K o p s t u k k e n 5

Klik op een blauwe knop om te gaan naar de pagina van uw keuze

Beginpagina Kerkenwerkpagina kopstuk 1 Monica kopstuk 2 Clara van Assisi
Kopstuk3 Erasmus Kopstuk3 foto's deelnemers kopstuk4 Kierkegaard

                  1898             1963

                                                 Een christelijk apologeet
                    "Misschien is Lewis wel zo'n begaafd apologeet geworden doordat hij in zijn eigen leven,
           voordat hij overtuigd christen werd, eerst door allerlei vormen van geloof en ongeloof is heengegaan."
                                                        ( 03-02-1998, dr.G.v.d.Brink in het RD)

                                                       

         

In het leven van Lewis bestond geen scheiding tussen het christelijke en het alledaagse. „Zijn werk was degelijk en diepzinnig, als van een geleerde uit Oxford. Maar tegelijk was zijn stijl zo helder en toegankelijk, dat iedereen hem kon volgen. Hij heeft de wijsheid –de wijsheid van het christelijk geloof– toegankelijk gemaakt

Walter Hooper, secretaris van C.S.Lewis.

Hooper (1931) was Lewis' particulier secretaris tijdens de laatste zomer van diens leven. Na Lewis' overlijden in november 1963 trad hij in dienst van de erven Lewis en nam hij de uitgave en heruitgave van Lewis' werken ter hand.

Waarom C.S. Lewis in het rijtje
kopstukken?
  1. Lewis was hoogleraar in de Engelse letterkunde en Renaissance in Cambridge. Als theoloog was hij een leek. Maar de combinatie lekentheologie en literatuur leverde toch een bijzondere insteek op in zijn boeken.
  2.  Hij is het voorbeeld van een bekeerling. Voor wie vitale onderdelen van het christendom opnieuw gingen leven. Zo kon hij waardevol worden als apologeet.
  3. Hij vertegenwoordigt een bepaald type Engelsen. Het christendom is er nuchter met een praktische inslag.
  4. Lewis heeft een grote verbeeldings- kracht en weet dit op een bijzondere wijze te combineren met het christelijke geloof en bracht hij een interessant oeuvre voort.
Korte biografie
Clive Staples Lewis wordt in 1898 als Ier geboren in Belfast als zoon van Albert James Lewis and Flora Augusta Hamilton Lewis.  Het grootste deel van zijn leven zal hij in Engeland doorbrengen. In 1908 sterft zijn moeder aan kanker en wordt hij met zijn broer Warren naar een kostschool in Engeland gestuurd. Via enkele College's komt hij in Oxford terecht. Ondertussen is hij agnost geworden. In Oxford studeert hij klassieke talen, wijsbegeerte en –wat het vak van zijn toekomst zou worden– Engelse literatuur. Tijdens WO I in 1917 onderbreekt hij zijn studie en neemt hij dienst in het leger en gaat naar het front in Frankrijk als tweede luitenant In die periode komt hij een paar keer in het hospitaal terecht. Hoewel hij afkomstig is uit een gematigd christelijk gezin is hij onder- tussen agnost geworden. Hij gaat na de oorlog in 1919 terug naar Oxford en ontmoet daar Owen Barfield, die de komende 10 jaar zijn

voornaamste gesprekspartner is. Hij gaat gedurende 30 jaar wonen bij Janie Moore een oudere vrouw (de moeder van een in de loopgraven in WO I overleden vriend).
Deze zal hem een aantal jaren in zijn leven verzorgen, ook als hij in een eigen huis gaat wonen: The Kilns. Vanaf 1925 is hij Fellow (een soort lector) voor Engelse taal en letterkunde aan het Magdalen College in Oxford. Dagelijks legde Lewis de afstand tussen zijn woonhuis en het genoemde college per bus of te voet af (hij was een verwoed wandelaar). In zijn

