|
|
|
|
K r u i s w e g 3 |
|
|
in de St. Stefanuskirche in Wasseralfingen 2 |
|
|
|
|
|
|
VIII Het lot van de
kinderen Tot ergernis van zijn eigen jongeren nam Jezus de kinderen zeer ernstig."Laat de kinderen tot mij komen, want juist voor hen is God er. Ook in deze kruiswegstatie spelen kinderen een bijzondere rol. Jezus zegt tot de klagende vrouwen: "Weent niet over mij!" Hij voelt zich niet beklagenswaardig, wil geen medelijden, geen tranen. "Weent over uzelf en over uw kinderen!" De schilder plaatst het schilderij in onze tijd. Links: Twee kinderen met een jodenster. De massamoord op de Joden was mogelijk omdat een volk zwijgend toekeek, hoe men Joden als onmensen bestempelde. Een Japanse moeder zoekt vertwijfelt onder het atoombommenscherm van Hiroshima haar bestraalde kind te beschermen. Afrikaanse kinderen en Palestijnse kinderen hongeren naar vrijheid en naar brood. Muur en prikkeldraad herinneren aan de Concentratiekampen. Jezus heeft gelijk: "Weent over uwzelf en over uw kinderen". In uw wereld verdwijnt de zon, het licht. "Weent niet over mij." Ik ga mijn weg ten einde. Ik ben bereid te sterven, waarvoor ik in de wereld kwam en leefde. Het ontroerende in het schilderij is: Boeddhisten, christenen, moslims kijken hoopvol naar Jezus, van wie ze heil en vrede verwachten. We zien van Jezus alleen de rug die de last van de mensheid draagt. Van hem gaat rust en zekerheid uit. In Jesaja 50:6 staat: mijn rug heb ik gegeven aan wie sloegen. Dat doet hij nog steeds. Wij hoeven alleen maar gelovig naar hem op te zien en hem volgen. Dan zullen wij opademen in een nieuwe wereld die meer menselijk is. |
|
|
|
| Gebed | |
| Heer Jezus, het is om te huilen. Ook in onze wereld is er helaas veel haat en ongerechtigheid, honger en angst, bommen en prikkeldraad. Kinderen verhongeren, weten niet wat vrede en vriendschap is. Jezus klagen en wenen over de wereld helpt ons niet verder. Wij moeten net als U het kruis aannemen en dragen, elkander verdragen en naar de kinderen kijken. Wat kunnen we voor hen doen? U zegt: hen liefhebben, want wie geliefd wordt kan zelf weer liefde schenken. Jezus laat ons liefhebben zoals U ons hebt liefgehad. |
|
|
|
|
| Vallen in de diepte Dit beeld toont onthutsend dat Jezus in de diepte valt. De bijbel zegt ons niets van een drievoudige val van Jezus op zijn kruisweg naar Golgotha. Toch mogen en moeten we erover nadenken wat in de ziel van Jezus gebeurde, wat hem ten diepste bedrukte. Zeker was dat zo met het theater rond Pilatus die, zoals de meeste mensen fouten en schuld niet wilde toegeven. Wat heeft Jezus in het stof gedrukt? Het tevergeefs worstelen om de ziel en om het geloof van zijn volk. Bij de intocht in Jerusalem ervaren we: "Toen Jezus dichterbij kwam en de stad zag weende hij over haar en zei. Als u toch eens erkend zou hebben wat tot uw vrede dient. U hebt echter de tijd van genade niet herkend. Toen niet en vandaag niet. Jezus wordt door de onverschilligheid op de grond geworpen. Maar Hij werd het meeste teleurgesteld door de geestelijke rechters en leiders. Die sloegen hem in de naam van God. Die vertraden hem in de naam van God. In de overwinningsroes over hun vijanden hoort hij hen als het ware in een psalmwoord triomferend roepen: "Zij vielen en lagen op de grond. Zij riepen tot de hemel, maar God gaf geen antwoord. Ik vermaalde hen tot stof. Als drek liet ik ze achter." In de afbeelding drijft de nevel voor de zon, God naar in de wijde verte. en toch valt een lichtstraal op zijn gelaat in het stof. Of de geslagene nog eenmaal op zal staan? Er ontstaat een toename van wenen; niet meer kunnen wenen, verstenen. Er is een toename van klagen, niet meer kunnen klagen, verstommen. Is er ook iemand in mijn omgeving die verstomt? |
|
|
|
|
| Gebed | |
| Heer Jezus, U weet wat het betekent op de grond te liggen.Wat het is om verslagen, verdrukt niet meer alleen omhoog kunnen komen, volledig aan het eind zijn. U kent dat gevoel. Alles was vergeefs, schijnbaar zinloos. Ik ben geen mens meer, alleen nog maar een worm. U roept ons echter toe: Geloof in het licht ook in de donkerste nacht. Geloof in de zon, ook wanneer ze door de nevel verbleekt. Geloof in God ook als Hij zich verbergt. Om zo'n geloof bidden wij U Heer. |
