K o p s t u k k e n 1

Om naar de pagina van uw keuze te gaan, kunt u op een groene knop klikken

Beginpagina kerkenwerkpagina islamlezing kerkelijk centrum
kopstuk2 Clara van Assisi kopstuk 3 Erasmus kopstuk 4 Kierkegaard kopstuk 5

Inleiding

Wie in gesprek wil komen met kopstukken uit de kerkgeschiedens, moet zich realiseren dat er een afstand ligt tussen hen en ons. Een afstand in tijd en in cultuur. Dat betekent dat er moeite gedaan moet worden om het anders zijn van deze mensen te respecteren. En vaak betekent het ook een uitstellen van een (ver)oorde(e)l(ing). Wie die moeite er voor over heeft kan er veel mee winnen. Een verrijking in het hedendaagse denken, een tegenspraak die tot nadenken stemt en zelfs een correctie in bijvoorbeeld als het gaat om een al te materialistisch en pragmatisch denken.
Monica, de moeder van Augustinus (354 - 430) heeft zich niet beroepsmatig bezig gehouden met theologie. Wel kunnen we van haar zeggen dat ze een diepgaand religieuze persoonlijkheid was, die het denken van haar zoon beslissend heeft beïnvloed. Voor deze begaafde zoon heeft zij geleden en zich ingezet. In gebed, woord en daad.
Wie was Monica? In boek 9 van zijn 'Belijdenissen' geeft Augustinus een beeld van zijn moeder. Dat is een mooi afgerond beeld. Elders in zijn boeken worden er ook minder positieve dingen over haar gezegd. Helaas hebben we geen informatie los van haar zoon.

De Italiaanse schilder Gozzoli (1420 - 1497), leerling van onder andere Fra Angelico, maakte in de jaren 1463 - 1465 in de kerk Sant' Agostino te San Gemignano, een reeks verhalende schilderijen over het leven van Augustinus. Hier schilderde hij het moment dat de kleine Augustinus door zijn ouders, Patricius en Monica naar school wordt gebracht. Augustinus' ouders wilden voor hun kinderen een goede opleiding.

Intermezzo
Wie denkt aan de moeder van Augustinus, denkt waarschijnlijk aan de niet aflatende ijver van haar voor de bekering van haar zoon. Bekend is het verhaal van Augustinus over het antwoord dat Monica kreeg van een bisschop met betrekking tot de bekering van haar zoon. In Confessiones boek 3, hoofdstuk 12 deel 21. Wat was het geval?
Monica vroeg een bisschop of hij een gesprek met haar zoon zou kunnen hebben, om hem zijn dwaallingen met betrekking tot de Manicheeërs te weerleggen. Maar deze weigerde omdat hij meende dat Augustinus er nog niet aan toe was om hem aan te horen.  De bisschop zei tegen haar dat ze hem daar maar moest laten. Alleen, zo zei hij : Bid de Heere voor hem: hij zelf zal door te lezen wel vinden, wat zijn dwaling is en hoe groot zijn goddeloosheid." Daarop vertelde hij hoe zijn moeder (die van de bisschop) intensief met die sekte bezig was geweest en hij er als jongen kennis mee had gemaakt en toen al had ingezien hoe verderfelijk die sekte was en dat hij haar zelfs ontvlucht was. En, zo gaat Augustinus verder in zijn Confessiones: 'toen hij (de bisschop) dat gezegd had en zij (Monica) niet wilde berusten, maar aanhield met inniger beden en overvloedige tranen te smeken, dat hij mij zou willen ontmoeten en met mij redetwisten, zeide hij een weinig kregel: "Ga weg van mij, zo waar als gij leeft, is het onmogelijk, dat een zoon van zulke tranen verloren gaat". Dikwijls vertelde ze mij, wanneer ze in onze gesprekken zich dit weer te binnen riep, dat ze deze woorden zo had ontvangen, alsof ze van de hemel tot haar geklonken hadden."
Voor dit gebeurde had zij in een visionaire droom gezien, die zij beschouwde een droom van Godswege te zijn, dat Augustinus eens bekeerd zou worden. (Conf.III-11-19)
Deze twee gebeurtenissen maakten dat zij de dwaalwegen en bandeloosheid van haar zoon iets gemakkelijker kon loslaten.

