Thema : Grenzen verleggen
Handelingen 10

   

   

Door God geliefde mensen.
Gemeente van onze Heer Jezus Christus
Beste vrienden, familie en bekenden.

Het is mooi om te midden van jullie bevestigd en uitgezonden te kunnen worden. Het is een hele eer om hier te mogen staan en vanmiddag samen met God en jullie dit moment te vieren.
Toch heeft deze dienst iets dubbels net zoals de vele andere mooie momenten die Irene en ik mochten hebben in de aanloop naar deze dienst.
Aan het begin van onze afscheidsavond verwoordde een vriendin de dubbelheid van die avond ongeveer zo in een gebed: “God we danken u voor het mooie en gezellige samen zijn, maar toch….
Maar toch. Toch is er ook het verdrietige van het afscheid. Juist wanneer je iets en iemand achter laat, merk je hoe kostbaar ze zijn. Juist wanneer je afscheid neemt merk je wat je samenbindt.
Bij deze moet het maar eens gezegd worden: jullie die hier met ons zijn tijdens de uitzend en bevestigingsdienst. Jullie zijn onze kostbaar. Jullie verrijken ons leven door de mooie en warme band van vriendschap. Dank jullie wel daarvoor.

en we hopen dat deze band niet minder zal worden ondanks de afstand in kilometers. Maar toch, toch is er deze uitzenddienst die in het licht staat van ons vertrek en werk in Thailand. Er moet iets zijn wat ons de grenzen van Nederland doet overschrijden en ons ertoe uitdaagt om onze grenzen te verleggen. Misschien moet ik liever zeggen er moet iemand zijn, die onze grenzen verlegt.
Het zou de werkelijkheid geen recht doen wanneer we alleen maar zouden spreken in termen van carriereplanning, avontuur en uitdaging. Nee,  er is iemand die ons telkens weer uitdaagt. En voor Irene en mij geldt dat we op Zijn uitdaging zijn ingegaan. Dat was geen gemakkelijke stap.
Over deze Iemand gaat het in het verhaal van Petrus, Cornelius en de mensen in Jeruzalem. Vanmiddag wil ik met jullie nadenken over deze geschiedenis in het boek Handelingen.
In mijn voorbereiding op het zendingsexamen – je mag niet zomaar naar het buitenland  van de Protestantse kerk in Nederland- raakte mij dit verhaal. Ik kwam het tegen bij één van de  vele theologen die ik mocht lezen en het intrigeerde me. Het leerde mij iets over God, mezelf en wereld waarin ik leef.

Een wereld waarin grenzen maar al te snel muren worden om buiten te sluiten. Muren waarachter je je terug trekt zodat je maar vooral niet hoef te veranderen. Muren waarachter al het vreemde ook al snel bedreigend is.
We hebben graag grenzen die we kunnen controleren of die we denken te kunnen controleren, omdat het ons een gevoel van veiligheid geeft.
In deze wereld schrijft God geschiedenis door telkens weer grenzen te verleggen, die we als mensen maar al te graag overeind houden. Hij wil muren afbreken die het uitzicht belemmeren op Zijn Koninkrijk, op Zijn wereld.

Neem nou bijvoorbeeld de grenzen van Petrus. Als vrome messiasbelijdende Jood, had hij als apostel een voorbeeldfunctie in de jonge kerk. Regelmatig was hij te vinden in de tempel om te bidden en te offeren. Hij hield zich aan de wetten van Mozes, las in en hield stille tijd met de boeken van de Torah, wat wij kennen als het oude testament en ook in het eten hield hij zich aan de regel.

Zijn grenzen waren Joodse grenzen en als oprechte gelovige wenste hij deze grenzen niet te overschrijden. Dat had tot gevolgd dat hij niet graag op bezoek ging bij niet Joodse mensen. De kans was gewoon te groot om dan onbedoeld één van de regels te breken. Gezellig eten  bij  niet-Joodse mensen zat er voor hem niet in.  Er bestond voor hem geen multiculturele keuken.
Hij had als het ware een Joods paspoort dat het hem onmogelijk maakte om een visum voor een niet Joods huis aan te vragen. Het was een taboe.

