Lied van de maand januari 2012

   

‘De morgenster licht op en flonkert’ uit:  Zingend Geloven 6
tekst 15e eeuw/Daniël Rumpius
melodie 15e eeuw. Vertaling Sytze de Vries 1997

   

Sytze de Vries

   
  2 Ontwaakt! Roept ons een stem. Wij horen
  de wachters zingen op de toren:
  'dit is de aangename tijd;
  De bruidegom verschijnt! Weest voorbereid!'

  3  Zijn wij in zoete slaap gevangen,
  ons wekt de stem van Gods verlangen,
  ons kust het eerste morgenrood.
  Waarom nog langer slapen totterdood?

  4  Als Woord van God van den beginne
  wil Christus onze wereld winnen.
  De schepping tintelt van Gods lof,
  want Hij hervond voor ons de open hof.

  5 O Morgenster, gij stralend schone,
  bezongen op verhoogde tonen,
  reik met uw stralen fier en ver!
  Verlicht ook ons, o Christus, Morgenster!
   
Een ander lied over de morgenster en het meest bekend is Gezang 157 uit het Liedboek voor de Kerken. Daarin wordt hij ‘zoon van David, mijn Koning en mijn Bruidegom’ genoemd. De tekst van dat lied ‘schittert als een edelsteen’ (zie strofe 3). Nog een lied waar het  woord ‘morgenster’in voorkomt is Gezang 130: 1, waar het over ‘de heldere morgenster’ gaat. Zo ook in Gezang 160: 1. Het te bespreken lied heeft een bewogen ontstaansgeschiedenis. Ze is in diverse etappes ontstaan. Oorspronkelijk is het een nederduits volksliedje uit de 15de eeuw, wat als volgt begint: ‘De morgensterne hefft sik upgedrungen/ gar schön hebben uns die Kleinen/ waldvögelin gesungen wol aver berg und depe dal,/von fröuwden singet uns de leve nachtegal’ enz. In 1587  heeft ene Daniel Rump die tekst uitgebreid tot zes strofen.  Het hedendaagse Evangelisches Gesangbuch laat vier strophen daarvan zingen in weer een andere versie  Het is opgenomen in de rubriek van de liederen voor de Epifanietijd die dit jaar op 8 januari begint en zeven weken later eindigt op 22 februari a.s.

De nederlandse vrije vertaling is van de hand van Sytze de Vries. In strofe 2 worden wij herinnert aan het Gezang ‘Op, waakt op!’ zo klinkt het luide’ (Gezang 262 uit het Liedboek) waar het gaat over de torenwachters en het naderend komen van de Bruidegom. De laatste strofen van beide tekstversies komen vrijwel overeen als zij zingen over

   ‘Verlicht ook ons, o Christus, Morgenster’ of  ‘so leucht auch uns,
  Herr   Christ, du Morgenstern’ (zie ook  Openbaring 22, 16 waarin
  Jezus over zichzelf spreekt als ‘Ik ben de telg van David, zijn
  nakomeling, de stralende morgenster’).

  Boven de melodie staat zowel in het EG als in de vertaling aangegeven
  dat ze uit de 15de eeuw stamt. Dat is niet helemaal waar. De boven-
  genoemde tekstbewerker Rump kan niet met de eer strijken deze
  wondermooie vrolijke melodie gecomponeerd te hebben. Die eer komt
  tenslotte toe aan Michael Praetorius  (1571-1621). Deze componist
  heeft wel wat melodiemateriaal van Rump voor zijn melodie gebruikt die
  op zijn beurt het middeleeuwse voorbeeld misbruikt heeft. Het ritme van
  deze melodie is tegenovergesteld van wat wij doorgaans gewend zijn.
  De twee laatste regels vertonen bogen boven de noten d.w.z. dat het
  woord ‘nacht’ en verder het laatste woord van elke derde regel
  gemakkelijk vloeiend van boven naar beneden gezongen dient te
  worden. Het ritme van de helft van de laatste regel is heel natuurlijk.
  Het geheel moet niet te zwaar gezongen worden. Probeer het eens!
 ‘Verlicht ook ons, o Christus, Morgenster
!'   
 
  Herman Stokmans
                                               .

   
 

Naar de beginpagina

Naar de vorige pagina