Spelers en medewerkers van Saul, koning tegen wil en dank

   


Koor o.l.v. Gert van Reenen

Toneel o.l.v. Marjan Dicou en Ingeborg van Staveren
Gerrie van Alfen,  Marti Blokpoel, Coby Brink,
An Brinkman, Corrie Cornielje, Elly van Donselaar,
Frans van Donselaar, Lammy Faber, Riek de Graaf,
Caroline van Hardeveld, Greet van Hardeveld, Nelly den Hertog, Tiny Hoogendoorn, Tineke Hopman, Conny Joosse, Ilona Keller, Peter Kits, Hester Klein, Steef Kroesbergen, Alexandra Lourens, Jan Willem Mauritz, Greet Pak,
Ineke van de Pol, Ben Roomer, Co Roomer,
Conny Roomer, Bas Rooseboom, Alice de Ruiter, Hans van de Scheur, Tineke Tegeler, Janny van Tuil,
Harja van de Scheur, Aartje van Vliet, Hans van Vliet,
Marga van de Weerd, Jetty Wesselius, Gerda van de Zalm.
Michel Bihimana, Arja Bijleveld, Pieter Bijleveld, Eveline Brink, Kees Brink, Tineke Brink, Iris Dicou, Elly Geers, Jelle Geers, Jorim Geers, Judith Geers, Liny van Holland, Piet Hopman, Astrid Hortensius, Annemarie van der Mede,
Wilma Ruitenberg, Beate van Vliet, Koos van Zeist.

Decor
René Cornelisse, Jan van Holland, Rob Hortensius, Wim Klein, Piet van de Pol, Ellen Versteeg. De ' De Exodus' -klus jongelui.

Naaiwerk kleding
Gitta Achterberg, Ineke Bouman, Coby Brink, Lies van Eck, Nicolien Kits en Elly Pothoven.

 

   
Grime: Gerard van de Lagemaat, Trees Lening, Joke van Oostenbrugge
Keuken: o.l.v. Henk van der Mheen en Frederique Roomer
Licht en geluid: SoundSet Services
Voorbereidingscommissie 'Saul'

Marjan Dicou, Wim Klein, Ingeborg van Staveren, Conny Roomer.
   

   

in het Zendingshuis op 9 april 2005

pagina 1

scene 1
 

De moeder komt op. Het verhaal wordt verteld door een moeder en haar kind. Zij leven in onze tijd. Zij nemen ons mee naar het leven en de tijd van Koning Saul. Zo maken we kennis met Hanna en Samuël de profeet. Het volk roept om een koning. Saul helpt om de Ammonieten met koning Nachas te overwinnen. Het volk is blij met deze koning. Maar Saul gaat zijn eigen weg. Het gevolg is dat God het met deze koning niet meer ziet zitten. Hij laat zijn oog vallen op David. En zo ontmoeten wij Goliath en Jonathan. Saul zoekt hulp bij de waarzegster van Endor. Om te weten hoe het de volgende dag in de oorlog zal gaan....

 

Ze is doodop en ziet het niet meer zitten
Dan komt haar kind eraan.

   

Het kind zingt
Zuig de woorden in je op,
neem de klanken in je mee,
want dit heldenlied mag nooit verloren gaan.
Leer de kinderen dit lied,
op de puinhoop van verdriet
bouwen wij Jeruzalem, een nieuw bestaan.


Het Kind begroet haar moeder

 

Het kind vraagt of dit gewassen en gestreken kan worden, ze wil het morgen graag aan.

 

Ze helpt haar moeder die het heel druk heeft, (af en toe voelt ze zich net als de slaven in Egypte) met de was
Na een poosje zegt het kind: we hebben er een puinhoop van gemaakt. Die puinhopen zijn toch eigenlijk van elke tijd.
Zelfs de bijbel staat vol met ellende en narigheid.
En ze vraagt aan haar moeder, waar het is misgegaan? Ja toen ze uit de woestijn kwamen toen waren ze nog één volk.
Maar later vielen ze uiteen. Met Eli ging het niet goed en het volk wilde een koning. En zo zetten zij God aan de kant.
Omdat het kind er nu niets meer van snapt, vertelt de moeder het verhaal vanaf het begin.

