|
|
|
|
|
|
|
pagina 3 |
|
|
|
|
|
Het boek ligt klaar waar er begonnen moet worden.... |
|
|
|
|
|
De koorleider in actie |
David komt op en het koor zingt psalm 23: |
|
|
|
|
De Heer is mijn Herder ik kom niets te kort 'k Heb vertrouwen in mijn leven en ik zie wel hoe het wordt. Ik kom tot rust aan stille beekjes en ik lig languit in 't gras. Hij geeft mij troost als ik moet huilen en Hij houdt mij in de pas |
Ik ben niet bang voor wat gaat
komen, want ik voel mij niet alleen. Zo stap ik stralend in de toekomst. Hij staat beschermend om mij heen. |
|
|
|
|
David hoort het gebral van Goliath : Welke gore hufter wil drie seconden knokken met mij? |
|
|
|
|
| Het koor zingt hoe groot Goliath wel is: Een boom van een vent. Drie meter lang. Je wordt bang als je 'm kent. Goliath! Goliath! Hij spuwt gif en gal Eén en al spek, je wordt gek van 't gebral. En 40 dagen duurt dit al! |
David vraagt: Durft niemand hem aan? Het volk: Als je hem gezien hebt dan stel je zulke vragen niet meer. Jullie zijn bange angsthazen. Ik heb gevochten met leeuwen, wolven en beren. Die Goliath kan niet erger zijn. |
|
|
|
![]() |
|
|
Dit is echt een boom van een vent! |
|
|
|
|
| Op zo'n ladder is het een beetje passen en meten.,,, | |
|
|
|
|
David daagt Goliath uit dit wordt gedanst |
Het volk vraagt zich af wat David bezielt. Dat schriele herdersjoch is het in de kop geslagen! Hoe durft hij het te wagen? |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
David durft het aan blz 20 |
|
|
|
|
|
ook nog de dans blz 19 |
|
|
|
|
|
David slingert met een slingertje naar de reus en dan valt Goliath neer |
|
|
|
|
|
David is nu de held. Het zwaard van Goliath |
Het koor zingt: Saul heeft duizend mannen verslagen, maar David meer dan tienduizend. |
|
|
|
| scene 6 | |
|
|
|
|
Aan het hof van koning Saul |
|
|
|
|
|
Het keukenpersoneel roddelt over Saul |
|
|
|
|
|
Hebt je het al gezien, heb je het al gehoord? De kroonprins en die David zijn haast broers, je ziet ze altijd samen. Zouden zij een plan beramen? Koning Saul denkt dat zijn kinderen het op hem gemunt hebben. |
|
|
|
Saul is boos op zijn personeel en jaagt hen weg. Langzaam ebt zijn woede weg en dan wordt hij wanhopig. Mijn eigen kinderen laten mij in de steek. Michal wil zelfs met David trouwen en Jonathan wil zelfs afstand doen van de troon. |
|
|
|
|
God had U me maar op de boerderij van m'n vader
gelaten.Waarom heeft U mij eigenlijk koning gemaakt? |
|
|
|
|
|
David en Jonathan |
|
|
|
|
|
|
|
|
einde pagina 3 |
|