  Het huis van C.S.Lewis in Oxford "The Kilns"
fraaie werkkamer, met uitzicht op de hertenwei, gaf hij 's morgens zijn “tutorials” aan de studenten Engels van het College. In 1929 sterft zijn vader. In datzelfde jaar wordt hij een praktiserend theïst. Twee jaar later bekeert hij zich tot het christendom en sluit hij zich aan bij de Anglicaanse Kerk. Het proces dat hij hierbij doorloopt beschrijft hij in "Surprised bij Joy".
Eenmaal verrast door de vreugde van de liefde van God, voelt Lewis zich geroepen om van deze ontmoeting verantwoording af te leggen voor zowel gelovigen als atheïsten.
In zijn autobiografische werk “Verrast door vreugde” beschrijft hij hoe hij in de lente van 1929 moest capituleren, „op die avond misschien wel de meest neerslachtige en tegenstribbelende bekeerling in heel Engeland”. Hij voelt zich een verloren zoon, die niet uit eigener beweging thuiskomt, maar zich hevig verzet en verbeten zoekt  naar een kans om aan God te ontsnappen.

Nog weer later volgt de laatste stap: „Het was op een zonnige morgen, toen ik in het zijspan met mijn broer meereed naar Whipsnade. Toen wij vertrokken, wist ik nog niet dat Jezus Christus de Zoon van God was, maar toen wij bij de dierentuin kwamen, wist ik het”.

 
In 1950 wordt de eerste van zijn Narnia verhalen
(voor kinderen) gepubliceerd.

Zijn leven lang had Lewis een grote belangstelling voor mythen en sprookjes. Hij schrijft zelfs ergens dat de verbeelding („the imaginative man in me”) de rode draad door zijn schrijverschap is.

Vanaf 1933 ontstaat er een vriendenkring rond Lewis. In de “The Eagle and Child” (een pub aan de St. Giles) kwamen Lewis en zijn vrienden iedere dinsdagmorgen bijeen om elkaars werk te bespreken. In die kring van vrienden –”The Inklings”– zijn niet alleen veel werken van Lewis maar ook het beroemde “In de ban van de ring” van Lewis' vriend J. R. R. Tolkien voor het eerst in de openbaarheid gekomen. Ook zijn broer Warnie maakte deel uit van de groep. Tijdens de WO II begint Lewis met radiolezingen voor de BBC, waar hij een aantal series van maakt. En waarmee hij vele mensen bereikt. In 1946 krijgt hij een eredoctoraat in de theologie.
Verder gebruikte Lewis zijn literaire talent om allerlei christelijke waarheden vorm te geven in genres als science fiction romans, kinderboeken en andere allegorische verhalen.


een nog jonge Jack

                  
                        Jack en zijn broer
             Warnie waarvoor hij  regelmatig
             de rekeningen voor het gebruik
            van alcohol in de pub moest betalen.

                 
       Tolkien, de schrijver van   "In de ban van de ring"
                       was een vriend van Lewis

                  
              
Jack met zijn vrouw Joy . Hij trouwt met haar in 1956 in het geheim. Hij is dan intussen hoogleraar in Cambridge. In 1957 trouwt hij met haar voor de kerk. In 1960 overlijdt zij aan kanker. In 1963 sterft Jack op dezelfde dag dat Kennedy werd vermoord

              