Korte levensschets
Monica werd in 331 geboren. Waarschijnlijk was dat in Thagaste (nu Souk-Ahras in Algerije).   Het Afrikaanse, numidische meisje groeit op in een streng christelijk gezin. In het gezin heersen strenge regels. Zo mag er alleen tijdens de maaltijden worden gedronken. Waarschijnlijk was er een tekort aan warmte in het gezin. Al was er een goede dienstmaagd in het gezin aanwezig. Ze trouwt met Patricius, die (nog) geen christen is. Deze Patricius houdt er buitenechtelijke relaties op na. Het is wat we nu zouden noemen een soort macho figuur. Dat leverde spanningen op in het huwelijk en in het gezin. Maar Monica verwijt hem niets en leeft naast hem een deugdzaam leven. Monica vindt traditionele gebruiken zoals het vasten op de sabbat en de maaltijden bij de graven van de doden en heiligen belangrijk. Ze beschikt over een grote geestkracht en is onwrikbaar als ze 
een besluit neemt. Bovendien heeft ze

indrukwekkende dromen. Waarbij ze in staat is om te beoordelen of die dromen van God of van haar zelf komen.
Als zij 23 jaar is wordt Augustinus geboren. Later komen daar nog twee dochters en een zoon (Navigius) bij. Voor haar kinderen vindt ze naast een christelijke opvoeding een goede klassieke opleiding van belang. Met name geldt dit voor de oudste zoon die zeer begaafd blijkt en die al jong een neiging heeft tot bandeloosheid. In 371 wordt zij weduwe.  Kort voor zijn dood laat haar man zich dopen. Augustinus is dan 16 jaar.
Kort na zijn zestiende gaat Augustinus in Carthago voor redenaar studeren. En hij gaat er een verhouding aan, waaruit een zoon, Adeodatus, wordt geboren. 
In deze tijd sluit hij zich ook aan bij de Manicheeërs (zie beneden). Na zijn studie vestigt hij zich als leraar in de welsprekend- heid in Carthago.

       
Augustinus wil afscheid nemen van zijn moeder om naar Rome te gaan. Maar zij wil hem niet laten gaan.
Monica wil dat hij meegaat naar Thagaste of dat zij met hem meegaat naar Rome. Augustinus wil zonder zijn moeder naar Rome gaan. Hij weet haar te
bewegen de nacht in de buurt van het schip door te brengen en vertrekt dan zelf heimelijk in die nacht.

Monica volgt haar zoon op zijn levensweg.
Op het schilderij links zien we dat Augustinus in 383 naar Italië vertrekt en afscheid neemt van zijn moeder. Maar Monica houdt hem vast en laat hem niet gaan. Daarom vertrekt hij 's nachts in het geheim. Hij was al leraar in de welsprekendheid in Carthago, maar nu wil hij in  Rome gaan lesgeven aan serieuzere studenten.  
Aanvankelijk was Augustinus als mens in de voetsporen van zijn vader gegaan. Een zekere bandeloosheid was hem daarbij niet vreemd. Zo kreeg hij in Carthago al op jonge leeftijd een zoon, Adeodatus. Gedurende 16 jaar vormden zij een buiten echtelijk gezin. Trouwen zat er niet in, omdat zij niet 'van stand' was.

                         
                     en ons hart is onrustig, 
                          tot het rust vindt in U...

In Carthago had Augustinus in een zoeken naar waarheid, zich als auditor aangesloten bij een christelijke, gnostische sekte: de Manicheeërs. Zij zochten een weg van verlossing via verstand en askese. Bij de Manicheeërs speelde niet alleen het verstand maar ook het gevoel een rol. De verbondenheid met deze groepering zou negen jaar duren. In Rome legt Augustinus wel contacten met de Manicheeërs. Maar innerlijk heeft hij dan al vragend en redenerend, afstand genomen van hun leer. 

