Over de melodieën van Frits Mehrtens (1922-1975) (1)
Herman Stokmans

met tekeningen van J.W. Veldhorst

 


Frits Mehrtens (foto: Compendium voor het Liedboek, 1212)

“Zingt voor de Heer een nieuw gezang”
 
(Gezang 225, Liedboek voor de Kerken).

Frits Mehrtens is voor de 20ste eeuwse kerkmuziek in Nederland van grote betekenis geweest. Toch is over zijn leven en werk niet veel geschreven.
De melodieën van Frits Mehrtens zijn in twee reeksen onder te brengen. Eén reeks is te herkennen aan de beschouwende en soms declamerende zangvorm, zoals bijvoorbeeld de melodieën van de Gezangen 70, 89, 98, 104, 105 en 251. Terwijl de andere reeks opvalt door de stuwende en uitbundige geestdrift die er uit opklinkt, zoals bijvoorbeeld de Gezangen 23, 25, 31, 47, 223 en 225. De eerstgenoemde reeks heeft mineurkarakter, de tweede reeks daarentegen beweegt zich in majeur (= de tegenstelling tussen beschouwing en enthousiasme).

De 15 melodieën van Mehrtens die opgenomen zijn in het Liedboek voor de Kerken (1973) werden eerder geschreven voor het gebruik in de Nocturnediensten in de Maranatha-kerk te Amsterdam. Zowel de diensten

 als ook de liederen die daar ontstaan zijn hebben een centrale plaats in de liturgisch-kerkmuzikale bezinning van na de tweede Wereldoorlog gekregen. 

Er was een hechte samenwerking tussen de dichter-dominee Willem Barnard en de kerk-musicus Frits Mehrtens, allebei werkzaam in bovengenoemde Maranathakerk. 10 van de 15 melodieën van Mehrtens in het Liedboek dragen de woorden van Barnard. Tijdens de Noc-turnediensten (die gehouden werden op de dinsdagavond om 21 uur) werden veel nieuwe liederen gezongen die een beschouwing zijn op het zojuist gezegde schriftgedeelte. Deze diensten (die van 1957–1961 gefunctioneerd hebben) werden  ‘een Nederlandse kweekplaats voor het kerklied’ genoemd. Barnard’s boek ‘de Tale Kanaäns’. Een leergang liederen. Een kerkelijk jaarboek – Uitg.Mij. Holland, Amsterdam, bevat voor elke zondag van het kerkelijk jaar drie nieuwe liederen horende bij de lezingen

volgens het klassieke leesrooster. Barnard zegt: ‘Vaak houdt een lied wel nauw verband met een bijbelgedeelte, maar meer bij wijze van mijmering of lofgebed dan van berijming’. Parallel met zijn boek verscheen in 1957 een eerste reeks van liederen volgens het kerkelijk jaar. Deze verzameling heet ‘De Adem van het Jaar’ (uitgegeven door de Prof. Dr. G.v.d.Leeuw-stichting), in later jaren uitgebreid en van melodieën voorzien. Daarin had Frits Mehrtens ook een groot aandeel. In 1965 hield hij inleidingen voor de TV over het ‘Lied van de Week’, wat enthousiast werd nagevolgd in diverse kerkbladen, ook hier in Apeldoorn. Deze inleidingen waren bedoeld om bekendheid te geven aan liederen uit het Liedboek voor de Kerken. Mehrtens heeft niet veel eigen meerstemmige koor- of andere toonzettingen gepubliceerd,  wel veel melodieën voor kerkliederen. Veel meer dan 15, zoals boven is aangegeven. Deze

zijn terecht gekomen in diverse kerkliedboeken. Er zijn 42 verschillende melodieën bekend, waarvan 36 door Willem Barnard gebruikt zijn. Tekstdichters als Tom Naastepad, Jan Wit, Huub Oosterhuis, Ad den Besten, Muus Jacobse en Jan Willem Schulte Nordholt hebben daar ook gretig gebruik van gemaakt.

Wanneer wij de melodieën nagaan die Mehrtens componeerde bij liederen voor het kerkelijk jaar, komen wij respectievelijk uit voor de Adventstijd op de Gezangen  23, 25 en 98 in het Liedboek voor de Kerken; Zingend Geloven III, 5 (d.i. ‘In den beginne was het woord’); de  Lofzang van Zacharja (onberijmd), als Glorialied te gebruiken en ‘Wachters van de tijd’ beide laatstgenoemde liederen in ‘Aan de hand van Mozes’ 2  – uitgave 46 van de Prof. Dr.G.van der Leeuw- stichting, Amsterdam.

In het bundeltje ‘Wij moeten Gode zingen’ (destijds in gebruik bij de Nocturnediensten) is voor de Epifaniëntijd ‘het lied van oud en nieuw’ voor de eerste zondag in het nieuwe jaar of  Nieuwjaarsdag opgenomen en in het Liedboek de Gezangen 47 en 64.

Voor de rubriek ‘tijd vóór Pasen’ staan meer Mehrtens-melodieën in het Liedboek, zoals : Gezang 173 (d.i. het bekende ‘Alles wat over U geschreven is’), Gezang 105 (‘Christus heeft voor ons geleden’), Gezang 31 (‘Zij zullen de wereld bewonen’), Gezang 225 (‘Zingt voor de Heer een nieuw gezang’). Buiten het Liedboek om staan in het bundeltje ‘Wij moeten

 Gode zingen’ nog enkele liederen voor de Paastijd, zoals ‘Vanwaar leidt het voetspoor der tafel-genoten?’; ‘Al wat er nodig is om te bestaan’; ‘Gij zijt de goede Herder’; ‘Bij Hem is geen schijn of schaduw’ en vooral het lied ‘Zingt Jubilate’ (dat niet in het Liedboek is opgenomen, wel in het Vlaamse Liedboek ‘Zingt Jubilate’, de Nederlandse ‘Gezangen voor Liturgie’ en het Oud Katholiek Gezangboek. De schade is later hersteld omdat het terecht gekomen is in ‘Zingend Geloven’ III). Een mooi Pinksterlied is bijvoorbeeld  ‘De wereld  is gewonnen door woord en geest’ (Gezang 251).
 

Naar de beginpagina  
naar de volgende pagina