|
 |
 |
|
Het rugwerk |
De klaviatuur |
Enkele
bijzonderheden:
Niet zo lang geleden heeft het orgel een
groot onderhoudsbeurt gekregen, waarbij de
winddruk iets verlaagd werd en de intonatie
waar nodig gecorrigeerd. |
Met als resultaat dat we nu
op een prachtig orgel mogen spelen en dat de
samenzang optimaal wordt ondersteund.
Kenmerkend voor het orgel is verder dat alle
pijpen op natuurlijke lengte zijn gemaakt;
er zijn geen stemringen, stemkrullen e.d. |
|
|
|
Pijpwerk van het
Hoofdwerk |
|
|
|
 |
 |
|
Deze pijpen staan op het
midden van
de windlade |
Bij een
gewone roerfluit of gedekt zit er een hoed
op de pijp. De hoed zorgt ervoor dat de pijp
makkelijk gestemd kan worden. Maar hier zijn
de deksels één geheel met de rest van de
pijp, zodat de toonhoogte a.h.w. vastgelegd
is. De dichte pijpen die u ziet zijn die van
de roerfluit. |
|
 |
|
Van voor naar achter:
mixtuur 3-5 sterk, octaaf 2, octaaf 4,
roerfluit 8
(met roeren) en in het front de prestant 8 |
|
 |
 |
|
Dezelfde
frontpijpen aan de andere kant..... |
|
Pijpwerk van het
Rugwerk |
|
|
|
 |
|
Hier is goed de indeling
van het pijpwerk te zien. De frontindeling
wordt in feite binnen voortgezet. |
|
 |

|
|
Ook hier dichtgesoldeerde
pijpen, ditmaal van holpijp 8 en fluit 4. |
Dezelfde pijpen recht van
boven gezien. |
|
Het pedaal |
|
|
|
 |
 |
|
|
De subbas 16 achter het
hoofdwerk |
|
 |
|
De pedaalmechaniek |