K o p s t u k k e n 3

klik op een groene knop om naar de pagina van uw keuze te gaan:

kopstuk 4 Kierkegaard foto's bij de lezing van Erasmus op 28 januari 2002 Kopstuk 5 C.S. Lewis
Beginpagina Michaelkerkenwerk kopstuk1 Monica kopstuk2 Clara van Assisi

E  R A  S M U S
een bijbels humanist

1 4 6 9

1 5 3 6

De tijd waarin Erasmus leeft
Erasmus leeft in een overgangstijd. Namelijk de overgang van de Middeleeuwen naar de Renaissance.  Dat was een tijd waarin grote veranderingen zich voordeden. De macht van de paus en de keizer verbrokkelt. In politiek opzicht wordt de nationale staat steeds belangrijker. En de mens zoekt een terrein van zelfontplooiing waarin hij op grond van eigen vrijheid en inzicht zijn leven inricht, de keuze maakt tussen goed en kwaad en zich een waardig individu toont met een eigen moreel besef. De kerk wordt in toenemende mate als bevoogdend ervaren. De inspiratie voor deze nieuwe oriëntatie op het leven wordt met name gevonden in de antieke beschaving.

            
              

Erasmus leeft in een tijd van grote veranderingen. In de ME is de mens gericht  op God en voelt dat hij de  boven natuurlijke genade nodig heeft om te kunnen leven. In de tijd van de Renaissance, ontstaat een splitsing tussen de religie met een eigen domein en het natuurlijke leven, waarin God geen wezenlijke rol meer speelt en ook de genade niet.


In de tijd van Erasmus gaat de mens zich oriënteren
op de antieke beschaving

Er is een toenemende interesse in de wereld niet als een plaats waarin God zijn heerlijkheid laat zien, maar als een plaats met een eigen betekenis. Een plek waar de mens woont die de aandacht van de onderzoekende geest opeist. Deze mentaliteit wordt versterkt door de opkomst van de derde stand: de burgerij. Ondernemingsdrang, werkijver, concurrentie en machtsvertoon (kapitalisme) zijn voor de burgerij belangrijke kenmerken. De kerk blijkt in veel opzichten niet opgewassen tegen deze tendensen. De veruitwendiging van de kerk (overkorst door vele gebruiken) is eerder een struikelblok dan een hulp. Er komen nieuwe bewegingen op om de kerk te reformeren. In de theologie is dat het Nominalisme (met als vertegenwoordiger Ockham). In de vroomheid is het de beweging van de Moderne Devotie (Thomas à Kempis, met zijn "Navolging van Christus"). Een derde stroming is die van het Bijbelse humanisme met Erasmus als belangrijkste vertegenwoordiger.

Zijn leven



Hier schrijft Erasmus zelf over:

Ik ben geboren in Rotterdam. Mijn moeder was de dochter van een medicijnmeester uit Zevenbergen, mijn vader had heimelijk met haar een verhouding, in de hoop haar te trouwen. Hij was van tien broers op één na de jongste en men besloot dat een van hen, mijn vader, aan God gewijd zou worden.
Je kent de opvattingen van oude mensen op dat punt. En toen mijn vader zag dat hij met alle macht van het huwelijk afgehouden werd, deed hij wat wanhopigen gewoonlijk doen: hij ging er vandoor en schreef onderweg een brief,met twee handen samengevouwen en de woorden ' vaarwel ik zal je nooit meer zien.' Maar intussen was de vrouw die hij gehoopt had te trouwen zwanger van mij geworden.
Zelf reisde hij naar Rome, werd een geleerd man en toen men hem bedrieglijk had geschreven dat zijn liefde gestorven was, is hij uit droefheid priester geworden.

            
Erasmus werd geboren in bovenstaand huis. Dit was te vinden in de Wijde Kerkstraat in Rotterdam en stond tegenover de Laurenskerk. Eind 19e eeuw werd het huis afgebroken. Vervolgens werden er op die plaats een textielpakhuis en later bioscoop Thalia gebouwd. Voor het pakhuis werd een schijngevel  gezet waardoor de herinnering aan Erasmus nog enigszins werd bewaard. In de WO II kwam door het bombardement een einde aan dit alles. De plaats is nu alleen nog maar bij benadering vast te stellen.