|
|
|
|
|
|
X Waarop het
aankomt Zij die door de Romeinen tot de kruisdood werden veroordeeld, werden uitgekleed en hun kleren vormden de buit voor de beulen. De soldaten wilden de lijfrok van Jezus wegens de kostbaarheid ervan niet verdelen, maar dobbelden er om. Kerkvaders zagen in deze lijfrok zonder naad een beeld van de ondeelbare kerk van Christus. Maar wat maakten de discipelen ervan? Het beeld vraagt om een antwoord. Een evangelische en orthodoxe dominee, een katholieke bisschop, en bovendien een revolutionair die zich op Jezus beroept, zij bekommeren zich slechts om het ene, de heilige zaak van God. Niemand bestrijdt meer anderen; men leeft alleen en vroom voor zichzelf. Omdat ieder in zijn eigen richting trekt, ontstaat een nieuw kruis: Het kruis van de voortgezette verwijdering, het tegendeel van wat Jezus wilde. Hij bad om de eenheid in het geloof. Zij moesten in hem persoonlijk geloven, niet alleen in een heilige zaak. Hij bad om eenheid van de liefde; want aan de liefde herkent de wereld hoe Christus werkelijk is: de mens geworden liefde van God. Jezus wilde geen naast elkaar leven, maar Hij wenste een leven met en voor elkaar.Een erbarmelijke tegenstelling op de afbeelding: hier het vrome gedoe rond de kleding en de naakte waarheid daar. Men kan de heiligste dingen doen, en degenen die vlakbij leiden over het hoofd zien. Het woord van Johannes geldt ook vandaag nog "Midden onder u staat Hij die u niet kent." Op hem komt het aan! De zonneduisternis rond zijn hoofd is een teken van Godsverduistering. Zij zal verdwijnen, als we hem in de benauwdheid onder ons mensen meer aandacht schenken. |
|
|
|
| Gebed | |
| Heer Jezus, U hebt gebeden: "Vader dat ze één zijn opdat de wereld gelooft, dat U mij gezonden hebt." We zijn het echter oneens. We zijn gesplitst in vele kerken, hoewel er slechts één kerk is. Daarin bent U het hoofd, de ware en eeuwige herder. Wij zijn echter zusters en broeders omdat God de vader is van ons allemaal. Jezus wat zou ons kunnen scheiden van uw liefde? Niets. Als U Heer in ons midden bent kunnen verschillen ons niet meer doen scheuren, die zullen dan vruchtbaar uitwerken. Zelfs heilige dingen worden nevenzaken, wanneer het om U , de alleen Heilige, gaat. Wees daarom in ons midden Heer! Dan komt de eenheid vanzelf. |
|
|
|
|
| XI Perspektieven Er is een perspectief van bovenaf. Ze leidt ertoe alles van bovenaf te zien. Er is een perspectief van onderaf. Hier kijkt men meestal angstig naar boven. In deze perspectieven plaatst ons het beeld. Wij kijken met Jezus, die op de aarde wordt gekruisigd, in de grauwe hemel. In de zon zit een zwart gat. Zijn er voor hem nog perspectieven? Een perspectief is een doorkijk. De bijbel vertelt: Hij kende ze alle en wist wat er in de mens was. Hij heeft het doorzicht, doorziet ze allen: de nadenkende toeschouwers, zelfs die echt medelijden met hem ervaren. Hij ziet veel gapers die een heimelijke plezier vertonen, terwijl anderen zich kronkelen van de pijn. En er zijn gezichten vol dodelijke haat. Jezus bidt in dit uur psalm 22 " Ik ben de mensen tot spot, door het volk veracht" Die mij zien lachen me uit. Koeien van Basan omringen mij. We zien een stier in beeld, maar dierlijke mensen zijn erger. Bovenin houdt iemand de duim naar beneden. En dat betekent volgens de Romeinse gewoonte: Hij moet sterven. De soldaat in wapenrusting met een hamer, heeft geen gezicht. Hij is volstrekt blind voor elke opdracht.Bevel is bevel. De verschrikkelijkste misdaden gebeuren door die heilige eed. Het schilderij heette vroeger de voorlaatste blik van Jezus. Zeker heeft Hij ook mij in zijn blikveld. In welke van deze gezichten doet Hij mijzelf ontdekken? Herken ik mijzelf in deze kring als meelevende toeschouwer? Als gaper, hater, of zelfs doener? Desondanks hoop ik op zijn liefhebbende blik. En dat juist zijn laatste blik een ogenblik van eeuwige liefde zal zijn. |
