![]()
|
1898
|
|
|
Een christelijk apologeet |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In het leven van Lewis
bestond geen scheiding tussen het
christelijke en het alledaagse. „Zijn werk
was degelijk en diepzinnig, als van een
geleerde uit Oxford. Maar tegelijk was zijn
stijl zo helder en toegankelijk, dat
iedereen hem kon volgen. Hij heeft de
wijsheid –de wijsheid van het christelijk
geloof– toegankelijk gemaakt Walter Hooper, secretaris van C.S.Lewis. Hooper (1931) was Lewis' particulier secretaris tijdens de laatste zomer van diens leven. Na Lewis' overlijden in november 1963 trad hij in dienst van de erven Lewis en nam hij de uitgave en heruitgave van Lewis' werken ter hand. |
|
Waarom C.S. Lewis
in het rijtje kopstukken?
|
Korte biografie Clive Staples Lewis wordt in 1898 als Ier geboren in Belfast als zoon van Albert James Lewis and Flora Augusta Hamilton Lewis. Het grootste deel van zijn leven zal hij in Engeland doorbrengen. In 1908 sterft zijn moeder aan kanker en wordt hij met zijn broer Warren naar een kostschool in Engeland gestuurd. Via enkele College's komt hij in Oxford terecht. Ondertussen is hij agnost geworden. In Oxford studeert hij klassieke talen, wijsbegeerte en –wat het vak van zijn toekomst zou worden– Engelse literatuur. Tijdens WO I in 1917 onderbreekt hij zijn studie en neemt hij dienst in het leger en gaat naar het front in Frankrijk als tweede luitenant In die periode komt hij een paar keer in het hospitaal terecht. Hoewel hij afkomstig is uit een gematigd christelijk gezin is hij onder- tussen agnost geworden. Hij gaat na de oorlog in 1919 terug naar Oxford en ontmoet daar Owen Barfield, die de komende 10 jaar zijn |
|
|
|
|
voornaamste gesprekspartner is. Hij gaat
gedurende 30 jaar wonen bij Janie Moore een
oudere vrouw (de moeder van een in de
loopgraven in WO I overleden vriend). Deze zal hem een aantal jaren in zijn leven verzorgen, ook als hij in een eigen huis gaat wonen: The Kilns. Vanaf 1925 is hij Fellow (een soort lector) voor Engelse taal en letterkunde aan het Magdalen College in Oxford. Dagelijks legde Lewis de afstand tussen zijn woonhuis en het genoemde college per bus of te voet af (hij was een verwoed wandelaar). In zijn |
![]() Het huis van C.S.Lewis in Oxford "The Kilns" |
|
fraaie werkkamer, met uitzicht op de
hertenwei, gaf hij 's morgens zijn
“tutorials” aan de studenten Engels van het
College. In 1929 sterft zijn vader. In
datzelfde jaar wordt hij een praktiserend
theïst. Twee jaar later bekeert hij zich tot
het christendom en sluit hij zich aan bij de
Anglicaanse Kerk. Het proces dat hij hierbij
doorloopt beschrijft hij in "Surprised bij
Joy". Eenmaal verrast door de vreugde van de liefde van God, voelt Lewis zich geroepen om van deze ontmoeting verantwoording af te leggen voor zowel gelovigen als atheïsten. |
In
zijn autobiografische werk “Verrast door
vreugde” beschrijft hij hoe hij in de lente
van 1929 moest capituleren, „op die avond
misschien wel de meest neerslachtige en
tegenstribbelende bekeerling in heel
Engeland”. Hij voelt zich een verloren zoon,
die niet uit eigener beweging thuiskomt,
maar zich hevig verzet en verbeten zoekt
naar een kans om aan God te ontsnappen. Nog weer later volgt de laatste stap: „Het was op een zonnige morgen, toen ik in het zijspan met mijn broer meereed naar Whipsnade. Toen wij vertrokken, wist ik nog niet dat Jezus Christus de Zoon van God was, maar toen wij bij de dierentuin kwamen, wist ik het”. |
|
|
|
|
|
Vanaf 1933 ontstaat er een
vriendenkring rond Lewis. In de “The Eagle
and Child” (een pub aan de St. Giles) kwamen
Lewis en zijn vrienden iedere dinsdagmorgen
bijeen om elkaars werk te bespreken. In die
kring van vrienden –”The Inklings”– zijn
niet alleen veel werken van Lewis maar ook
het beroemde “In de ban van de ring” van
Lewis' vriend J. R. R. Tolkien voor het
eerst in de openbaarheid gekomen. Ook zijn
broer Warnie maakte deel uit van de groep.