Monica heeft geen rust in Noord Afrika. En zo gaat ze op reis naar Italië. Ze komt in Milaan terecht. Daar heeft ze goede contacten met de bisschop van Milaan, Ambrosius. Onder invloed van de bijbeluitleg van Ambrosius, gaat Augustinus de bijbel lezen en komt hij tot het christelijke geloof. Inmiddels dringt ook Monica er opaan dat hij zal trouwen (een leven zonder seks lijkt hem niets) en wordt er een vrouw voor hem gezocht. Omdat deze vrouw de huwbare leeftijd nog niet heeft bereikt moet er met een huwelijk nog gewacht worden. Augustinus geliefde 'concubine' wordt teruggestuurd naar Afrika omdat ze een wettig huwelijk in de weg staat. Ondertussen neemt Augustinus een ander om het bed mee te delen en om de pijn van het vertrek van zijn geliefde te verzachten. Maar dit helpt niet.  In de Paasnacht van 387 laat Augustinus zich dopen. En van een huwelijk met de voor hem bestemde vrouw is niets meer gekomen.
Samen met zijn zoon Adeodatus en ook zijn broer Navigius en een stel vrienden (Alypius) vormen ze na de doop nu een gemeenschap. Een soort christelijke commune in Cassiacum bij Milaan. Daar voert moeder Monica de huishouding. Augustinus werkt dan al niet meer als rhetor. Maar al spoedig wil men terug naar Afrika. In de havenstad Ostia is het wachten op een schip dat hen naar Afrika zal brengen. Daar wordt Monica ziek en sterft. Maar vlak voor haar dood heeft ze, samen met Augustinus nog een visioen.
Het overlijden van Monica vertraagt de terugreis. Pas in 388, en het is dan al herfst, komen ze in Thagaste aan. Daar wordt opnieuw een soort kloostergemeenschap gevormd.

De doop van Augustinus door bisschop Ambrosius van Milaan in de Paasnacht van 387. Ook zijn zoon Adeodatus en zijn vriend Alypius werden in die Paasnacht gedoopt. In die tijd was men gewoon om in de doopkapel zijn kleren af te leggen. Een beeld van het afleggen van de oude mens en zijn werken.
Op de achtergrond de tekst van het Te Deum. Volgens de legende maakten Ambrosius en Augustinus deze Ambrosiaanse lofzang al improviserend. Voor Augustinus betekende de overgang naar de kerk ook de overgang naar het celibaat. Zijn geliefde 'concubine' was toen, mede op aandringen van Monica omdat ze geen partij voor hem was, al weggestuurd.

De verhouding tot Augustinus
Monica was een sterke persoonlijkheid. Een deugdzame vrouw met een innig geloofsleven. Een vrouw die respect oproept, zoals dat het geval was bij haar zoon en bij de bisschop van Milaan, Ambrosius en bij vele anderen. En misschien ook wrevel, zoals bleek bij de in het intermezzo genoemde bisschop. De verhouding tot haar zoon Augustinus is bepalend voor haar leven.  Zij komt naar voren als een vrouw die haar zoon niet kan loslaten. Maar misschien is dat ook moeilijk met zo'n zoon. Later zou Augustinus beseffen dat er in de liefde van zijn moeder zeker ook een 'vleselijk verlangen' school. Ze wilde haar zoon graag bij zich hebben.  Spanningen zullen er daardoor wel steeds geweest zijn.
Vindt in Ostia een verzoening plaats? Het lijkt er veel op. Hoe dan ook, Monica is de meest krachtige impuls geweest voor Augustinus.

