken van Genesis, het visioen van Ezechiël en het Hooglied.

 Nico ter Linden vertelt

Het is allemaal begonnen met de Baäl Sjem Tov. Omstreeks 1700 werd hij in Polen geboren. Zijn naam was eigenlijk Israël. Zijn ouders waren arm en ongeletterd en  stierven beiden toen hij nog een kind was.
De bewoners van het dorp ontfermden zich over hem en lieten hem naar school gaan maar hij hield niet van school. En zodra hij de kans kreeg liep hij weg naar de bossen om bij de bomen te zijn bij de bloemen en  de beekjes. Hij luisterde naar de vogels en  naar het ritselen van de bladeren in de wind.
Toen hij dertien was werd hij het hulpje van de onderwijzer. Maar in plaats van om te helpen bij het onderricht van de kinderen nam hij de kinderen mee naar het bos waar ze konden zingen en dansen en met hem stilletjes luisteren naar de vogels en de bladeren in de wind.
Wat ouder geworden werd hij koster in de synagoge waar hij de hele dag zat te luisteren naar de geleerde en theologische discussies die daar gevoerd werden. En 's nachts als iedereen sliep, nam hij de heilige boeken en bestudeerde deze met aandacht. Niet de Talmoed bestudeerde hij maar de kabbala: de boeken van de joodse mystiek. Het lezen van de kabbala hadden de rabbijnen verboden en dus studeerde Israël in het geheim.

Een vriendelijk zachtmoedig man was hij, een grote vriend voor de kinderen. En soms kwamen de mensen die ruzie met elkaar hadden bij hem om advies. En de mensen begonnen hem als een wijs en heilig man te beschouwen.
Hij vond een vrouw Hanna. Zij volgde hem
 naar de Karpatische bergen, waar hij zijn kost verdiende met de verkoop van kalk die ze uit de bergen haalden.
De bergen waren prachtig en Israël bouwde een hutje waar hij soms vele dagen verbleef biddend, dromend en de bergen bezingend.
En soms bleef hij wel eens een hele week weg om alleen voor de sjabat bij Hanna in het dorp terug te keren. Zij moet zeer onder hun armoede hebben geleden. Maar ze geloofde in hem. En ze bleef hem zeer toegedaan. In deze bergen heeft Israël het chassidisme gegrondvest. Hier heeft hij nagedacht hier heeft hij van boerenvrouwen geleerd hoe met gras en kruiden ziekten konden genezen, hoe men kwade geesten verjaagt.
De mensen in het dorp hielden van hem. En al gauw begon zijn reputatie als heilige door geheel Polen door te dringen. Er ontstonden legenden over hem. Hij moest nog veertig jaar worden en er deden al legenden over hem de ronde. Kun je je ongeveer voorstellen wat voor een man dat moet zijn geweest. Goed was hij heilig en hij hielp de mensen niet om het geld dat ze hem gaven maar uit oprechte bewogenheid. Ze gingen hem Baäl Sjem Tov noemen, meester van de goede naam. En als hij sprak over God en de Thora dan deed hij dat zo dat iedereen dat kon begrijpen.

Tot zover een fragment uit het eerste deel van de inleiding op het chassidisme van Nico ter Linden.

Toen de Baäl Sjem Tov stierf stichtten zijn volgelingen overal synagogen. Tegen het einde van de achttiende eeuw was bijna de helft van de Oosteuropese jodendom chassidiem. De chassidiem hadden grote leiders. Ze werden Tsaddiqiem, rechtvaardigen genoemd. Iedere gemeenschap had zijn eigen Tsaddiq. Chassidiem vertellen elkaar over hun leiders. In die leiders is, zoals zij geloven het licht van God zichtbaar. In het verhaal dat over hen vertelt werkt het heilige van toen ook nu weer machtig in het heden. Het gebeurt opnieuw. Zo kan het gebeuren dat iemand die lam is zich te binnen brengt en vertelt hoe de heilige Baälsjem huppelde en danste tijdens het bidden. Het verhaal kan zo meeslepend zijn dat degene die lam is, geneest.
Het herdersverhaal hieronder geeft aan van hoe grote en diepe eenvoud het geloof van een herder is, en dat is meer dan alles wat geleerden over God kunnen zeggen. Mozes wordt in het verhaal hieronder door God zelf tot de orde geroepen.



