|
De markt van geloven |
|
|
Samenvatting van de lezing door |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
| Rechts: Prof.v.d.Meiden, theoloog en hoogleraar communicatiewetenschappen. Hij promoveerde op de ethiek van de propaganda. Als emeritus houdt hij zich bezig met lezingen en onderzoek. Maar meer dan een hobby betekent voor hem de vertaling van de bijbel in het Twents, waarvan hij ongeveer 70% klaar heeft. | |
|
|
|
|
|
Marktdenken De vraag of je de boodschap kwijt kunt is voor velen een vraag die moeilijk ligt. Het evangelie is immers vervreemdend? En bovendien meer een zaak van de Geest. Wie zo denkt houdt zich niet bezig met de plaats waar het evangelie wordt aangeboden, of er wel behoefte aan is en hoe het ontvangen wordt. Kortom al die dingen die gegeven zijn met het marktdenken. Zo kon het voorkomen dat missionarissen in een voor de bevolking onverstaanbare taal (het latijn) de mis bedienden en het merkwaardig vonden dat dit niet aansloeg bij de mensen. Andere missionarissen of zendelingen sloten zich aan bij bestaande gewoonten en gebruiken van het volk waaronder ze werkten. Dan kon het gebeuren dat er in plaats van Onze Vader die in de hemelen zijt, Onze Moeder die in het bos woont gebeden werd. |
|
|
|
|
|
|
| Er zijn 1800
(christelijke) geloofsgemeenschappen in
Nederland. Hoe komt het dat het christendom
het gehaald heeft door de eeuwen heen?
Volgens Prof. v.d.Meiden komt dit door de
enculteratie, een bewuste aansluiting bij de
cultuur daar waar het christendom kwam. Zo
kreeg het heidense midwinterfeest de naam
Kerst. Men hield in ere wat er was en
verrijkte deze met het christelijke geloof.
Wie verstaanbaar wil overkomen, moet de taal
spreken van de mensen waar hij zich bevindt.
In 1622 werd in Rome de Congregatie tot de
Voortplanting van het Geloof opgericht. (De
Propaganda Fideï). Voor het geloof moest
propaganda gemaakt worden. Het moest
voortgeplant. Daartoe gingen missionarissen
de zee over. En ze deden het in het latijn. Maar wie verstaanbaar wil overkomen moet de taal spreken. En zich afvragen: Wat kan de ontvanger aan en wat doet ie ermee. In 1998 werd er in Kampen een kerkendag gehouden met een enorme hoeveelheid kraampjes. Een groot aanbod dus. Voor het voortbestaan van de kerk is dat belangrijk: veel aanbod. Pluriformiteit. Meervormigheid is een prachtig gegeven. Anderzijds moeten de kerken hun eigen identiteit niet opgeven. Behalve wanneer ze dicht bij elkaar zitten. Pluriformiteit is noodzakelijk. Want elkaars smaak begrijp je toch niet. Je gelooft naar eigen snit. In |
dit
kader pleit prof.
v.d.Meiden voor een federatie in plaats van
een fusie. Dit houdt in: pluriformiteit is
een zegen. Veel geloofsverschillen treffen we ook al aan in de bijbel. Het geloof verandert, vernieuwt zich. De God van Abraham is een andere dan de Vader van Jezus Christus. Mondigheid van de christen staat centraal. Het christelijke geloof wil altijd verder dan waar het nu is. Naast pluriformiteit kunnen er veel dingen samen gedaan worden in overkoepelende organisaties. Zoals een actie Kerkbalans, een bijbelvertaling, projecten met gebouwen. Opleidingen kunnen ook samen. Niet fuseren dus maar samen doen. Elkaar ondersteunen met projecten. Is dat toekomst? Er komen nieuwe vormen. Kerken hebben er geen plaats voor, geen rek. Ze zeggen dan: u bent fout.(=onzin). En onder invloed van de media zijn de mensen met minder tevreden en gaan voor slogans en verhyping (eierdopje geloof). Naast de eigen kerk (als één van de aanbieders) is er ook veel geloof buiten de kerk. Bij het ouder worden willen de mensen weer bij een gemeenschap horen waar een beetje op ze gelet wordt. Als je wat van vroeger eruit gooit moet je nadenken over nieuwe dingen. De wijsheid Gods is veelkleurig. Ook het produkt kerkdienst is niet uniek. Er zijn meer vormen. Maar daar kan men maar niet aan wennen. |
|
|
|
|
|
|
|
Het laatste boek van Prof.v.d.Meiden "Duurzaam geloven" , was net uit. |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
In de pauze was er koffie |
|
|
|
|
|
Of werden er gesprekken gevoerd |
|
|
|
|
|
Tot slot nog een blik op de boeken van prof. v.d. Meiden |
|
|
|
|