Tijdens de WO II begint Lewis met
radiolezingen voor de BBC, waar hij een
aantal series van maakt. En waarmee hij vele
mensen bereikt. In 1946 krijgt hij een
eredoctoraat in de theologie. Verder gebruikte Lewis zijn literaire talent om allerlei christelijke waarheden vorm te geven in genres als science fiction romans, kinderboeken en andere allegorische verhalen. |
|
|
|
|
|
![]() Jack en zijn broer Warnie waarvoor hij regelmatig de rekeningen voor het gebruik van alcohol in de pub moest betalen. |
|
|
|
|
|
|
| Invloeden | |
|
Lewis is sterk beïnvloed door G.K.
Chesterton (1874-1936). Diens "The
everlasting Man" maakte grote indruk op hem.
Met Tolkien heeft hij een vriendschappelijke
band, in eerste instantie vanwege een
gemeenschappelijke belangstelling voor
Noorse en IJslandse sagen en mythen. Ook
heeft deze (samen met Dyson) een belangrijke
invloed gehad in Lewis' weg tot het geloof.
Hij verdedigt tegen Lewis, toen nog agnost,
dat de mythen van de volken als
versplinterde fragmenten van het ware licht
gezien moeten worden.(God gebruikt de
beelden van hun mytopoeia om fragmenten van
zijn eeuwige waarheid te openbaren), waarbij
het geloof in Christus als een ware
mythe moet worden beschouwd (de dichter was
in dit geval God zelf en de beelden waren
echte mensen en feitelijke geschiedenis).
Tolkien zelf is de schepper van een uniek
oeuvre, waarvan The Lord of the Rings het
hoogtepunt vormt. Dit boek is geen
allegorie, maar het religieuze element is in
het eigen verhaal en de symboliek opgenomen.
Het is een herschapen secundaire wereld, die
een weerspiegeling wil zijn van de waarheid
zoals die uiteindelijk ten volle in de
incarnatie is gebleken. Zelf heeft Lewis een grote kring van lezers getrokken, waaronder in Nederland. Hij kan getypeerd worden als een orthodox christen met grote verbeeldingskracht, die echter niet in een eenduidig vakje geplaatst kan worden. Zijn werk Lewis had een bijzondere creatieve geest en een heldere, aansprekende schrijfstijl. Zijn bedoeling van het schrijven is om allerlei hinderpalen voor het christelijk geloof weg te nemen. Zo schreef hij zijn boek over het lijden, “The Problem of Pain” (1940), in het Nederlands vertaald als “Gods megafoon”, en zijn studie over wonderen (”Miracles”, 1947; in 1994 verscheen een Nederlandse vertaling). Lewis had zich toen al de nodige bekendheid |
verworven met zijn satire “The Screwtape
Letters” (1942), dat ook in het Nederlands
als “Brieven uit de hel” een bestseller
werd. Hij beschrijft hierin de fictieve
instructies van een hogere duivel aan een
lagere over hoe deze het best een jonge
christen los kan weken van het geloof. Hij
laat zodoende op een indringende manier zien
waar voor het geloof valkuilen en
verzoekingen liggen. Zijn betekenis voor vandaag Lewis gaat nogal verstandelijk te werk. Al spreekt daarbij ook zijn hart mee. Hij laat zien dat de wereld niet gemakkelijk is te verklaren zonder God. Via de weg van het verstand was hij tot het geloof gekomen, en via de weg van het verstand wil hij nu ook ongelovigen wijzen op hun misvattingen t.a.v. geloof. Dr. G.v.d. Brink licht dit nader toe: "Een van de mooiste en sterkste voorbeelden is in dit verband nog altijd de wijze waarop Lewis de godheid van Christus verdedigt. Hij doet dat door ieder die de evangeliën leest voor een dilemma te plaatsen: als wij lezen dat Christus Zichzelf voor de Messias houdt, voor de Zoon van God, dan zijn er slechts twee mogelijkheden. Ofwel Hij heeft gelijk, en dan moeten we Hem zonder meer als Gods Zoon aanvaarden. Ofwel Hij leed aan grootheidswaanzin. Maar in dat geval kunnen wij Jezus onmogelijk voor een grote morele leraar of een hoogstaand voorbeeld ter navolging houden. Want dan heeft Hij zich immers schromelijk in Zichzelf vergist, of –erger nog– ons bedrogen. Men ziet: Lewis' argument bewijst niets. Maar het sluit wel een zeer gangbare optie uit. Het wijst in elk geval haarscherp de ongerijmdheid aan van deze vaak oppervlakkig overgenomen opvatting over Jezus." |
