Liturgisch bloemschikken 2009/2010
foto's Anneke de Winter

   

 

1e Advent 2009

zondag 29 november

   

 

Zacharias ontmoet in de tempel een engel die hem de boodschap brengt dat zijn vrouw Elisabet een kind zal baren. Hij kan het niet geloven, want zijn vrouw is al op leeftijd. Vanaf dat moment is hij sprakeloos, totdat hij de naam van zijn zoon op een tablet schrijft.

Zacharias hebben we verbeeld als ontvangende handen opgericht naar de Eeuwige.

De mantels van koningen en priesters in de bijbel waren purperpaars. Daarom zijn er paarse cyclamen en paarse callicarpa verwerkt in de krans.

De globe is in de schikking opgenomen omdat overal op de wereld het Licht verschijnt. In de lezing van vandaag gebeurt dat in de tempel. Er is gouddraad in de krans verwerkt als verwijzing naar het onvergankelijke licht.

   -in donkere dagen-
   naar licht,
   een nieuw begin
   van leven.
   Zwarte nacht breekt
   in goud met purperpaars:
   koninklijke, priesterlijke kleuren.
   Ze voeden het verlangen
   naar de ware koning,
   mens onder de mensen,
   en de ware priester
   die de ziel verbindt
   met de Eeuwige
   en laat herleven.

    Richt je op
   en hef je hoofd omhoog
   als takken naar de hemel.

 

 

2e Advent 2009

zondag 6 december

   

   

Een cyclaam is in de bloemensymboliek een zogenaamde Mariabloem. De donkere vlekken op het blad herinneren aan haar verdriet dat zij door de vroegtijdige dood van haar zoon met zich meedraagt.

Het is vandaag een rode cyclaam omdat de kleur rood een verwijzing is naar de Geest. Het is de kleur van het hart, de liefde en het vuur.

De engel is gesymboliseerd door de halve boog die zich over Maria buigt.

 

   Licht
   ontvlamt in mensen
   als liefde,
   vurig en rood,
   als de geest
   die het Woord vertaalt
   in nieuw leven
   elke dag.
   Licht dat opbloeit
   in een tere bloem
   in een mens
   die openstaat
   voor het Woord
   en leven deelt.

   Licht van ons leven,
   richt ons kijken,
   maak ons ontvankelijk,
   leer ons zien.

   

 

3e Advent 2009

zondag 13 december

 

 

Elisabeth en Maria ervaren bij hun ontmoeting onmiddellijk de diepte en zeggingskracht van de Geest die zij bij zich dragen. Zij roepen en zingen het uit van herkenning en vreugde. De twee vrouwen ontmoeten elkaar en delen hun vreugde om hun vruchtbaarheid. Toen Elisabeth de groet van Maria hoorde, sprong het kind op in haar schoot. De ontmoeting van Maria en Elisabeth hebben we verbeeld met de twee naar elkaar toebuigende bogen van groen materiaal.
De granaatappels zijn een verwijzing naar de vruchtbaar-heid door de vele zaden die ze bevatten. Ze zijn door hun rode kleur ook een verwijzing naar de Geest. Het rode sap wordt ook wel gezien als liefdesdrank. De granaatappel wordt ook beschouwd als een van de zeven goede gaven.
Op de derde zondag van advent breekt het licht door waar we naar uitzien, het licht van kerst, en wordt het paars roze.

   Als licht doorbreekt
   in mensen
   wordt purper
   rozerood.
   Dan draagt liefde vrucht,
   groot of klein,
   in elk mens
   die op weg gaat
   in Uw licht.

   Licht in ons leven,
   richt ons kijken,
   kleur ons hart,
   leer ons zien.

 

 

4e Advent 2009

zondag 20 december

 

 

Johannes is de vervulling van een belofte,
zijn naam betekent de genade van de Heer,
wegbereider van Barmhartige Jezus.
Zijn hele leven is erop gericht om de weg
te bereiden voor Hem die na hem komt:
Jezus Messias.
Hij verwijst naar het oeroude beeld
van de profetie van Jesaja:
uit de oude stam komt een nieuwe loot.
Daarom gebruiken we takken
met duidelijke knoppen,
om te verwijzen naar die belofte van nieuw leven.

Johannes,
belofte van de Heer,
de Levende
tot in eeuwigheid.
Als een twijg aan het dode hout
met knoppen vol belofte
voor nieuw leven.
Licht van ons leven
richt ons kijken,
naar knoppen
geheim van een nieuw begin
om te groeien vanuit de bron
in Uw licht.
Leer ons zien.