Het sterfbed van Monica, de moeder van Augustinus, in 387 in Ostia. Zij sterft op 56 jarige leeftijd. Maar daarvoor had ze samen met Augustinus nog een prachtig visioen, waarbij ze 'raakten aan de waarheid'.
We laten nog even Augustinus aan het woord: "Zo is dan op de negende dag van haar ziekte, in het zesenvijftigste jaar van haar en in het drieëndertigste jaar van mijn leven die godvruchtige en vrome ziel van haar lichaam gescheiden. Ik drukte haar de ogen toe en in mijn binnenste stuwde zich een mateloos grote droefheid op, die in tranen dreigde over te stromen." uit: Boek 9-10-23

Neemt u voor het volgende rustig de tijd om de rijkdom van de woorden te proeven.

Raken aan de Waarheid  Sizoo omschrijft het volgende gedeelte als volgt: Gesprek van Augustinus met zijn moeder over het Koninkrijk der Hemelen
Monica en Augustinus zijn in Ostia aan de Tiber aangekomen en staan op het punt om naar Afrika terug te reizen. Op de plaats waar zij zullen overnachten vindt een bijzonder gesprek plaats tussen die twee.
"Wij stonden daar dus met ons beiden alleen te praten, een heerlijk gesprek: wij vergaten wat voorbij was en reikten naar wat voor ons lag en samen vroegen wij ons af, in tegenwoordigheid van U die de Waarheid zijt, hoe het eeuwige leven van de heiligen zou zijn, dat geen oog heeft gezien en geen oor heeft gehoord en dat in het hart van de mens niet is opgekomen; niettemin snakten wij met de mond van ons hart naar de waterstromen van omhoog, de stromen uit uw bronwel, de bronwel van het leven die bij U is: daar wilden wij naar de mate van ons bevatten, mee bedruppeld worden om een zo verheven iets hoe dan ook met ons denken te bereiken.
En toen ons gesprek tot dit eindpunt kwam, dat het ons toescheen dat geen enkele genieting van de vleselijke zinnen hoe groot die ook was  en in hoe helder aards licht die ook schitterde, waardig was om vergeleken te worden met de heerlijkheid van dat leven, ja zelfs ook maar genoemd te worden, verhieven wij ons hart in  klimmende vervoering tot het Zijn zelf en 
doorliepen trapsgewijs alle lichamelijke dingen en de hemel zelf, vanwaar de zon en de maan en de sterren lichten over de aarde. En wij stegen nog hoger, innerlijker denkend en besprekend en Uw werken bewonderend en zo kwamen wij aan ons verstand en stegen ook daar boven uit, om het land van de onuitputtelijke vruchtbaar- heid te bereiken, waar Gij Israël weidt tot in eeuwigheid met de waarheid als voedsel en daar is het leven de wijsheid, door welke alle geschapen dingen worden, ook de dingen die geweest zijn en die zullen zijn, terwijl zij zelf niet wordt, maar zo is als zij geweest is en steeds zo zal zijn. Of liever: er is in haar geen geweest-zijn en geen zullen-zijn, maar enkel zijn, aangezien zij eeuwig is; want noch geweest-zijn, noch zullen-zijn is eeuwig. En terwijl wij praatten en naar die wijsheid haakten, raakten wij haar even aan, door een algehele stoot van ons hart, en wij slaakten een zucht, lieten de eerstelingsgaven van de Geest, die daar gebonden zijn, achter en keerden terug tot het gedruis van onze mond, waar het woord een begin neemt en een einde krijgt. Maar wat voor gelijkenis heeft dat woord met Uw Woord-onze Heer- dat in zichzelf verblijft zonder te verouderen en dat alles nieuw maakt?"

Om naar de pagina van uw keuze te gaan kunt u op een groene knop klikken

  Beginpagina   kerkenwerk Islamlezing kerkelijk centrum
kopstuk 2 Clara van Assisi kopstuk 3 Erasmus kopstuk 4 Kierkegaard kopstuk 5

Met dank aan dr. A.J. Plaisier die op maandag 14 januari 2002 over Monica een lezing en
bespreking hield. En die zijn materiaal beschikbaar stelde voor deze website.