|
N.H. Kerk in Overlangbroek |
|
|
Verslag van een lezing over
het kerkelijk leven in Overlangbroek tussen
1575 en 1800 |
|
|
|
|
|
|
|
|
Alles stond al ruim van
tevoren klaar voor de lezing van Mr. C.van
Schaik |
|
|
|
|
|
Langzamerhand liep de kerk vol |
|
|
|
|
|
|
|
|
Er waren gemeenteleden,
leden van de |
|
|
|
|
|
|
|
|
De
voorzitter van de historische kring, |
De voorzitter opent de bijeenkomst |
|
|
|
| Dan is het woord aan Ria van Eerden. Zij spreekt over de ramp die het onder water lopen van de archieven in Wijk bij Duurstede heeft veroorzaakt. Een groot deel van de archieven is ingevroren in Cothen. Daar zijn ook twee fotorestauratoren aan het werk. In totaal zijn er negen gemeenten bij betrok-ken. De schade en een plan van aanpak kan pas over een maand worden vastgesteld. Voorlopig is er geen archiefonderzoek mogelijk. |
Hierna horen de aanwezigen wat het onderzoek
in de archieven naar het kerkelijk leven in
Overlangbroek aan het licht heeft gebracht.
Met name de laatste vijf jaar heeft Mr. C.
van Schaik zich op Overlangbroek gericht.
(Zijn moeder was een De Cruijff!) Hierbij
heeft hij o.a. hulp gehad van Ria van Eerden
uit Wijk bij Duurstede. Kerkelijk leven
beschrijven met behulp van archieven is een
hachelijke zaak: Als het goed gaat komt er
weinig op papier, als het niet goed gaat
komt het op papier. |
|
|
|
|
|
|
| In Overlangbroek waren er twee families die een belangrijke rol speelden in het kerkelijk leven: de families de Cruijf en van Dam. Zo leverden zij o.a. kosters en diakenen voor de kerk. | |
|
In 1429 wordt de kerk voor
het eerst genoemd (naar de heilige
Hyacinthus) en in 1575 begint het archief.
In dat jaar wordt pastoor de Kruijf door de
Domproost benoemd. Zes jaar later, in 1581
wordt de katholieke eredienst verboden door
de Staten van Utrecht. De Pastoors mochten
aanblijven mits ze niet de nieuwe leer
openlijk zouden aanvallen. In 1609 werd J.
Bornius als eerste predikant aangesteld en
in 1619 werd hij afgezet omdat hij
Remonstrants was. |
In
1621 namen twee Overlangbroekse boeren het
initiatief om een nieuwe predikant naar
Overlangbroek te krijgen. Zij wilden een
eigen predikant en niet iemand uit Wijk bij
Duurstede. Er werd een brief naar de Classis
geschreven. De gemeente telde 23 meele-vende
gezinnen. Bij het 'Nachtmaal' (Avondmaal)
kwamen er 100 mensen in de kerk. Ds. Bossius
kwam. Deze was ook Remonstrant
geweest. Na zijn vertrek verzochten zes
inwoners van Overlangbroek om ds.
Drogenbroek te beroepen. In 1630 kreeg men
subsidie om de woning van de predikant te
repareren. In 1632 kwam ds. C.de Leeuw, die
zichzelf meestal aanduidde met Leonius. Deze
predikant had een reis naar Brazilië achter
de rug en vertelde de mensen over
suikerplantages, slavenhandel en guerilla's.
Af en toe ging hij naar Brazilië terug. Zijn
zoon bedreef daar zending. Als Junior in de
kerk preekte zat de kerk vol. Hij was
populair. Onder ds. Notelman (1652) was het
rustig. |
|
|
|
|
In Overlangbroek waren er
wel diakenen maar geen ouderlingen. Er waren
te weinig lidmaten. Daarom werd de kerk
bestuurd door de classis. En de dominee ging
alleen naar de classis. De koster was in de
17e en 18e eeuw een belangrijk figuur in de
kerkelijke gemeenschap. Hij was ook
voorzanger, gemeentebode, secretaris,
doodgraver, vaak ook schoolmeester. De
koster werd benoemd door de Ridderhofstad
Zuilenburg. Zijn inkomsten ontving hij van
de kerkleden. In 1640 klaagde koster J.H.
van Dam over zijn geringe traktement. En dat
deed hij elk jaar. Naast zijn kosterschap
had hij nog inkomsten als herbergier. Zijn
opvolger in 1657, Huijbert van Dam was ook
herbergier. Deze stond danspartijen toe in
zijn huis. In 1663 werden die jonckspelen
verboden. |
zwanger. Hoe moest dat nu bij de doop?