 

 

Kerst 2009

 25 december

 

 

Het Woord van God wordt zichtbaar in een kwetsbaar kind in een stal, maar de hele aarde, de hele wereld is zijn huis (globe). Het grenzeloze Licht komt tot bloei in een mensenkind maar zoekt in elk van ons een woning om ons te laten richten in groei en bloei, om vrucht te dragen, om mens van de aarde en wereld te worden. Grenzeloos, zonder einde en begin, als deze krans.

De witte bloemen reiken naar de hemel, daar waar het woord leven wordt komt de schepping tot bloei.

 

Grenzeloos Licht,
uit de hemel op aarde
Woord van zo hoge,
kwetsbaar in een kind.
Breek ons open
doorbreek onze begrenzing:
maak ons ontvankelijk
voor uw licht
op aarde.

Laat ons hart
een stal zijn,
laat uw licht
ons bezielen.

Licht van ons leven,
geschonken in een kind,
richt ons kijken,
leer ons zien.

 

 

Veertigdagentijd 2010

Eerste zondag op 21 februari 2010

 

   

In deze 40-dagentijd staat het verhaal van de uittocht uit Egypte centraal. Dit thema van de weg, vanuit de onderdrukking naar bevrijding in verbondenheid met de Eeuwige, willen we verbeelden in de basisschikking van de komende weken. Op de paarse ondergrond, de liturgische kleur van de 40-dagentijd, ligt een jute lap die deze weg verbeeldt. Daarop staat de staf van Mozes: als teken van zijn leiderschap. Vanuit de staf langs de weg ligt klimop. Klimop is een teken van trouw. Het is altijd groen, klimt naar het licht en hecht zich.

Vandaag staat aan het begin van de weg een schikking van doorntakken, braamtakken en rode kornoelje met daarin bloemen van de lampionplant. Dit verbeeldt de brandende braamstruik.

 

Zoals Mozes
bij het vuur
van de doornstruik
uitgekozen wordt
en luistert,
zo staan wij stil
bij het vuur van Uw liefde
en het lijden in de wereld.

Geef ons de voeten van Mozes,
die de aarde respecteren
en gaan waar ze nodig zijn.

Geef ons de mond van Mozes
om te zeggen waar het op staat.

Geef ons het hart van Mozes
dat brandt met liefde
die niet verteerd.

   

 

 

Veertigdagentijd 2010

Tweede zondag op 28 februari 2010

 

 

Vandaag ontmoet Mozes zijn broer Aaron bij de berg van God. Ze gaan, verbonden door de bloedband en hun uitverkiezing door God, samen op weg naar Egypte om de dwangarbeiders te melden dat de Eeuwige zich over de onderdrukten ontfermt, oog heeft voor hun ellende en hen zal bevrijden.

Mozes en Aaron zijn verbeeld door voor ieder een staf neer te zetten verbonden met een rood lint en de twee bromelia’s aan de voet van de berg. Rood is de kleur van het bloed, de kleur van het leven, maar ook van het lijden. 

De klimop langs de staf verwijst naar licht en leven. De klimop zoekt het licht en is altijd groen.

De gebogen bandwilg  verbeeldt de ontferming.

 

Op zoek gaan
naar je naasten:
een kind, vrouw, broer:
bloedverwanten
maar ook naar
naasten die geen uitweg zien.
Bij de berg
kom je de Ander tegen
en komt een ander je tegemoet.
Samen ga je verder
samen ben je sterker
samen zoek je een uitweg
en volg je de weg van het hart.

 Schenk ons
een brandend hart
vol ontferming
dat leidt naar de naaste.

 

Veertigdagentijd 2010

Derde zondag op 7 maart 2010

 

   

We zijn weer een stukje verder op weg……
De weg is net als de vorige zondagen, paars,
want deze liturgische kleur hoort bij de lijdenstijd.
De jute lap, gebruikt als teken van woestijnzand
vormt zo, samen met de paarse lappen,
de weg naar de paaskaars: het eindpunt.

Vandaag staat de staf,
een attribuut van Mozes als teken van zijn leiderschap,
midden in een puinhoop: een wirwar van stenen.

Het verwijst naar Mozes die de boodschap,
de belofte die hij heeft gedaan bij de brandende doornstruik, overbrengt aan zijn volk.
Maar de mensen zijn zo moedeloos en murw geslagen door de dwangarbeid dat zij er geen heil in zien en zich van Mozes afwenden.

Midden in deze puinhoop roept de Eeuwige
Mozes en Aäron op om de staf van leiderschap op zich te nemen en farao te vragen de Israëlieten uit zijn land te laten vertrekken.
De bladeren van de klimop zijn altijd groen en zoeken het licht. Ranken verbinden zich met de staf als een teken van trouw, zoekend naar licht, ook in donkere tijden.