            
Dit beeld van Erasmus was tijdens WO II begraven in de tuin van museum Boymans. Na de oorlog plaatste men het op de Coolsingel in Rotterdam. In 1964 kreeg het een plaats op het kerkplein bij de Sint Laurenskerk. Na de restauratie werd het in januari 1998 opnieuw geplaatst. De stad Rotterdam is trots op deze burger.

           
      Dwaas op pelgrimsreis,Lof der Zotheid,
                Hans Holbein de jonge

Zijn karakter
Wie was de mens Erasmus? Bijzondere eigenschappen van hem waren zijn grote werklust en zijn doorzettingsvermogen. Ondanks ziekte en geldgebrek ging hij onverdroten door met wat hij zelf van belang vond. Ten aanzien van zijn belangrijkste werken deed hij geen concessies. Hij was een laatbloeier en zijn meeste werk ontstond na 1500. Daarnaast gaf hij nog onderwijs.
Erasmus was gevoelig voor hoe anderen over hem dachten. En hij wilde graag zijn gelijk halen. Soms is hij niet erg duidelijk in wat hij bedoelt te schrijven. Hij kon gemakkelijk zeggen: Zo heb ik het niet bedoeld. Door deze manier van schrijven
kan hij zich aan de consequenties van het geschrevene onttrekken. Tijdens zijn leven ontwikkelt hij wat Edward Lee nog tijdens zijn leven  "Erasmiaanse bescheidenheid " zou gaan noemen. Zich bescheiden voordoen en anderen je normen en waarden opdringen. Dus door zich in nederigheid superieur te tonen.
Hoewel Erasmus veel vrienden had was hij toch een eenzaam mens. Misschien kwam dat omdat hij zich teveel van hun meningen aantrok.
Bij het ouder worden krijgt hij ook vijanden. Zo werd Luther een vijand van hem. Erasmus zelf verbaasde zich erover, dat het afzien van het maken van een keuze een goede verstandhouding in de weg ging staan. Door zijn aard was hij namelijk nogal irenisch en pacifistisch ingesteld. Zo duurde het lang voordat hij stelling nam tegenover Luther in zijn: De libero arbitrio, Over de vrije wil. Dit schreef hij pas in 1524.

Erasmus vrouwvriendelijk? 
Erasmus schreef in 1503: Enchiridion militis christiani. (Het handboekje van de christensoldaat). Dit kwam tot stand omdat Erasmus verontwaardigd was over de handelwijze van Poppenruyter tegenover zijn vrouw. Deze man was opgeklommen van wapensmid tot wapenfabrikant. Hij gebruikte ruwe taal en mishandelde van tijd tot tijd zijn vrouw. Deze laatste was hem ontrouw.
Erasmus schreef op haar verzoek het boekje. Het gaat over het gedrag van een goed christen. Een soort lekentheologie en spiritualiteit. Met als achterliggende bedoeling om het gedrag van de wapenmeester te veranderen. Poppenruyter kreeg het boekje cadeau. Maar het is de vraag of hij er ooit in heeft gelezen.
Op bovenstaande tekening van Hans Holbein de jonge, is Erasmus zo geboeid door de mooie vrouw achter zich, dat hij niet ziet dat hij op de mand met appels stapt van een koopvrouw.(Erasmus is overigens nooit getrouwd geweest). Aan deze tekening is een anecdote verbonden. De schilder Hans Holbein de jonge, had bij zijn tekeningen van de Lof der Zotheid ook een tekening van Erasmus gemaakt. Toen Erasmus dit zag, zou hij hebben gezegd: O als Erasmus er nog zo uitzag zou hij zeker nog een vrouw nemen. Een beetje beledigd over de verborgen kritiek die Erasmus op zijn tekening leverde, was de aanleiding voor de tekenaar bovenstaande tekening van Erasmus te maken.