 


Het koor komt op en men begroet elkaar

 
Lied: Wie zet de toon?
1. God mag het weten,
waar zijn we aan toe?
Eli, de priester
versleten en moe.
Leiding verwatert,
drijft mee met de stroom
Priesters verprutsen
Israëls droom.
2.Eli, Eli, staar je niet blind!
Jouw bloedeigen zonen
zijn jou kwaadgezind.
Ze plund'ren de potten,
ze honen en spotten,
Ze leggen jouw kop
in een striemende strop.
3. Hoe nu toch verder?
We zijn als los zand.
Chaos, in flarden
en los in de band.
Wie wordt de leider
en veegt de boel schoon?
Wie heeft het antwoord?
Wie zet de toon?

   
Hanna die onvruchtbaar heette, heeft een kind gekregen. Ze noemde hem Samuël. Met hem heeft God een doel.

Mijn mond kan weer open,
mijn stem heeft weer klank.
Toekomst, beloften,
God zij dank!
Ik durf weer te leven,
kruip uit mijn cocon.             
De komst van mijn zoon
zette mij in de zon

             

Het koor zingt:
Is hij het dan?
Is hij de man?
Is 't een profeet?
Wie weet, wie weet?
Wordt hij de stem van Israël?
Wat moeten wij met hem?
Wat moeten wij met hem?
Wat moeten wij met hem? Wat moeten wij met hem?
Wat moeten wij met hem? Wat moeten wij met hem?
met hem, met hem, met hem.
Hanna roept Samuël

Een Israëliet komt op en vertelt dat er veel doden zijn gevallen
Hoewel er veel doden zijn gevallen in de strijd tegen de Filistijnen denken de Israëlieten toch dat ze kunnen winnen met God aan hun kant. Even lijkt het erop. Maar dan komen de Filistijnen weer opzetten en ze nemen zelfs de ark mee.
Dat brengt het volk tot een jammerklacht. Eens waren ze slaven in Egypte en toen heeft God hen bevrijd. Nu voelen zij zich opnieuw slaven zoals toen. En ze vragen zich af: Waar is de geweldige God van toen?

Moeder en kind zetten hun gesprek in de huiskamer  voort. Het kind zegt "Met klagen schiet je toch niets op?" Dat doen ze hier in Nederland ook Laten ze er wat aan doen! Is er dan niemand die kan helpen? Ja maar, zegt de moeder, de tijd is daar nog niet rijp voor. Het volk was toen alles kwijt: hun leger, priesters, richters en de ark van God. Het volk zong toch over Samuël?  Samuël wordt de nieuwe profeet die het volk gaat leiden.. Hij zegt het volk op te houden met klagen en de vreemde goden weg te doen. En ze doen het nog ook.

Het volk wil een koning, maar wat vindt Samuël ervan? Samuël wordt heel boos.
 Weten jullie wel wat een koning allemaal wil?  Het volk schreeuwt dat de koning alles kan krijgen.

 

Het koor zingt een lied met Samuël : het volk wil een koning

 

Samuël
Vrouwen en knechten,
je vrijheid en je rechten,
je mening verplettert hij met geweld.
Mannen met zwaarden
op glimmende paarden,
Je sterft voor zijn eer als een oorlogsheld.

Koor
Overdrijf niet jij!
Daar zijn we zelf bij
Wij willen doodgewoon
een man van vlees en bloed.
Eén van ons eigen soort,
een man van erewoord,
die voor andere volken niet onderdoet.
 