Invloeden
Lewis is sterk beïnvloed door G.K. Chesterton (1874-1936). Diens  "The everlasting Man" maakte grote indruk op hem. Met Tolkien heeft hij een vriendschappelijke band, in eerste instantie vanwege een gemeenschappelijke  belangstelling voor Noorse en IJslandse sagen en mythen. Ook heeft deze (samen met Dyson) een belangrijke invloed gehad in Lewis' weg tot het geloof. Hij verdedigt tegen Lewis, toen nog agnost, dat de mythen van de volken als versplinterde fragmenten van het ware licht gezien moeten worden.(God gebruikt de beelden van hun mytopoeia om fragmenten van zijn eeuwige waarheid te openbaren), waarbij het geloof in Christus  als een ware mythe moet worden beschouwd (de dichter was in dit geval God zelf en de beelden waren echte mensen en feitelijke geschiedenis). Tolkien zelf is de schepper van een uniek oeuvre, waarvan The Lord of the Rings het hoogtepunt vormt. Dit boek is geen allegorie, maar het religieuze element is in het eigen verhaal en de symboliek opgenomen. Het is een herschapen secundaire wereld, die een weerspiegeling wil zijn van de waarheid zoals die uiteindelijk ten volle in de incarnatie is  gebleken.
Zelf heeft Lewis een grote kring van lezers getrokken, waaronder in Nederland. Hij kan getypeerd worden als een orthodox christen met grote verbeeldingskracht, die echter niet in een eenduidig vakje geplaatst kan worden.

Zijn werk
Lewis had een bijzondere creatieve geest en een heldere, aansprekende schrijfstijl. Zijn bedoeling van het schrijven is om allerlei hinderpalen voor het christelijk geloof weg te nemen. Zo schreef hij zijn boek over het lijden, “The Problem of Pain” (1940), in het Nederlands vertaald als “Gods megafoon”, en zijn studie over wonderen (”Miracles”, 1947; in 1994 verscheen een Nederlandse vertaling). Lewis had zich toen al de nodige bekendheid
verworven met zijn satire “The Screwtape Letters” (1942), dat ook in het Nederlands als “Brieven uit de hel” een bestseller werd. Hij beschrijft hierin de fictieve instructies van een hogere duivel aan een lagere over hoe deze het best een jonge christen los kan weken van het geloof. Hij laat zodoende op een indringende manier zien waar voor het geloof valkuilen en verzoekingen liggen.

Zijn betekenis voor vandaag
Lewis gaat nogal verstandelijk te werk. Al spreekt daarbij ook zijn hart mee. Hij laat zien dat de wereld niet gemakkelijk is te verklaren zonder God. Via de weg van het verstand was hij tot het geloof gekomen, en via de weg van het verstand wil hij nu ook ongelovigen wijzen op hun misvattingen t.a.v. geloof.

Dr. G.v.d. Brink licht dit nader toe: "Een van de mooiste en sterkste voorbeelden is in dit verband nog altijd de wijze waarop Lewis de godheid van Christus verdedigt. Hij doet dat door ieder die de evangeliën leest voor een dilemma te plaatsen: als wij lezen dat Christus Zichzelf voor de Messias houdt, voor de Zoon van God, dan zijn er slechts twee mogelijkheden. Ofwel Hij heeft gelijk, en dan moeten we Hem zonder meer als Gods Zoon aanvaarden. Ofwel Hij leed aan grootheidswaanzin. Maar in dat geval kunnen wij Jezus onmogelijk voor een grote morele leraar of een hoogstaand voorbeeld ter navolging houden. Want dan heeft Hij zich immers schromelijk in Zichzelf vergist, of –erger nog– ons bedrogen.

Men ziet: Lewis' argument bewijst niets. Maar het sluit wel een zeer gangbare optie uit. Het wijst in elk geval haarscherp de ongerijmdheid aan van deze vaak oppervlakkig overgenomen opvatting over Jezus."

Boeken
Als professor in de Engelse taal en Letterkunde schrijft hij o.a. "The Allegory of Love" (liefdesgedichten in de wereldliteratuur) en English Litterature in the Sixteenth Century.
Fictionele literatuur o.a. The Pelgrim's Regress, Out of the Silent Planet, The Screwtape Letters (Brieven uit de hel), Perelandra en The Great Divorce.
Als kinderverhalen, ook voor volwassenen, de Narnia-verhalen (in totaal 7 delen). Als roman: Till We Have Faces.
Populair theologisch o.a. The problem of Pain (achteraf vond hij dit te gemakkelijk na het verlies van zijn vrouw), Christian Behaviour, Beyond Personality, Miracles, The four Loves. Letters to Malcom: Chiefly on prayer en A grief Obeserved.
         