|
|
|
|
| Gebed | |
| Trek mij aan uw kant , Jezus, naar de nederigen, de vernederden, tot hen die helemaal beneden zijn, daar waar U bent. Trek mij aan uw kant, Heer. Laat mij met uw ogen zien, wat in de wereld gebeurt. Laat mij zien wat mensen denken, voelen, wat ze ten diepste beweegt. Wat mensen leiden, hoe ik met hen zou kunnen lijden. Trek mij heel dicht naar U toe, mijn broeder, geef mijn leven perspectieven, uw perspectieven, de ware blik van wie ik werkelijk ben en waar ik sta, zou moeten staan. Dank U Jezus, voor uw perspectieven. Dank U voor ieder ogenblik van uw liefde. |
|
|
|
|
|
|
XII Jezus bij
die buiten zijn Deze gekruisigde Jezus schokt ons. Er bestaat geen mooie gefolterde mens.Onze geloofsbelijdenissen zeggen "Hij kwam van de hemel, Hij kwam naar beneden, tot hen die in de diepste diepten zijn, om met hen mens te zijn. Voor velen was Hij een nar, niet de Zoon van God, iemand die verlaten werd door zijn vrienden, door God. Er staat "Het voorhangsel van de tempel scheurde." De schilder verbindt het scheuren van het voorhangsel met de dood van Jezus. Het voorhangsel van de tempel scheidde het volk van het binnengaan in de allerheiligste ruimte. Nu is de toegang tot God open voor allemaal. "Het voorhangsel van de tempel scheurde." De schilder wil daarmee nog meer zeggen. Dit beeld van de kruisweg hangt aan de kerkmuur. Wanneer op het beeld het voorhangsel scheurt, wordt de muur ook naar buiten opengescheurd. Wij zien naar buiten. Wat ook steeds aan heilige liturgie daarbinnen gebeurt, Christus is voor alles buiten bij degenen die lijden en sterven. "Buiten heeft Hij geleden" staat in de brief aan de Hebreeën. "Laat ons daarom naar hem toegaan buiten" Ons voorhangsel ziet eruit als perkament, waarop een zin staat uit psalm 22 "Eloi,eloi, lama, sabbachtani? Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten?" Zo bidt ook Jezus aan de rand van de afgrond. God zwijgt. En toch vertrouwt zijn Zoon op hem. De misdadiger rechts boven in het donker beschimpt Jezus, keert zich van hem af. Maar de trouwsten bij het kruis houden vast aan Jezus. Die trouwsten zoals zijn moeder Maria, en versluiert Maria van Magdala. Terwijl de lievelingsdiscipel van Jezus en boven hem de misdadiger in het licht vol verwachting naar de Heer opzien. Ze zien een hart dat bloedt en in de liefde ondergaat. Ze erkennen: "Een grotere liefde heeft niemand dan Hij die zijn leven geeft" - voor allen. |
|
|
|
| Gebed | |
| We bidden uit de 22ste psalm: Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij mij verlaten? Mijn God, ik roep overdag, maar Gij geeft geen antwoord. Ik roep 's nachts en ik vind geen rust. Onze vaderen hebben U vertrouwd en U hebt ze gered. Zij riepen tot U en werden bevrijd. Van de moederschoot af aan zijt Gij mijn God. O wees niet ver van mij. Want er is niemand die helpt. Gij legt mij in het stof van de dood. Gij mijn sterkte, haast u mij ter hulp. Ik wil uw naam verkondigen, in het midden van de gemeente U prijzen. Roemt hem u allen. Uw hart zal opleven voor altijd. |
|
|
|
|
| XIII Liefde sterk
als de dood Sinds de 14e eeuw bidden mensen vol vertrouwen voor dit beeld, de Piëta, tot Maria. Piëta heet vertrouwdheid (pietas). Wij moeten ons vertrouwd maken met het ondoorgrondelijke geheim. God en het leed, Jezus en het kruis. Maria zou ons daarbij kunnen helpen. Men noemt dit beeld ook Vesperbeeld. Omdat het beslissende afscheid van Jezus 's avonds heeft plaatsgevonden. (vesper is in het Latijn avond). Het beeld straalt rust en vertrouwen uit. De zoon van Maria keert terug in de schoot waaruit hij is voortgekomen. Het groen in de mantel van Maria, wekt hoop. Zij omarmt haar dode als een levende. Zij weet: liefde is sterk als de dood. Uit een rotsspleet komen plaatsvervangend voor alle doden, als eerste Adam en Eva tot nieuw leven. Want de dood van Christus aan het kruis, heeft de dood voor altijd gedood. De vredesduif op de mantel van Maria breidt liefdevol haar vleugel over het verdriet van de moeder. In haar snavel heeft ze het olijventakje, dat herinnert aan het