Taboe’s:  je hebt ze in soorten en in maten. We kennen ze allemaal. Elke cultuur heeft zijn eigen taboe’s. In Nederland is het bijvoorbeeld een taboe om over je inkomen te praten, of over je gebrek daaraan. Of neem nou de dood, ook niet echt een gespreksonderwerp wat het goed doet.
Het kan ook gebeuren dat er taboes zijn binnen een gezin. Dat zijn zaken die stil gezwegen worden en waar niemand het over mag hebben, maar de ergste taboe’s zijn volgen mij die taboe’s die mensen buitensluiten. Die muren optrekken waar je niet doorheen kunt komen.
Petrus verwoordt het zelf zo: “U weet dat het Joden verboden is met niet-Joden om te gaan en dat ze niet bij hen aan huis mogen komen.” Het is taboe en niets en niemand kan hem ervan af brengen ….of toch wel?

Maar toch, toch is er dan God zelf die grenzen van Petrus doorbreekt. Dat gaat niet vanzelf. Petrus was een man met stellige overtuigingen, recht door zee en niet makkelijk van zijn stuk te brengen. Er is nogal wat nodig om hem te overtuigen dat dingen anders zijn, dan dat hij in eerste instantie had gedacht. In zijn geval een visioen.

Een visioen van een laken met allerlei dieren erin en een stem die hem opdraagt om te eten. Je hoort hem als het ware zeggen:  Vergeet het maar, ik heb nog nooit zo iets gedaan en ik zal het zeker nu ook niet doen. Deze grens wil en zal ik niet doorbreken.

 

Pas wanneer het tot Petrus doordringt dat God zelf hier grenzen aan het verleggen is, is hij bereid om zijn eigen grenzen los te laten en te beginnen aan het avontuur dat God op Zijn weg brengt. Het is het avontuur van een ontmoeting met Cornelius.  
Petrus wordt opgeroepen om een grenzen overschrijdende ontmoeting met Cornelius te hebben. Hij moet getuigen van zijn geloof in een situatie waarin hij nog nooit is geweest. Thuis bij niet Joden wordt hij opgeroepen om te vertellen over wie Jezus  is. In een andere cultuur,  letterlijk onder iemand anders dak mag en moet hij vertellen wat Jezus voor hem betekent.
De ontmoeting van Petrus en Cornelius is een ontmoeting waarin Petrus veranderd is. Hij wordt gebracht in een situatie waarin niet hij meer de touwtjes in handen heeft. Het gaat niet meer op de voorwaarden van Petrus, maar op de voorwaarden van God.
In de woorden van Petrus:
Nu begrijp ik pas goed dat God geen onderscheid maakt tussen mensen, maar dat Hij zich het lot aantrekt van iedereen, uit welk volk dan ook, die ontzag voor Hem heeft en rechtvaardig handelt.

Eén van deze rechtvaardige mensen uit een ander volk is Cornelius. Een leidinggevende in het romeinse leger. Gewend om orders te geven en te zien dat ze worden uitgevoerd. Hij is iemand met macht, iemand die wat te zeggen had.
Maar hij is ook een zoeker. Hij probeert die God te vinden, die hem richting kan geven aan het leven. Ook al was er in het leger een soort van religie al aanwezig. Voor hem was dat niet genoeg. Hij was op zoek naar iets, naar iemand dat vervulling kon geven aan zijn leven.
In dat licht was hij nauw betrokken bij de Joodse gemeenschap in Caesarea. Maar ondanks dat hij bekend stond als iemand die oog had voor de armen en veel tot God bad, bleef hij een randkerkelijke van die gemeenschap. Hij is en was een buitenbeentje en kon nooit volledig deel uit maken van de Joodse gemeenschap omdat hij uiteindelijk een buitenlander was.
Om in de vergelijking van het paspoort te blijven: Hij had als het ware een romeins paspoort wat het hem onmogelijk maakte om de Joodse nationaliteit aan te nemen. Hij was ten diepste persona non grata.

Maar toch, toch bleef hij op zoek naar een plek waar hij volledig geaccepteerd zou worden. Hij was op zoek naar een plaats waar hij eindelijk thuis mocht komen. In zijn zoektocht ontmoet God hem en Cornelius verandert. In plaats van een zoeker wordt hij iemand met een thuis. In plaats van het buitenbeentje wordt hij volledig lid van Gods gezin.
Zo wordt ook Cornelius veranderd. Zijn grenzen worden ook verlegd. De muren van zijn eenzaamheid worden afgebroken, door de ontmoeting die hij heeft met God. Het zijn niet de mooie woorden van Petrus die deze grenzen doorbreken bij Cornelius. Nee het is God zelf door Zijn Heilige Geest, die Cornelius en zijn vrienden accepteert en een volwaardige plek geven in de gemeenschap van Jezus volgers.
In de ontmoeting met Petrus gebeuren er bijzondere dingen in het huis van Cornelius. Terwijl Petrus vertelt over Jezus, is het voor iedereen duidelijk dat God deze mensen accepteert door een tweede Pinksteren. Voor Petrus en de zijnen is het duidelijk: God is hier en hij geeft de niet- Joodse mensen dezelfde rechten als de Joodse mensen. God geeft aan Cornelius en zijn vrienden het geschenk van de Heilige Geest. Zodat er nu geen twijfel meer mogelijk is: God doorbreekt grenzen.