 
 

scene 2                            Het kind vraagt aan Samuël of ze hem hebben laten vallen. Ja. Maar je bent toch een profeet
 namens God? Wie hebben ze dan laten vallen?
Toen je profeet werd was het één grote chaos. En nu is er zoveel eenheid dat ze een koning willen.
Maar Samuël is teleurgesteld. Wat blijft er over van het koninkrijk van God
als Kanaän net zo wordt als de buurlanden?

Onder het koor ontstaat een lacherig sfeertje. Sommigen lijkt het erg leuk om voor een koning te werken.

 

De knechten van Saul mopperen over de dieren die ze al de hele dag aan het zoeken zijn.
De één spreekt steeds over ezels. De ander verbetert hem een beetje verveeld met: Het zijn ezelinnen.

 

 

 Saul (links) praat met knechten over de ezelinnen

 
Eén van de knechten vraagt aan moeder en kind of ze de ezels hebben zien langskomen.

Rechts: Saul verontschuldigt zich over het gedrag van zijn
knechten. En stelt zich voor: O eh ik ben Saul eh van Kis,
van Benjamin.

Het kind vindt het grappig: Zo'n grote vent uit de kleinste familie.
De moeder nodigt Saul uit om te komen slapen. Saul zegt:
'k zie wel.

Het kind vindt zo'n verlegen koning, die ook nog een boer is  maar niks. Van een koning verwacht je toch dat hij een sterke man is?
De moeder zegt: Ja wij. Wij zien meer in kroonprinsen dan in boerenzonen.

Het koor
Wij kiezen voor keizers, heiligen en helden.
Goeroes en goden van God los.
Wij dromen van leiders, boven-naturen.
Jezus Christ Superstar and the big Boss!

                                        
 

Aansluitend op de roep om een machtige man wordt Saul gekroond

Saul wordt tot koning gekroond als de menigte roept: leve Saul, leve onze koning

 

stoel wordt weggedragen tijdens het lied
Saul, Saul, Saul,
Er komen betere tijden,
Die man uit duizenden
zal ons bevrijden.
Saul, Saul, Saul.
Het volk en koning Saul verlaten het toneel

 

 

                                  Het decor voor de volgende scene wordt klaargemaakt

scene 3

Aan het begin van de scene praat kind met moeder over koning Saul
Ze denkt dat koning Nachas Saul het al helemaal heeft gemaakt.
Maar de moeder zegt dat koning Nachas de koning van de Ammonieten, roet in het eten gooit.
Hij heeft  Jabes belegerd en wil de stad innemen.

 

moeder jaagt haar kind uit de stoel als ze iemand horen aankomen

 

Aan het hof van koning Nachas

 

Koning Nachas is hier met z'n hofdames in een woordenspel gewikkeld over hoe goed hij is de vrouwen versterken dat steeds. Maar versterken ook de verderfelijke kant van Nachas.
En daar wordt hij boos over. Om zijn nek hangt een slang, waartegen hij spreekt.

Koning Nachas vertelt tenslotte wat hij wij wil gaan doen met de bevolking van Jabes. De vrouwen en kinderen worden gespaard, maar de mannen wordt het rechteroog uitgestoken. Zodat ze niet goed meer kunnen richten met hun pijl en boog.
 
 

 
 

Links een andere hofdame met een grote waaier

 

Het volk is verdrietig, "klagen" omdat Nachas de mannen het rechteroog zal uitsteken
Wee, wee, weeklagen
Dit kunnen wij niet verdragen.
Want wij zijn ons doodgeschrokken,
rechteroog wordt uitgestoken.
Onze mannen hulpeloos.
Blind en broos

 

De vrouwen klagen en zoeken troost bij elkaar

   

einde pagina 1
pagina 2

Klik op een rode knop om verder te gaan naar de pagina van uw keuze

       
Beginpagina Boek Andrieskerk   Uitzending fam.v.Staveren Paasontbijt
       
Musical Saul, proloog Musical Saul, generale Musical Saul I Musical Saul II
       
Musical Saul III Musical Saul IV Musical Saul V Musical Saul VI