          Lucy en de betoverde kleerkast
Lucy maakt een opwindende tocht langs boomgaarden met sneeuwwitte kersenbomen, langs bulderende watervallen en door woeste valleien. En dat gezeten op de rug van een voortsnellende leeuw. De meeste kinderen maken zoiets nooit mee. Tenzij ze Lewis' “Het betoverde land achter de kleerkast” lezen


Het graf van C.S. Lewis


        Bij dit kerkje ligt hij begraven

Mythe werd werkelijkheid

Samenvatting van het voorafgaande: 
Corineus, een vriend van Lewis, beschuldigt christenen ervan dat niemand een echt christen is omdat de historische achtergronden van het christendom zo barbaars zijn dat niemand ze kan geloven. Hij denkt dat christenen aan de vorm (van namen, rituelen, formules en beelden) vasthouden (zoals dat b.v. kan met het koningschap) maar dat in feite een systeem van ideeën, over b.v. rechtvaardigheid en liefde wordt gehanteerd. Lewis gaat uitvoerig op deze beschuldiging in. Allereerst bedenkt hij wat de consequenties zijn van de gedachtegang van Corineus. Als Corineus gelijk heeft waarom blijven mensen dan vasthouden aan die verouderde mythologie? Ze doen het niet en toch zijn ze niet gek. Er is dus iets meer aan de hand. Het lijkt redelijk om de Engelse monarchie af te schaffen maar als je daardoor vitale elementen van het burgerlijk leven elimineert, (zoals loyaliteit, de wijding van het dagelijkse bestaan, het hiërarchische principe, de plechtigheid, de continuïteit, als je deze loslaat) dan moet je wel weten wat je doet.
In het christendom is de mythe het vitale element. Denkbeelden, ideeën gaan voorbij( zoals het Deïsme van Voltaire) maar de verpakking, de mythe bleef. Dan moet er dus meer aan de hand zijn. Vervolgens zet Lewis de betekenis van de mythe uiteen. 
Intellect, ons denken, zo zegt hij, is abstract. De werkelijkheid is deze, je houdt van iemand, voelt pijn, ondergaat dit genot, ziet die hond. Dit wordt ervaren als de werkelijkheid. Wie denkt is gescheiden van de werkelijkheid. Wie proeft, liefheeft of aanraakt kan zich geen helder begrip vormen. Dit is een dilemma. Maar de mythe biedt hierin een gedeeltelijke uitweg. Door een grote mythe mee te beleven komen we dicht bij de ervaring van het abstracte denken. Met het verstand denk je b.v.iets te kunnen pakken, maar tegelijk verdwijnt het daardoor. Maar als je meebeleeft hoe Orpheus Euridice meeneemt aan de hand, maar dat ze verdwijnt als Orpheus zich omkeert om haar te zien, dan ben je dichter bij de realiteit (of bij het geheim? MV) van iets dat je wilt pakken en dat dan juist onzichtbaar wordt. Als je het principe formuleert kom je in een abstracte wereld terecht. Alleen als je de mythe ontvangt als een verhaal ervaar je het principe dat erin opgesloten ligt, op een concrete wijze. Waarheid is abstact, gaat over iets. Realiteit is datgene waar het in de waarheid om gaat. Vanuit de mythe komt de realiteit op ons toe die de individuele ervaring te boven gaat. De mythe verbindt zo het denken met het vaste land waar we werkelijk toe behoren.