In verbondenheid
met de Ander
op weg gaan,
luisteren naar zijn Woord
dat uitzicht biedt.

Stil worden,
met stomheid geslagen
door het onrecht,
machtsmisbruik,
en geweld
en de puinhoop
voor je ogen.

Geef ons woorden
om te zoeken naar dialoog,
schenk ons durf om
het stilzwijgen te doorbreken.
Reik ons de hand van de ander
om samen te werken aan vrede.

 

Veertigdagentijd 2010

Vierde zondag op 14 maart 2010

 

   

Veertigdagentijd 2010

Vijfde zondag op 21 maart 2010

 

 

Mozes hief zijn staf naar de hemel, en toen liet de Heer het donderen en hagelen. Er schoot vuur naar de aarde, en de Heer liet de hagel op Egypte neerkletteren (Exodus 9:23)

Het vlas en de gerst waren kapotgeslagen, want de gerst stond al in de aar en de vlas in de knop (Exodus9:31)

 Door het natuurgeweld en de hagel als vlijmscherpe stenen, wordt een deel van de oogst vernield. Gerst is het eerste graan dat rijpt. Het eerste brood na de winter is van gerstemeel. Het graan is kapot geslagen en krijgt ook geen kans meer om zaaigraan te worden voor een volgende oogst.

 

Hongeren
Naar gerechtigheid,
Naar nieuwe ruimte,
Om te groeien
En brood te worden voor anderen.
Niet uitstellen
Maar doen
De hand aan de ploeg
En werken
Aan een beter klimaat
In deze geschonden wereld.

Schenk ons het voedsel
Voor lijf en ziel
Om te kiezen
Voor duurzaamheid
Van uw schepping.
Vernietiging herstellen
Uitputting voorkomen
En het zonlicht van
Uw Eeuwigheid,
Als duurzame bron
Van energie te benutten.

 

Veertigdagentijd 2010

Palmzondag op 28 maart 2010

 

 

Veertigdagentijd 2010

Witte Donderdag op 1 april 2010

   

   

Veertigdagentijd 2010

Goede Vrijdag op 2 april 2010

   

 

Veertigdagentijd 2010

Stille Zaterdag op 3 april 2010

 

 

Paasmorgen 2010

Zondag 4 april 2010

 

 

De weg met de staf komt uit bij de Paaskaars en het doopvont. Op de weg ligt een in tweeën gescheurde lap witte stof. Dit verbeeldt de weg die ontstaat door het scheiden van het water door de Rietzee. De weg die uitloopt op opstanding, bevrijding en nieuw leven, met de staf en de bloemstukken als verbeelding.

 

De weg was lang
om een uitweg te vinden
die bevrijdde van onrecht,
onderdrukking,
dood en verderf.
Steeds opnieuw
kiezen
wat leven schenkt
mensen toekomst geeft,
en de schepping
een duurzaam bestaan.

Uittocht vieren
en blijven gedenken
door het breken en delen
van het brood,
zingen en spreken
woorden van hoop
en bevrijding.

Levende
Help ons op te staan
met ogen
voor nieuw leven
en de hand aan de ploeg.

 

 

 

 

TEKST BIJ BLOEMSCHIKKING PINKSTEREN
Op de vijftigste dag na Pasen wordt de nederdaling van de heilige Geest gevierd; Pinksteren. De naam Pinksteren is afgeleid van het Griekse woord pentekoste, dat de vijftigste dag betekent. Daarmee wordt de Paastijd besloten.
Lucas beschrijft dat de leerlingen op het feest van Pinksteren vervuld werden van de heilige Geest. Het is de Geest die bezielt en aanvuurt, maar ook de Helper die de leerlingen zal bijstaan. Het neerdalen van de Geest op de apostelen wordt weergegeven door vlammen. Dat zien we in deze schikking op verschillende manieren terug.
Er zijn 12 vlammetjes, die staan voor de 12 apostelen.
Maar ook het bloemstuk zelf, in oranje tinten, moet het idee van een vuur oproepen.
De liturgische kleur rood roept vuur en bezieling op, maar is ook de kleur van de liefde door alle lijden heen.
We worden met hart en ziel geraakt en getuigen.

Nooit zal het vuur ons ontbreken
in mensen die nabij zijn
blijft zij ons warmen.

Nooit zal de Geest ons verlaten,
in mensen die liefde geven
is zij ons nabij.

Nooit zal het licht doven,
zelfs onzichtbaar voor onze ogen
brandt ze wel.

Het licht dat aanblijft
het licht dat ons draagt
dat de naam draagt : “Ik zal er zijn”,
dat licht zal er altijd zijn.

 

Naar de beginpagina