Besloten werd dat in plaats van het ten doop
brengen door anderen (getuigen) de moeder nu
zelf het kind ten doop moest brengen en bij
de preekstoel moest beloven zich voortaan
van zulke zonden te onthouden. Adrianus was van plan te trouwen. Maar toen kwam er een kink in de kabel. Want Neeltje zei dat ze zwanger was en dat Adrianus beloofd had dat hij met haar zou trouwen. Maar Neeltje kon op de rechtszitting in Wijk bij Duurstede geen pand tonen, zoals men dat bij ondertrouw gaf. Adrianus schoof Neeltje tenslotte geld toe en trouwde met zijn Klaartje. Voor 17e eeuw kwamen gemengde huwelijken vaak voor. Na die tijd werd dat minder. In 1672 werd Overlangbroek ernstig getroffen door een franse invasie. Een tijdje was er geen kerkdienst in Overlangbroek omdat de mensen waren gevlucht. |
|
|
|
|
Tijdens de pauze was er koffie en thee |
|
|
|
|
|
|
Na
de pauze ging Mr. van Schaik verder. Rond 1712 was er een predikant ( Ter Brugge) die zijn gemeenteleden regelmatig uitschold. Dat werd de mensen te bar. Daar zei de predikant dat E. de Cruijff noch zijn familie, nooit enige vruchten zou genieten van hun akkers en vee en dat God hem op zijn sterfbed een oordeel zou onthouden. Ook had hij hem met de dood bedreigd. Een ander schold hij uit voor paapse hond. De predikant wordt door de classis geschorst. En er komt een proces. In 1717 stopt de predikant het geld van de armenbussen in zijn zak om de proceskosten te betalen. Wegens onbekwaamheid en gemis van goed gebruik van verstand (ook had hij vloekende kinderen) wordt hij uit het ambt ontzet. Zijn opvolger beklaagde zich over paapse stoutigheden op huize Donselaar. Waar op zondag drie maal een klokje werd geluid voor de mis. |
|
|
|
| De
nieuwe predikant, ds. Kruithof wilde niet
meer afhankelijk zijn van de classis. Daarom
werd aan de classis verzocht een kerkenraad
te mogen vormen. Maar hiervoor moest wel
genoeg bijbelkennis (stoffe) aanwezig zijn
bij de mannelijke lidmaten. Dit wordt door
de classis betwijfeld omdat er naast
handteke-ningen voor het verzoek ook
kruisjes voorkwamen. De vorming van een
kerkenraad werd vertraagd doordat de vrouw
van de dominee, wegens de grote schulden van
haar man, was weggelopen. Nadat de kerkenraad was gevormd ging de dominee eisen stellen aan zijn gemeente. Er kwam een censuur bij het Avondmaal voor degenen die tot in de nacht hadden gedanst op vioolmuziek. En arbeid op zondag is niet gewenst. |
Zijn gezag nam af mede wegens zijn
voortdurende schulden bij lidmaten en bij de
koster. Deze laatste nam de bibliotheek van
de dominee in beslag. Ds. Kruithof maakte ruzie met iemand uit Wijk bij Duurstede. Nadat die ruzie was bijgelegd wilde hij het verslag van die ruzie uit de notulen scheuren. De kerkenraad weigerde dit echter. Daarna ontbreken de notulen een lange tijd omdat er op losse blaadjes werd geschreven. In 1731 kwam dominee van Daverveld. Deze wilde de censura morum niet zo strikt meer handhaven als zijn voorganger. Hij wilde zijn schapen houden en niet verliezen. Het gezag van de Overlangbroekse predikant was laag. Zo schreef hij een paar maal een kerkenraadsvergadering uit, waarop |
|
|
|
|
niemand kwam. (al moet er wel bij gezegd
worden dat dit tijdens de graanoogst was) En
op een andere keer wilde de dominee de kerk
laten zien aan de gasten. Maar weigerde de
koster de sleutel van de kerk te geven. Voor
deze kwaadwilligheid werd de koster
overigens berispt door de classis. Onder de bevolking heerste bijgeloof. Zo moesten kinderen onttoverd worden als ze behekst waren. In Soest werd een kind door een pastoor onttoverd. De koster van Overlangbroek had zijn kind ook door die pastoor laten onttoveren. Het kind genas. En de Katholieken zeiden: Zie je wel, wij hebben het ware geloof. Dominee Daverman negeerde het feit dat de koster bij die zaak betrokken was. Hij wilde zich niet ongeliefd maken bij de familie van de koster. Dirk de Cruijff was naast koster ook bewaarder van de ridderhofstad, kasteel |
Zuijlenburg. Hij was een gezien man, maar
hij belegde helaas zijn geld niet zo goed en
daardoor stierf hij arm. Zijn neef kocht
zijn huisraad op zodat zijn weduwe kon
blijven wonen. In 1749 volgde Willem zijn vader op als koster op. Hij trok zich weinig aan van de predikanten. Ds. De Bakker beklaagt zich erover dat de koster zijn vrouw heeft beledigd. In 1807 schenkt deze koster een kroonluchter voor in de kerk. Bijgeloof in Overlangbroek blijkt ook in 1773 toen er een duivelbanster werd geraad-pleegd. Hierna werd nog gelegenheid gegeven om vragen te stellen met betrekking tot het archief in Wijk bij Duurstede en de lezing. |
|
|
|
|
Na afloop werd Mr. van
Schaik hartelijk bedankt voor zijn lezing
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|