De reizende tentoonstelling over Israël


 

De reizende tentoonstelling over Israël in de Johanneskerk schonk niet alleen aandacht aan het jodendom met haar feesten en gebruiken, maar ook de Islam en de Orthodoxie waren niet vergeten. Geprobeerd werd om de context van Israël vroeger en nu aan te geven.

Links: Een vitrine met Babylonische vondsten.

Daarnaast: ook de shoa werd niet vergeten.

Een Arabische hoofddoek De koran Een orthodoxe bijbel

Het joodse nieuwjaar valt in de herfst, in september of oktober. In de maand die voorafgaat aan het nieuwe jaar vragen de mensen elkaar vergeving voor wat ze elkaar misschien hebben aangedaan. Elke morgen in deze maand wordt op de sjofar geblazen. In deze tijd van het jaar bezoeken de joden de synagoge om zich te heiligen. In de synagoge wordt op Rosj Hasjana over het offer van Izaäk gelezen.

Op het joodse nieuwjaar wordt de sjofar geblazen. Deze is gemaakt van de hoorn van een ram. (vgl het ram dat geofferd werd i.p.v. Izaäk) Stukjes appel of brood worden in de honing gedoopt als symbool voor een zacht jaar. Naast het gevlochten brood, de challa wordt vers fruit gegeten.

Tien dagen na het nieuwe jaar valt Jom Kippoer. Grote Verzoendag. Op deze dag, oordeelsdag, beslist God over de toekomst van de mens. Op deze dag wordt er gevast, met gebed en boetedoening. In de synagoge wordt het verhaal van Jona gelezen. Ook op deze dag klinkt de sjofar.

De palmtak is het symbool van de jood die de wet kent maar niet doet. De mirte is symbool voor de jood die goede werken doet, zonder de wet te kennen. De wilg staat voor de jood die de wet niet kent en geen goede daden doet.
Op Jom Kippoer wordt van de profeet Jona gelezen.Ook dan klinkt de sjofar. Vier dagen later is het Loofhuttenfeest. Een herinnering aan de woestijntijd en de ontvangst van de 10 geboden. De etrog staat voor de joden die de wet ken- nen en goede daden doen.
Een etrog is een citroen.

 

Elke week wordt er op de sjabbat uit de Thora gelezen met een jad. (een handje aan een zilveren stokje) Op Simchat Thora worden de Thorarollen versierd. Het laatste stuk van de Thora wordt gelezen. Daarna wordt er met de rollen door de synagoge gedanst. Bij de gebeden wordt een gebedssjaal en gebedsriemen gebruikt.
Het chanoeka, het lichtenfeest, wordt in de maand december gevierd, rond de menora. Er wordt met een apart soort dobbelsteen, dreidl, spelletjes gespeeld en liedjes gezongen.
Herdacht wordt de overwinning van de Makkabeeën op de Syrische koning Antiochus.


Op het joodse Purimfeest lopen de kinderen verkleed. Het verhaal van Purim staat in het boek Esther. Daarin wordt verteld hoe de Joden dreigden uitgeroeid te worden door Haman. En gered werden door koningin Esther. Iedere keer als de naam Haman wordt genoemd wordt er lawaai gemaakt.
Op het Poerimfeest, ook wel Lotenfeest genoemd wordt er uit de feestrol  Esther gelezen. Op dit feest worden er Hamansoren gegeten.


Op Pesach, Paasfeest denken de Israëlieten aan de redding uit de Egyptische slavernij door Mozes. De Sedermaaltijd begint met vier vragen van het jongste kind. De eerste vraag luidt "Waarom is deze avond anders dan alle andere avonden?" Ieder drinkt vier bekers wijn en eet bittere kruiden om de bitterheid van de slavernij te binnen te brengen. Een gebraden been- tje herinnert aan het lam dat werd ge- slacht.
Het verhaal van Pesach, staat in een boekje dat De Haggada heet. Naast het gebraden beentje liggen er op de Sederschotel: bittere groenten, notenpas- ta, peterselie en een gebakken ei. Ook eet men matzes, brood zonder gist. Er staat een aparte beker voor de profeet Elia klaar. De waskom is voor het wassen van de handen.

 

Zeven weken na Pesach wordt het Wekenfeest, Sjawoeot gevierd. Gevierd wordt de gave van Thora (de tien geboden) op de berg Sinaï. In de synagoge wordt uit het boek Ruth gelezen. De huizen worden versierd met bloemen. En er worden kaaspannenkoeken gegeten.

Op de negende Av lezen de Joden uit het boek Klaagliederen. Herdacht wordt dat de    Joden in ballingschap werden gevoerd. Het is een vastendag. In de synagoge hangt er een zwart kleed om de Ark met de wet.

Op vrijdagavond wordt de Sabbattafel met een wit tafellaken gedekt. En komt het beste
servies op de tafel. Naast de gevlochten broden en de wijn, staan er twee kaarsen in een 
kandelaar op tafel. Als de zon ondergaat verwelkomt de vrouw des huizes de sabbat met
een zegenspreuk over de kaarsen. Daarna gaat men naar de synagoge. Bij thuiskomst 
gebruikt men samen de maaltijd. Maar eerst wordt er nog een zegenspreuk over de wijn
uitgesproken, om eraan te herinneren dat de sabbat een heilige tijd is. Ook worden er 
speciale liederen gezongen. Op zaterdagavond wordt een gevlochten kaars met veel 
pitten aangestoken.  Een reukdoos met geurige kruiden (de geur van de sabbat) wordt
doorgegeven.

Links: De sabbattafel
met de twee kaarsen.
Het leesplankje van een 
joods kind!
Boven: Gereedschap voor 
de besnijdenis.

Kerkenwerk Johanneskerk   
Naar de chassidische verhalen van Nico ter Linden

Terug naar de beginpagina. Klik hier!