|
|
|
| Boeken | |
| Als
professor in de Engelse taal en Letterkunde
schrijft hij o.a. "The Allegory of Love"
(liefdesgedichten in de wereldliteratuur) en
English Litterature in the Sixteenth Century. Fictionele literatuur o.a. The Pelgrim's Regress, Out of the Silent Planet, The Screwtape Letters (Brieven uit de hel), Perelandra en The Great Divorce. Als kinderverhalen, ook voor volwassenen, de Narnia-verhalen (in totaal 7 delen). Als roman: Till We Have Faces. Populair theologisch o.a. The problem of Pain (achteraf vond hij dit te gemakkelijk na het verlies van zijn vrouw), Christian Behaviour, Beyond Personality, Miracles, The four Loves. Letters to Malcom: Chiefly on prayer en A grief Obeserved. |
![]() Lucy en de betoverde kleerkast Lucy maakt een opwindende tocht langs boomgaarden met sneeuwwitte kersenbomen, langs bulderende watervallen en door woeste valleien. En dat gezeten op de rug van een voortsnellende leeuw. De meeste kinderen maken zoiets nooit mee. Tenzij ze Lewis' “Het betoverde land achter de kleerkast” lezen |
|
|
|
|
|
![]() Bij dit kerkje ligt hij begraven |
|
|
|
|
Mythe werd werkelijkheid |
|
|
Samenvatting van het voorafgaande: Corineus, een vriend van Lewis, beschuldigt christenen ervan dat niemand een echt christen is omdat de historische achtergronden van het christendom zo barbaars zijn dat niemand ze kan geloven. Hij denkt dat christenen aan de vorm (van namen, rituelen, formules en beelden) vasthouden (zoals dat b.v. kan met het koningschap) maar dat in feite een systeem van ideeën, over b.v. rechtvaardigheid en liefde wordt gehanteerd. Lewis gaat uitvoerig op deze beschuldiging in. Allereerst bedenkt hij wat de consequenties zijn van de gedachtegang van Corineus. Als Corineus gelijk heeft waarom blijven mensen dan vasthouden aan die verouderde mythologie? Ze doen het niet en toch zijn ze niet gek. Er is dus iets meer aan de hand. Het lijkt redelijk om de Engelse monarchie af te schaffen maar als je daardoor vitale elementen van het burgerlijk leven elimineert, (zoals loyaliteit, de wijding van het dagelijkse bestaan, het hiërarchische principe, de plechtigheid, de continuïteit, als je deze loslaat) dan moet je wel weten wat je doet. In het christendom is de mythe het vitale element. Denkbeelden, ideeën gaan voorbij( zoals het Deïsme van Voltaire) maar de verpakking, de mythe bleef. Dan moet er dus meer aan de hand zijn. Vervolgens zet Lewis de betekenis van de mythe uiteen. Intellect, ons denken, zo zegt hij, is abstract. De werkelijkheid is deze, je houdt van iemand, voelt pijn, ondergaat dit genot, ziet die hond. Dit wordt ervaren als de werkelijkheid. Wie denkt is gescheiden van de werkelijkheid. Wie proeft, liefheeft of aanraakt kan zich geen helder begrip vormen. Dit is een dilemma. Maar de mythe biedt hierin een gedeeltelijke uitweg. Door een grote mythe mee te beleven komen we dicht bij de ervaring van het abstracte denken. Met het verstand denk je b.v.iets te kunnen pakken, maar tegelijk verdwijnt het daardoor. Maar als je meebeleeft hoe Orpheus Euridice meeneemt aan de hand, maar dat ze verdwijnt als Orpheus zich omkeert om haar te zien, dan ben je dichter bij de realiteit (of bij het geheim? MV) van iets dat je wilt pakken en dat dan juist onzichtbaar wordt. Als je het principe formuleert kom je in een abstracte wereld terecht. Alleen als je de mythe ontvangt als een verhaal ervaar je het principe dat erin opgesloten ligt, op een concrete wijze. Waarheid is abstact, gaat over iets. Realiteit is datgene waar het in de waarheid om gaat. Vanuit de mythe komt de realiteit op ons toe die de individuele ervaring te boven gaat. De mythe verbindt zo het denken met het vaste land waar we werkelijk toe behoren. |
