|
Over kerkmuziek gesproken(1) |
||||
|
|
||||
|
De Psalmen |
||||
|
|
||||
|
terug naar
Johanneskerkenwerk |
||||
|
Inleiders: kerkmusici |
||||
|
|
||||
| Lees steeds een kolom van links naar rechts | ||||
|
Inleiding Psalmen zijn essentieel voor het Joodse volk. Ze hebben een belangrijke rol gespeeld in de geschiedenis van de omgang tussen God en mens, de God van Abraham en Sara. Dat liturgische erfgoed is ook bij de christenen terechtgekomen. Het woord psalm komt van het Griekse Psalmos. Dat betekent het laten trillen van een boog. Het tokkelen op de snaren. Een lied dat bij een snareninstrument wordt gezongen. In het hebreeuws wordt niet van psalmen maar van tehilliem (hymne-boek) gesproken. Er is soms sprake van een verschillende nummering van de psalmen. Zo is bijvoorbeeld de nummering in de Psalmen bij de Willibrord vertaling anders dan die bij de NBG. De Psalmen in de Vulgaat, de latijnse vertaling van Hieronymus, rusten op een oudere, oorspronkelijkere Griekse en Syrische grondtekst, dan de Psalmen in de NBG. Het is dus van belang om de latijnse vertaling te vergelijken met die van de NBG. |
Indeling van de psalmen. Wat is je uitgangspunt bij de indeling van de psalmen? Er kan een indeling zijn naar de vijf boeken die elk met een lofprijzing eindigen: 2-41; 42-72; 73-89; 90-106; 107-150. Of naar de aard van de psalmen. Een voorbeeld hiervan: boetepsalmen (ps.51) koningspsalmen (psalm 110), bedevaarts-liederen (120-134)enz. of psalmen van voor (ps 2) of na de ballingschap (psalm 137). Verder kan er een indeling gemaakt worden tussen psalmen die meer een persoonlijke vroomhei uiten (ps 23), en psalmen die meer collectief bedoeld zijn (ps 78).
|
|||
|
|
||||
|
Kerkmusicus W. Krist hield de lezing en kerkmusicus M. Blakenburg bediende de overheadprojector met de teksten. Ook liet zij verschillende fragmenten uit CD's horen. |
||||
|
|
||||
|
|
||||
|
Opschriften Boven de psalmen staat vaak een naam van een auteur zoals David, Asaf, Korach. Soms zijn er historische aanwijzingen: psalm van David toen hij moest vluchten voor...) of technische aanwijzingen: op de wijze van de hymne van het morgenrood. Geschiedenis van het Joodse volk. Van 1700 tot 1000 voor Christus,de nomadische tijd. God is de God van Abraham en Sara. Er was geen speciale vereringsplaats, God trok met de stammen mee. Van 1000 tot 600 voor Christus de Koningentijd. De tijd van koningen als Saul en David. In Jeruzalem wordt de tempel gebouwd als vaste plaats van verering. De plaats waar God woont. Van 600 voor Christus tot 70 na Christus de tijd van de profeten zoals Jesaja en Jeremia. In 70 na Christus wordt de tempel verwoest. Dan is er geen gemeenschappelijke plaats van verering meer. En gaat men voortaan alleen naar de synagoge in de plaats waar men woont. (zoals in de tijd van Jezus, al was toen de tempel er nog). |
Stijlen
van psalmpoëzie. In de poëzie wordt geprobeerd het onzegbare door middel van woordgebruik en dichterlijke vormgeving te zeggen. Maar God is meer. Die kun je niet helemaal beschrijven. In Israël kent men niet het klankrijm zoals wij dat kennen. Poëzie is er een soort geestelijke rijm. Het gaat om beelden, voorstellingen of vergezichten die elkaar in een vast patroon maar met verschillende woorden afwisselen. Ze verhelderen zo datgene waarover het gaat. Een belangrijke stijl is het parallellisme. Dit is poëzie waarbij de herhaling van beelden of voorstellingen op verschillende manieren een rol speelt. Deze herhaling kan op verschillende manieren voorkomen:
|
|||
|
|
||||
|
|
||||
|
Ook de koffie en de thee waren in goede handen... |
||||
|
![]() Er vielen veel CD's te bekijken en te beluisteren. Tot zeldzame exemplaren toe!
|
|||
|
|
||||
|
|
||||
|
Hier nogmaals de inleiders |
||||
| klik hier voor psalm 150 (chant) | ||||
|
Looft de Heer in zijn
heilige woning, |
||||
|
|
||||
|
In de pauze werd er nog wat verhelderd door de kerkmusicus |
||||
|
|
||||
| De
dienst in de synagoge. In de synagoge zien we dat de volgende onderdelen in de dienst steeds terugkomen: schriftlezing lering psalmgezang gebed Het was een eenvoudige dienst en de chazzan (voorzanger) verzorgde alle onderdelen. De dienst in de tempel. In de tempelliturgie treffen we aan: Het onderricht in de wet De offerdienst Dit gebeurde door professionele krachten: priester, leviet enz. De aanwezigen hadden een belangrijk aandeel in de dienst. Er was een rijk ceremonieel (verbondsmaal). Priesters waren ondergebracht in een hiërarchisch systeem. Ze konden meer of minder belangrijk zijn. |
Het
zingen in de tempel. Dit kon zijn responsoriaal: koor of solisten zongen een tekst en de gemeente zong een soort refrein. Of antifonaal. Twee groepen koorleden zingen om en om een vers. Ze zingen elkaar de regels toe. Joodse liturgie. Door de week was er elke dag het morgen en het avondoffer. Daarnaast waren er de grote feesten. Dan werden er vaak Hallel(lof)psalmen gezongen. Er wordt veel uit de psalmen gezongen. Op Grote Verzoendag is er een openbare schuldbelijdenis. De Psalmen die worden gezongen hangen samen met het feest waarop ze worden gezongen. Instrumenten in de eredienst zijn cymbalen, harpen, citers, fluiten,schalmeien, tamboerijnen, trompetten en de sjofar. Tijdens de lezing horen we verschillende vormen van psalm 116 (o.a. Kos Yeshuot).We zingen een vierstemmige chantachtige zetting van psalm 150 tot slot. |
|||
|
|
||||
|
Hier een deel van de lezing en de CD's, die allemaal van een nummer waren voorzien. |
||||
|
|
||||
| U hoort: Kos yeshu'ot, psalm 116: 12 en 13; Hoe zal ik de Here vergelden al zijn weldaden jegens mij? De beker der verlossing zal ik opheffen, ik zal de naam des Heren aanroepen. |
Wim
Verburg |
|||
|
|
||||
|
|
||||
|
terug naar
Johanneskerkenwerk |
||||
|
Tekst en
design: Marianne Verburg |
||||