Met toestemming van de schrijver werd het volgende chassidische verhaal van Nico ter Linden overgenomen uit "Kostgangers" uitg. Balans, 2001, blz.383:

In de woestijn ontmoette Mozes een herder. Een dag lang trokken ze samen op en Mozes hielp de herder met het melken van zijn geiten. Aan het einde van de dag zag Mozes dat de herder zijn beste melk in een houten kom goot en de vervolgens op een platte steen plaatste, een eindje verderop. Mozes vroeg de herder waarom hij dat deed, en de herder gaf ten antwoord: "Deze melk is voor God." "Dat begrijp ik niet goed", zei Mozes, "zou je mij dat kunnen uitleggen?" De herder zei: "Ik neem altijd het beste deel van mijn melk als een geschenk voor God." Mozes wiens geloof veel meer gevormd en ontwikkeld was dan dat van de naïeve herder, vroeg: "En drinkt God de melk ook ?"
"Ja ", gaf de herder ten antwoord. "Hij drinkt de melk" Mozes zag zich genoodzaakt de herder enig onderricht te geven en hij legde hem uit dat God louter Geest is en dus geen melk drinkt. Maar de herder hield vol van wel, en ze konden het niet eens worden. Tenslotte zei Mozes tegen de herder dat hij zich maar achter de bosjes moest verstoppen om te zien of God werkelijk melk drinkt. En na dit gezegd te hebben, trok hij een eindje de woestijn in om er te bidden.
De herder verstopte zich in het struikgewas, de avond daalde, het werd nacht, en in het icht van de maan zag de herder hoe een kleine vos uit het duister tevoorschijn

kwam, hij keek naar rechts, hij keek naar links en liep dan regelrecht naar de melk die hij opdronk, om vervolgens weer in de woestijn te verdwijnen.
De volgende morgen ontmoetten Mozes en de herder elkaar weer. De herder was bedroefd en terneergeslagen. "Wat is er met je?", vroeg Mozes. "Je had gelijk",zei de herder. "God is louter Geest en Hij wil mijn melk helemaal niet."Mozes was verbaasd. Hij zei: "Ik begrijp niet waarom je daar zo bedroefd over bent. Je moet juist blij zijn, want je weet nu iets meer over God dan je vroeger wist."
"Ja, dat is wel zo", zei de herder, "maar het enige dat ik had om God mijn liefde te betonen, is nu van me afgepakt." Mozes begreep het. Hij trok zich terug in de woestijn en bad er vol overgave. Die nacht zag hij een visioen. God sprak tot hem en zei: "Mozes, het was niet goed, wat je deed. Het is zeker waar dat ik louter Geest ben. Niettemin aanvaardde ik steeds met dankbaarheid de melk die de herder mij schonk om mij zijn liefde te betuigen. Maar omdat ik louter Geest ben en dus geen voedsel nodig heb, deelde ik de melk graag met die kleine vos, die er zo dol op is."
Naast bovenstaand herdersverhaal en het verhaal indien niet nog hoger, vertelde Nico ter Linden ook verhalen van rabbi Soesja en rabbi Boenam.

Na afloop kregen de solisten bloemen. Daarbij werd ook koster Huib van Alfen niet vergeten.

  

Daarna konden de mensen boeken kopen en die laten signeren door de schrijver

De midi muziek die u hoort is het jiddische lied: Oifn pripetsjik, Op de vuurplaats.
Het is één van de liederen die ten gehore werden gebracht.
De kamer van de leraar is warm, door de 
vlammen van een laag vuurtje. En de rebbe
 leert de kinderen het joodse alfabet.
Oif'n pripitshik
brent a fayerl
Un in shtub iz heis,
Un der rebbe lernt
kleine kinderlech Dem alef beis.
Gedenkt zhe kinderlech,
Gedenkt zhe tayere,
Vos ir lernt do.
Zogt zhe nog amol
Un take noch amol,
Kometz alef "O".

Zetting Wim Verburg mrt 2002
Het lied is ook te downloaden

Zo klonken er de volgende liederen:

                        


Az der rebe tanzt
Adon olam
Oenter dajne wajse sjtem
Wos wet zajn az Mosjieach koemen?
Ose sjalom bimromav
Oifn pripetsjik
Sjabeslicht
Wiglid

Klik op een rode knop om verder te gaan naar de pagina van uw keuze

  Beginpagina       

laatste nieuws   Bijbelse etsen kerkenwerk Andrieskekerk