Hans Holbein de Jonge, Duits schilder en graveur (1497-1543) een belangrijke vertegenwoordiger van de vroeg-renaissancistische schilderkunst, schilderde in 1523 dit portret van Erasmus. Opvallend is de glimlach en het opschrift op de snede van het boek: Herculische werken van Erasmus van Rotterdam. Dit laat zien hoe Erasmus het schrijven van zijn werk zelf ervoer. In 1531 noemde een frans theoloog hem : de Bataafse Hercules. Dit portret van Erasmus kan waarschijnlijk wel het meest indrukwekkende worden genoemd. Erasmus ironie, scepticisme en zelfgenoegzaamheid komen op de portretten van Hans Holbein de Jonge het beste naar voren. Kopergravure van Albrecht Dürer uit 1526. Een Duits schilder en graveur (1471-1528). Het is de man die de duitse schilderkunst een goede naam gaf. Hij was een buitengewoon graveur.
Het latijnse opschrift luidt: Afbeelding van Erasmus van Rotterdam door Albrecht Dürer naar een levende beeltenis getekend. Het griekse opschrift betekent zoiets als : Beter tonen hem zijn werken. Erasmus was niet erg ingenomen met de gravure. Hij schreef in het latijn: Dürer heeft mij afgebeeld maar het lijkt helemaal niet) Maar dit komt omdat de graveur niet over een recente afbeelding van Erasmus kon beschikken. Wie goed kijkt ziet op de gravure een kruikje met lelietjes van dalen en viooltjes. Hiermee wenste Dürer Erasmus een betere gezondheid toe en meer bescheidenheid.


Erasmus tussen de grote hervormers van zijn tijd. Schilderij van Lucas Cranach (1472-1553)

Zijn leven, vervolg
Desiderius Erasmus ( Geert Geertsz.)werd tussen 1466 en 1469 in Rotterdam geboren. Zijn opleiding bracht hem eerst naar Gouda en later naar de kapittelschool in Deventer en het internaat van de ' Broeders des gemeenen levens'  In zijn jeugdjaren leert hij het latijn. In Deventer komt hij onder de indruk van Rudolf Agricola (1444-1485) een eerste Nederlandse humanist.  En vervolgens naar een opvanginstituut in  's Hertogenbosch. In 1492 ontvangt hij in een klooster bij Gouda de priesterwijding in de orde van de Augustijnen. Al spoedig treedt hij uit het klooster wanneer hij secretaris wordt van de bisschop van Kamerijk. Daardoor doet hij ook zijn intrede aan het Bourgondische hof. Hij studeert in Parijs en later in Engeland bij John Colet. In Engeland komt hij ook vaak bij de humanist Thomas More, auteur van Utopia, aan huis (in Chelsea), die getrouwd is met Jane Colet. Colet inspireert Erasmus om beter Grieks te leren. Door  Colet gaat hij ook in de benadering van de bijbel niet meer volgens een scholastisch systeem te werk. Maar exegetiseert hij nu de bijbel meer onbevangen. Het gaat om een existentiële relatie tot God waarbij Christus centraal staat als voorbeeld en bemiddelaar en de kerk ontdaan is van alle misstanden. Erasmus hoopte zo de kerk te kunnen vernieuwen.
            
         Nog een portret door Hans Holbein de Jonge
           

Vanaf 1500 tot 1516 reist Erasmus veel en is hij afwisselend in Parijs, de Zuidelijke Nederlanden, Engeland (van 1511-1514 was hij docent in Cambridge), Italië (bezocht er antieke nederzettingen en schaafde er zijn grieks bij en in 1506 promoveert hij tot doctor in de theologie in Turijn) en Bazel. Dit was toen het meest culturele deel van Europa. In Engeland sluit hij vriendschap met Thomas More en John Colet. De laatste deelt met hem de liefde voor de grondtaal van de bijbel. Zijn roem stijgt steeds meer. Karel V benoemt hem tot zijn raadsheer in de Lage Landen, waardoor hij veel in de Zuidelijke Nederlanden reist. In die tijd zou je zo iemand wel een wereldburger kunnen noemen. En zo voelde hij zich ook: een wereldburger, niet gebonden aan een bepaald land maar zich thuis voelend in de Europese landen waar cultuur en humanisme bloeiden.
De laatste jaren verblijft hij in Basel. Maar hij verlaat deze stad als daar de Reformatie wordt ingevoerd. Tegen het geweld van de bewegingen die door Europa varen halen de ideeën van Erasmus het niet. Toch verwierven ze veel invloed en werkten ze inspirerend. 

Zijn werk
Erasmus uitte zich in boeken en duizenden brieven. Hij was een meester in het herdefiniëren van het traditionele denken: waar het leren tot dan hoofdzakelijk scholastisch was, was hij één van de eerste om een wetenschappelijke, filologische benadering te introduceren bij het bestuderen van de teksten.
Brieven. Van zijn brieven zijn er van de geschatte 20.000 drieduizend bewaard gebleven.