Wanneer God grensverleggend bezig is in zijn zending dan veranderen er mensen. Petrus verandert en Cornelius verandert. Het is geen eenrichtingsverkeer. Het is niet dat Petrus eventjes komt vertellen hoe het moet, maar ook niet anders om. Nee het is een samen zoeken, een samen op weg zijn in Gods wereld. God begint door Zijn Heilige Geest telkens weer aan nieuwe avonturen en hij betrekt er mensen in of ze nu Petrus, Cornelius of hoe dan ook heten.

Als laatste is God ook bezig om de kerk te veranderen. In de moedervestiging van de kerk  te Jeruzalem hebben ze gehoord over het avontuur van Petrus en Cornelius en ze beginnen zich zorgen te maken. Wanneer Petrus zomaar toestaat dat ook niet-Joden deel uit maken van de gemeenschap van Christenen dan heeft dat enorme impact; realiseren ze zich.
Dan wordt het voor hen lastig om gerespecteerd te blijven door het Joodse volk. Wanneer ze zich inlaten met buitenlanders, dan valt hen waarschijnlijk het zelfde lot ten deel als die buitenlanders. Dan worden ook zij mensen die genegeerd worden. Ook zij vallen dan onder het taboe van de niet-Joden en daar hebben ze eigenlijk helemaal geen behoefte aan.

Ze realiseren zich terdege dat er dingen gebeuren, die henzelf niet buiten schot laten. Daarom roepen ze Petrus op het matje. Het gaat hier niet alleen om individuele keuzes, nee je hebt hier te maken met zaken die ons allemaal aangaan. Petrus’ handelen heeft invloed op de hele gemeenschap en ze willen dan toch wel weten of het goed is wat Petrus heeft gedaan.
Ze vragen als het ware vertel ons, wie heeft jou toestemming gegeven dat zij zomaar in de kerk worden toegelaten.
Ze zijn als de douane, die vraagt naar het paspoort om te kijken of je rechtmatig in een land mag vertoeven. Het antwoord van Petrus is helder. God was al bezig en ik kon niet anders dan volgen. Cornelius en de zijnen hadden het visum, de verblijfsvergunning van God zelf in hun paspoort staan: Het kado van de Heilige Geest. Wat had ik anders kunnen doen.
Ook voor de gemeente in Jeruzalem geldt, wanneer ze zien dat God grens verleggend bezig is, veranderen ze zelf ook.
Ze kunnen niet meer de dingen doen zoals ze het altijd hebben gedaan. Ze kunnen zich niet meer terugtrekken tussen de veilige muren van de kerk, want God zelf heeft de muren afgebroken.

 

Vandaag is het onze uitzenddienst. Een dienst met als thema zending. Wij worden gezonden, uitgezonden door jullie, de gemeente, namens de de Protestante Kerk in Nederland in dienst van Kerk in Aktie en de kerk van Thailand om samen te zoeken naar de wegen waar God al lang mee bezig is.
Irene en ik worden uitgezonden en met het verhaal van Handelingen in ons hoofd, weten we dat we door deze ervaring veranderd worden. Maar niet alleen wij veranderen. Het grote risico bestaat dat ook jullie veranderen. Zending is namelijk niet iets van individuen, het is een beweging van Gods Geest die ook de kerk in zijn geheel verandert.
Wanneer je je inlaat met zending, dan loop je de kans dat je eigen grenzen, je eigen muren onder kritiek worden gesteld. Ons uitzenden is dus niet alleen avontuur voor ons, maar ook voor de gemeente Amerongen, de classis Doorn en Protestante kerk in Nederland, want God beperkt zending niet tot zendingscommissies, noch tot Kerk in Aktie. Hij wil dat de hele gemeente en kerk gegrepen wordt door de beweging van Zijn Geest en zo telkens weer nieuwe wegen gaat om mensen deel te laten uit maken van Gods huisgezin.
God zelf is grensverleggend bezig. Gelukkig maar.
Amen

               

   

Naar de beginpagina
Naar de uitzending
Partnergemeentes 
Familie Brouwer in Thailand