Welnu, zoals de mythe de gedachte te boven gaat, zo gaat de incarnatie (het historische gebeuren van de vleeswording, MV) de mythe te boven. Het hart van het christelijk geloof is een mythe die ook een feit is. (cursivering MV) De oude mythe van de stervende God daalt, zonder op te houden een mythe te zijn, neer uit de hemel van de legende en de verbeelding op de aarde van de geschiedenis. Het gebeurt op een bepaald tijdstip, in een bepaalde plaats, gevolgd door concrete historische consequenties. We gaan over van een Balder of een Osiris, die weet waar en wanneer stierven, naar een historisch persoon die gekruisigd is onder Pontius Pilatus. Door feit te worden houdt het echter niet op mythe te zijn.: dat is het wonder. Ik vermoed dat mensen soms meer spirituele inhoud hebben ontleend aan de mythe waarin ze niet geloofden, (zoals je gelooft in een historisch feit, MV) dan aan de religie die ze beleden. Om consequent christen te zijn dienen we zowel het historische feit te aanvaarden als ook de mythe (hoewel feit geworden) te beamen met dezelfde verbeeldingskracht waarmee we mythen in het algemeen omarmen. Het ene is niet minder noodzakelijk dan het ander. Iemand die het christelijk verhaal als als feit ontkent maar die het als mythe voortdurend als geestelijk voedsel tot zicht neemt, is wellicht spiritueel  levendiger dan iemand die het aanvaardt maar er niet veel over nadenkt. de modernist -zelfs de extreme modernist, die in ongeveer alles behalve in de naam van christen (curs.MV) ongelovig is -hoeft niet een dwaas of een hypocriet genoemd te worden omdat hij, zelfs midden in zijn atheïstisch intellectualisme, koppig de taal, de riten, de sacramenten en het verhaal van de christenen vasthoudt. De beste man hangt er wellicht (met een wijsheid waar hij zelf de vinger niet achter krijgt) aan als aan zijn leven. Het zou beter geweest zijn wanneer Loisy (die afscheid nam van het christendom MV) christen gebleven was: het hoeft niet noodzakelijkerwijs beter geweest te zijn dat hij zijn gedachten van achtergebleven sporen van het christendom heeft gezuiverd.
Zij die niet weten dat de grote mythe feit is geworden door de ontvangenis van de Maagd, zijn wel te beklagen. Maar christenen dienen zich te binnen te brengen (we danken Corineus ervoor hieraan te herinneren) dat datgene wat feit werd, een mythe was, en dat het alle kenmerken van de mythe  indraagt in de wereld van het feit. God is meer dan een god, niet minder. Christus is meer dan Balder, niet minder. We moeten ons niet schamen voor de mythische glans in de theologie. We moeten niet zenuwachtig worden over de 'parallellen' en 'heidense christenen': die moeten er zijn, het zou zelfs een struikelblok zijn wanneer ze er niet waren. We moeten hen niet op grond van een verkeerd soort spiritualiteit, ons welkom van de verbeeldingskracht onthouden (curs.MV) Wanneer God ervoor koos mythopoeic (mythescheppend MV) (en is de hemel zelf niet een mythe) moeten wij dan weigeren mythopathic (mytheontvangend MV) te zijn.  Immers, dit is het huwelijk van hemel en aarde: volmaakte mythe en (MV) volmaakt feit, die niet alleen onze liefde en gehoorzaamheid voor zich opeist, maar ook onze verwondering en vreugde, bedoeld net zo goed voor de wilde, het kind en de dichter in elk van ons, als voor de moralist, de geleerde en de filosoof.

Klik op een blauwe knop om te gaan naar de pagina van uw keuze

Beginpagina Kerkenwerkpagina kopstuk 1 Monica kopstuk 2 Clara van Assisi
Kopstuk3 Erasmus Kopstuk3 foto's deelnemers kopstuk 4 Kierkegaard

Met dank aan dr. A.J. Plaisier die op maandag 18 februari 2002 over C.S. Lewis een lezing en bespreking hield. En die zijn materiaal beschikbaar stelde voor deze website.