Adagia
en Colloquia: pedagogische boeken met de bedoeling om de traditionele grammatica's en schoolboeken te vervangen. Ze zijn bedoeld voor docenten en studenten. 
Zijn belangrijkste werk: 

het Nieuwe Testament, een kritische uitgave van het griekse NT en nieuwe Latijnse vertaling van de Bijbel, gebaseerd op Griekse manuscripten, een aktualisering van de 1.000 jaar oude tekst van Hiëronymus, de Vulgaat.

Vertalingen van Grieks-Latijnse auteurs toonden zijn bekwaamheid om op een delicate manier de oude teksten te reconstrueren. 

De Lof der Zotheid geniet de meeste bekendheid, een werkje dat hij schreef tijdens zijn terugkeer uit Italië, een pamflet hoofdzakelijk gericht tegen het gedrag van de leidende klasse en kerkelijke hoogwaardigheidsbekleders, waarin hij eveneens de spot drijft met de menselijke ijdelheid. Een karikatuur van zijn tijd en zijn eigen wetenschapsbeoefening.

           

Tekening van Erasmus in zwart krijt uit 1520. Op deze tekening van Albrecht Dürer baseerde Dürer zijn kopergravure uit 1526. Tijdens een reis in de Nederlanden ontmoette Dürer Erasmus vier keer en maakte toen bovenstaande tekening.

     
De dwaas spreekt. De lof der zotheid is wel het bekendste boek van Erasmus. Het werd geïllustreerd door Hans Holbein de Jonge.

Erasmus schreef "Paraphrases". Commentaren op alle boeken van het Nieuwe Testament met uitzondering van de Openbaring van Johannes. De Parafrasen op de boeken van het Nieuwe Testament (uitgezonderd de Apocalyps) behoorden tot Erasmus' meest geliefde werken. Onder parafrase verstond hij een vrije vorm van doorlopend commentaar, geschreven voor een breed publiek van lezers die de Latijnse taal machtig waren. Dit genre stelde Erasmus in staat om bij de teksten eigen accenten te leggen. Zo wordt in de parafrasen op de Evangeliën Christus' voorliefde voor armen en marginalen, voor zwakken en zondaars sterk benadrukt. Ook de provocerende aspecten van het Evangelie krijgen extra aandacht. De parafrasen op de Evangeliën zijn opgedragen aan de grote Europese vorsten: keizer Karel V, Ferdinand van Oostenrijk, Hendrik VIII van Engeland en Frans I van Frankrijk. Bovenstaand boek is afkomstig uit de tijd voor 1800. 
Opmerkelijk is dat in elk boekdeel een blad is meegebonden met de waarschuwing dat de passages die in het rood zijn onderstreept verboden zijn door de Index van 1571; de
stukken die met zwarte inkt zijn onderstreept werden dan weer veroordeeld door de Index van 1640. 
Erasmus werkte veel samen met drukker Johann Froben in Basel. 
Kenmerkend voor de produkten van Froben was de uiterst doorgedreven typografische zorg. Hij introduceerde nieuwe lettertypes en deed een beroep op grote kunstenaars als Urs Graf en Hans Holbein de Jongere voor het ontwerpen van tekstornamenten. De produktie van Johann Froben omvat in totaal meer dan 500 titels.

  
Erasmus onderhield veel contacten per brief. Zijn correspondentie (3.000 bewaarde brieven van een geschatte 20.000) bereikten landen van Polen tot Spanje, volkeren van koningen tot gewone klerken (hij beweerde dat hij soms tot 40 brieven per dag schreef!).

    
Een dubbelportret van Erasmus en zijn vriend de Antwerpse stadssecretaris Pieter Gilles. Deze twee portretten werden geschilderd door de kunstenaar Metsys, die van 1517 -1521 in Leuven werkte. Metsys schilderde Erasmus een aantal keren in de trant van de vroegchristelijke manuscript illustraties. Hij beeldde Erasmus als geleerde, schrijvend, denkend of lezend. Dit dubbelportret is een geschenk aan hun gezamenlijke vriend Thomas More in Engeland. Die er zeer mee ingenomen is. Het dubbelportret bestaat niet meer in de bovengetoonde vorm: het zijn nu twee portretten.