einde van de grote zondvloed, die ook over Jezus en Maria losbrak op Golgotha. De duif verkondigt dat de vrede Gods nooit zal ophouden. De schilder denkt daarbij aan het slot van de Mattheüspassion van Johann Sebastian Bach: "Am Abend kam die Taube wieder und trug ein Olblatt in dem Munde. O schöne Zeit, o Abendstunde! Er is nu met God vrede gesloten, want Jezus heeft zijn kruis volbracht." De Goede Vrijdag zinkt in het Avondrood. Of is het reeds het lichtende morgenrood? Dan gaat het zwijgen van Goede Vrijdag langzaam over in de beginnende Paasjubel: "O werkelijk zalige nacht, die hemel en aarde verzoent, die God en mensen verbindt." |
|
|
|
|
| Gebed | |
| Heer Jezus, Er is geen antwoord op de berg van leed. Op de vloed van tranen, op de vraag: Waarom? U bent met deze vraag op Golgotha gestorven. Uw moeder vroeg aan het begin: Hoe zal dit geschieden? Het antwoord van boven luidt steeds gelijk "Gij zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen." Jezus, Uw moeder omarmt U en gelooft dat liefde de dood overleeft. De duif van de vrede kondigt reeds een nieuw begin aan: Jezus zal opstaan en allen, allen die geloven - met hem. |
|
|
|
|
|
|
XIV Het
geheim van de graankorrel In plaats van "Jezus wordt in het graf gelegd" schildert Köder "Jezus is in het graf gelegd." Zo ontstaat een heel nieuw beeld. We zien een donker stenen graf, waarin het lichaam en een groot verzegeld zijn. Het einde van Jezus is bezegeld hoewel dit niet is na te gaan.Voor de schilder is het graf niet het einde maar een begin. Hij gelooft wat Paulus aan de Corinthiërs schrijft: "Zie ik vertel u een geheimenis: We zullen veranderd worden. wanneer dit sterfelijke bekleedt wordt met onsterfelijkheid, dan geschiedt het woord: Verzwolgen is de dood door de overwinning." De schilder probeert het onzichtbare zichtbaar te maken. Het gelaat van Jezus, zijn wonden, wat gebeurt hier? Een dood lichaam verandert zich in een nieuw bestaan. De overeenkomst met een graankorrel dringt zich op -het zelfde lot.Evenals Jezus bij zijn afscheid zegt: Als de graankorrel niet in de aarde valt en sterft, blijft het alleen. Als het echter sterft, brengt het rijke vrucht voort." Het zaad schijnt op te gaan. De graankorrel begint te leven. Het lichaam komt op de kijker over als zou het van binnen uit licht geven, als zou het het donker van de dood overwinnen. Het proces opwekking, Pasen begint. De "grote steen" verhindert niet meer dat het morgenrood naar binnen schijnt, een teken van Pasen, dat de nacht tot dag en de dood tot leven is geworden. "Net toen de zon opging" zo begint het eerste Paasverhaal. De zon is Jezus Christus de Heer. Op de kruisweg verdonkerde de zon tot een zonsverduistering . Maar voor Sieger Köder bleef de zon van de liefde. Zij kent noch ondergang noch dood. En God spreekt: "Ik maak alles nieuw". |
|
|
|
| Gebed | |
| Heer Jezus Christus, uw dood aan het kruis, en uw opwekking uit de dood zijn de grootste gebeurtenis uit de wereldgeschiedenis. Door uw dood en uw opstanding worden ook wij veranderd, in de dood opnieuw geboren. Het lichtende morgenrood van de oneindige liefde van God dringt al binnen in onze vergankelijk leven. U zei tegen Martha: "Ik ben de opstanding en het leven. Wie mij gelooft, zal leven, ook als hij sterft." De vraag aan Martha geldt ook voor ons: "Gelooft gij dat? " Jezus, dat we mogen antwoorden als de vader van een kind, die eenmaal heeft geantwoord: Ik geloof, Heer. Kom mijn ongeloof te hulp." |
|
|
|
|
|
S l o t g e b e d |
|
|
|
Heer Jezus Christus, Golgotha is ten einde, maar de kruisweg gaat verder in het talloze lijden van de mensheid en de schepping. In de dagelijkse berichten zien we bittere nood, horen we verschrikkelijke boodschappen. Jezus, ook wanneer de vraag niet verstomt: Waarom zo veel leed? Waarom juist ik. Waarom grijpt God niet in? Dan zegt toch ons geloof: De wereld is verlost. de dood is overwonnen, omdat U Gekruisigde en Opgestane, met ons leidt en leeft. Dank U Jezus voor deze hoop van Pasen. Dank U voor uw vriendschap en trouw. |
|
|
|
|
Naar de beginpagina |
|