|
|
|
|
| Welnu, zoals de mythe de gedachte te boven gaat, zo gaat de incarnatie (het historische gebeuren van de vleeswording, MV) de mythe te boven. Het hart van het christelijk geloof is een mythe die ook een feit is. (cursivering MV) De oude mythe van de stervende God daalt, zonder op te houden een mythe te zijn, neer uit de hemel van de legende en de verbeelding op de aarde van de geschiedenis. Het gebeurt op een bepaald tijdstip, in een bepaalde plaats, gevolgd door concrete historische consequenties. We gaan over van een Balder of een Osiris, die weet waar en wanneer stierven, naar een historisch persoon die gekruisigd is onder Pontius Pilatus. Door feit te worden houdt het echter niet op mythe te zijn.: dat is het wonder. Ik vermoed dat mensen soms meer spirituele inhoud hebben ontleend aan de mythe waarin ze niet geloofden, (zoals je gelooft in een historisch feit, MV) dan aan de religie die ze beleden. Om consequent christen te zijn dienen we zowel het historische feit te aanvaarden als ook de mythe (hoewel feit geworden) te beamen met dezelfde verbeeldingskracht waarmee we mythen in het algemeen omarmen. Het ene is niet minder noodzakelijk dan het ander. Iemand die het christelijk verhaal als als feit ontkent maar die het als mythe voortdurend als geestelijk voedsel tot zicht neemt, is wellicht spiritueel levendiger dan iemand die het aanvaardt maar er niet veel over nadenkt. de modernist -zelfs de extreme modernist, die in ongeveer alles behalve in de naam van christen (curs.MV) ongelovig is -hoeft niet een dwaas of een hypocriet genoemd te worden omdat hij, zelfs midden in zijn atheïstisch intellectualisme, koppig de taal, de riten, de sacramenten en het verhaal van de christenen vasthoudt. | De
beste man hangt er wellicht (met een
wijsheid waar hij zelf de vinger niet achter
krijgt) aan als aan zijn leven. Het zou
beter geweest zijn wanneer Loisy (die
afscheid nam van het christendom MV)
christen gebleven was: het hoeft niet
noodzakelijkerwijs beter geweest te zijn dat
hij zijn gedachten van achtergebleven sporen
van het christendom heeft gezuiverd. Zij die niet weten dat de grote mythe feit is geworden door de ontvangenis van de Maagd, zijn wel te beklagen. Maar christenen dienen zich te binnen te brengen (we danken Corineus ervoor hieraan te herinneren) dat datgene wat feit werd, een mythe was, en dat het alle kenmerken van de mythe indraagt in de wereld van het feit. God is meer dan een god, niet minder. Christus is meer dan Balder, niet minder. We moeten ons niet schamen voor de mythische glans in de theologie. We moeten niet zenuwachtig worden over de 'parallellen' en 'heidense christenen': die moeten er zijn, het zou zelfs een struikelblok zijn wanneer ze er niet waren. We moeten hen niet op grond van een verkeerd soort spiritualiteit, ons welkom van de verbeeldingskracht onthouden (curs.MV) Wanneer God ervoor koos mythopoeic (mythescheppend MV) (en is de hemel zelf niet een mythe) moeten wij dan weigeren mythopathic (mytheontvangend MV) te zijn. Immers, dit is het huwelijk van hemel en aarde: volmaakte mythe en (MV) volmaakt feit, die niet alleen onze liefde en gehoorzaamheid voor zich opeist, maar ook onze verwondering en vreugde, bedoeld net zo goed voor de wilde, het kind en de dichter in elk van ons, als voor de moralist, de geleerde en de filosoof. |
|
|
|
Met dank aan dr. A.J. Plaisier die op maandag 18 februari 2002 over C.S. Lewis een lezing en bespreking hield. En die zijn materiaal beschikbaar stelde voor deze website.