Erasmus wijdde zichzelf aan:
bulletde verdediging en de zuivering van het Latijn, de internationale en culturele taal van die tijd,
bulletde herziening van christelijke tradities, ter verdediging van een duidelijker en meer menselijke benadering van de godsdienst,
bulletde vernieuwing van het pedagogisch systeem door het publiceren van grammatica's, verhandelingen over de opvoeding van kinderen en door het oprichten van het 'Collegium Trilingue' te Leuven.


Erasmus, hier op zijn sterfbed, met Amerbach, Froben en Episcopius stierf in Basel in 1536
Geschilderd door Hendrik Albert van Trigt in 1879

Uit het nu volgende stuk uit het voorwoord van het Nieuwe Testament van Erasmus blijkt dat hij een gedreven mens is die graag wil dat ook het gewone volk de bijbel leest. Wel schreef hij in het latijn. En dat is dan weer een paradox. Dit in tegenstelling tot Luther die de bijbel in de volkstaal vertaalde.
Uit: In novum testamentum praefationes.
1. Paraclesis. (oproep)
Ik ben het fundamenteel oneens met hen, die niet willen dat de heilige Schrift in de volkstalen wordt vertaald en ook door leken gelezen kan worden. Alsof Christus zo ingewikkeld heeft geleerd dat hij maar net door een handjevol theologen begrepen kan worden, en alsof metn de christelijke religie kan beschermen, door haar onbekend te laten blijven. Het mag waar zijn dat koningen hun geheimen verbergen, maar Christus wil uitdrukkelijk dat zijn geheimen onder het volk bekend worden. Ik zou wensen dat alle vrouwen het evangelie lezen, en ook de brieven van Paulus. Werden deze maar in de talen van alle volken vertaald, zodat ze niet alleen door de Schotten en de Spanjaarden, maar ook door de Turken en de Saracenen gelezen en begrepen konden worden. De eerste stap is natuurlijk het begrip. Ook al zullen velen er om lachen, sommigen
 zullen het toch vatten. Als toch eens een boer met de hand aan de ploeg iets ervan voor zich zong, als de wever met de zoemende weversboom er iets voor zich van zoemde en de reiziger met haar vertellingen zijn weg zou verkorten! Dat christenen hun gesprekken hieraan zouden mogen aanknopen. We zijn namelijk zo ongeveer, wat ons dagelijks spreken is. Iedereen zoeke (begripsmatig) te bereiken wat hij kan, en uit te drukken wat hij kan. Wie wat achter komt hinken moet hem niet benijden die al verder is en wei voorop loopt nodige hem uit die achter hem is, en hij nodigty liever de navolger uit om niet te wanhopen. Waarom zouden we de gemeenschappelijke stand tot weinigen beperken? Dat is niet in overeenstemming met het feit dat de doop allen wordt gegeven, die tocht niet anders is dan een eerste aanprijzing van de filosie van Christus. Evenmin met het feit dat ook de overige sacramenten, en ten 

slotte ook het loon van het eeuwige leven op gelijke wijze allen toekomt. Zou dan alleen de leer beperkt moeten blijven tot hen die het volk tegenwoordig theologen en monniken noemt? Sprekend over hen zou ik willen zeggen: hoewel ze slechts een gering deel van de christenheid uitmaken, dienen zij in hogere mate dat te realiseren in hun leven, wat ze horen. Ik vrees namelijk dat men onder de theologen zulke vinden kan, die ver afstaan van dat waar hun naam voor staat, en die aards en niet hemels spreken. En onder de monniken zijn er die de armoede van Christus en de verachting voor de wereld meer met hun lippen belijden, dan dat ze zich werkelijk van de wereld losmaken. Voor mij is hij een ware theoloog, die niet met kunstig in elkaar gedraaide syllogismen, maar met de warmte van zijn hart, door  zijn gezicht, zijn ogen en zijn persoonlijk leven leert dat men de rijkdom moet verachten, dat de christen niet op de bescherming van deze wereld moet vertrouwen, maar zich geheel afhankelijk dient te weten van de hemel; dat men geen onrecht vergelden moet, dat men de vloekenden moet zegenen, dat men een goede boloning moet verdienen, dat men alle goeden als leden van hetzelfde lichaam moet liefhebben en op gelijke wijze verzorgen; dat de bozen moeten worden verdragen wanneer men ze niet kan verbeteren. Zij die van hun have beroofd zijn, die van hun bezittingen verdreven zijn, die treuren, die zijn zalig en niet te beklagen; ook nu moeten de vromen eerder de dood verkiezen, omdat die toch niets anders is als een overgang 

naar het eeuwige leven. 
Als iemand dit en dergelijke dingen door de Geest van Christus aangespoord, verkondigt, inprent, vermaant, hiertoe uitnodigt en motiveert, dan is hij uiteindelijk een ware theoloog, ook al is hij een agrariër of een textielarbeider. Als iemand daar met zijn persoonlijke levenswandel voor instaat, is hij tenslotte ook een groot 'doctor'. Op welke manier de engelen kennen, mag een ander wellicht zelfs een niet-christen, fijnzinniger naar voren brengen, maar om te bereiken dat we reeds hier, ver van alle bezoedeling, een leven als een engel voeren, dat is tenslotte de opgave van een christelijk theoloog. 
Als iemand nu zijn stem verheft en zegt: dat is grof en ongeletterd, zou ik niets anders willen zeggen dan dat Christus vooral dit 
grove heeft geleerd, dat de apostelen het ingeprent hebben, en dat dit zo ongeletterde ons zoveel echte christenen en de lichtende schare van martelaren heeft voortgebracht. Deze in hun ogen ongeleerde filosofie heeft, zo zeg ik, de hoogste regeerders van deze wereld, vele rijken en volkeren onder haar wetten onderworpen, wat geen enkele macht van tirannen en geen enkele filosofische geleerdheid gedaan heeft gekregen.
Daarbij wil ik het echt niet verwerpen wanneer men, zo men dat wil, over deze wijsheid onder volkomenen spreekt. Het nederige christenvolk mag zich echter troosten met de gedachte dat de apostelen deze spitsvondigheden, of zij ze nu gekend hebben of dat alleen anderen ze 

hebben gezien, zeker niet hebben geleerd. Ik waag het te beweren dat wanneer de vorsten in hun positie zich voor dit 'volkse' inzetten, de priesters het in hun preken leerden, de onderwijzers het hun leerlingen inbrachten, in plaats vande geleerdheid die ze uit Aristoteles en Averroës ontlenen, dat dan de zaak van het christelijk geloof niet overal door permanente oorlogen in opschudding zou worden gebracht, dan zouden niet allen meer door die ongezonde ijver, met rechte of kromme middelen, ernaar streven rijkdommen op te hopen, niet meer zou allerwegen de kerk en de staat door bittere twisten worden verscheurd, en tenslotte zouden we ons niet slechts door de naam en de riten van hen onderscheiden, die de filosofie van Christus niet belijden.
Immers in de volgende drie standen der mensen is de opgave, de christelijke religie te vestigen en uit te bouwen, verankerd: in de vorsten en hun plaatsvervangers
de magistraten, in de bisschoppen en hun vertegenwoordigers, de priesters, en in hen die de jeugd van kindsbeen af tot dat alles gewillig maken. Wanneer deze allen hun eigen besognes op de achter- grond stellen en van harte samenwerken in Christus, dan zouden we in niet al te lange tijd een echt en zoals Paulus zegt een waarachtig christelijk geslacht zien opstaan, dat de filosofie van Christus niet slechts in riten en leerstellingen, maar uit het hart en in het hele leven betuigt. Door deze wapenen zullen de vijanden van de christennaam sneller gewonnen worden dan met bedreigingen en oorlogstuig. Ook als we alle verdedigingswapens zouden pre- senteren, zou er geen machtiger zijn dan de waarheid zelf.
Niemand is Platonist die niet de boeken van Plato gelezen heeft en niemand is theoloog, ja niet eens een christen, die de boeken van Christus niet heeft gelezen.

klik op een groene knop om naar de pagina van uw keuze te gaan:

kopstuk 4 Kierkegaard foto's bij de lezing van Erasmus op 28 januari 2002 kopstuk 5 C.S.Lewis
Beginpagina Michaëlkerkenwerk kopstuk1 Monica kopstuk2 Clara van Assisi

Met dank aan dr. A.J. Plaisier die op maandag 28 januari 2002 over Erasmus een lezing en bespreking hield. En die zijn materiaal beschikbaar stelde voor deze website.
Daarnaast werd veel materiaal van internet gebruikt.