Naar de beginpagina 

Met dank aan dhr. J.L. Herremans en dhr. P. Tuik voor de teksten

 

  

 

Het eerste exemplaar van het boek
'De kerk van het Heylig Cruys en Sint Andreas'
wordt door Piet Tuik aangeboden aan Jhr.mr. P.A. Beelaerts van Blokland
op 08-04-2005

   
   

De Andrieskerk

Efrathakerk

De Ark

De Rijnkapel

   

   

De voorzitter van de stichting Vrienden van de Andrieskerk, dhr. J.L. Herremans, opent de avond.

   

Mirjam Hemstra-Tuik en Fransien Jepma legden verbanden tussen het boek en de muziek

   
FRANSE TIJD 1795 e.v.
De Franse revolutie (1789) vormde het begin van een roerige periode voor geheel Europa, waarvan de gevolgen ook aan de Republiek en aan Amerongen niet voorbij gingen.
Dit leidde vanaf 1795 wederom tot een Franse bezetting. Voordat het zover was, kreeg Amerongen te maken met de legers, die de Fransen voor zich uit naar het Noorden dreven en die voor korte tijd ook in Amerongen gelegerd waren: de Engelsen, Hessen en Hannoveranen. Met name de Engelsen hebben zich bezig gehouden met plundering,
ongetwijfeld ook aanranding en vernieling. De Engelsen waren ook in de kerk ingekwartierd. Minimaal een deel van de banken in de kerk werd verbrand, waarschijnlijk om de nodige ruimte te verschaffen om te slapen en te eten. De kerkelijke gemeente had, nadat zij waren vertrokken, een maand nodig om de kerk weer enigszins bewoonbaar te maken, zodat er weer diensten gehouden konden worden." Op 17 januari 1795 zijn de eerste Franschen hier ingekomen. Veel inwoonders van het dorp waaren gevlugt, evenwel niet allen, daar onder ook de predicant gebeleven is.

GROTE VERANDERINGEN

In de Napoleontische tijd kreeg de Republiek der Zeven
Verenigde Nederlanden de naam Bataafse Republiek,
een naam afkomstig van de patriotten. Al spoedig lieten de
Fransen zich gelden. Nog in 1795 kwam er een verbod op
het dragen van preekmantel en bef. En op 5 augustus 1796
besliste de Nationale vergadering:"Er kan of zal geen
bevoorrechte Kerk in Nederland meer geduld worden".
Op zondag werden vanaf dat moment nergens meer
klokken geluid. De scheiding tussen Kerk en Staat werd
doorgezet, ambtsgewaden dragen buiten de gebouwen
werd verboden; de torens met klokken werden eigendom
van de Burgerlijke gemeenten. In Amerongen was er nogal
wat verzet tegen het overdragen van de toren. Uiteindelijk
vond de overdracht hier pas in 1890 plaats.Wat voor de
Hervormden zeer zwaar woog was



was het beëindigen van het geheel betalen van de
predikantstraktementen en het onderhoud van de
gebouwen door de Staat.Deze voorbeelden zijn
slechts enkele symptomen van een brede maat-
schappelijke onderstroom, die de wereld van die
dagen definitief veranderde. De Verlichting, de
Franserevolutie, de Napoleontische tijd, ze hebben
de wereld anders gemaakt. Een genie als van
Beethoven (1770-1827), die overigens een harts-
tochtelijk aanhanger van de Franse revolutie was en aanvankelijk
ook een groot bewonderaar van Napoleon,
belichaamde in zijn scheppende werk de gigan-
tische ontwikkeling die toen plaats vond. Het is
dan ook niet meer dan terecht, dat we hier een
werk van hem laten horen.
Jorrit van de Ham speelt het Allegretto in C klein.;

 

                                                       

EEN ORGEL

Nu het kerkgebouw langzamerhand geheel gerestaureerd was (1861) de preekstoel verplaatst en de kerk voorzien van zoveel mogelijk nieuwe banken, had het kerkbestuur nog één wens: Een orgel!! Tot dan toe was dat nog niet aan de orde geweest. Over de aanwezigheid van een orgel en daarmee muzikale begeleiding van de zang, werd sinds de synode van Dordrecht verschillend gedacht. Er waren sindsdien zelfs orgels uit kerken verwijderd. Orgelspel, aldus een zeventiende-eeuwse predikant, komt tegemoet aan het verlangen van "vleeschelijke dartele menschen, die haar geheel hart meer hangt aan 't geluid van de muziek van 't orgel dan aan 'tgebed dat in 't singen van den psalm werd gedaan. Het verlockt de menschen tot de gedachten van vleeschelijke lusten, sonder eens te suchten tot Godt over zijne zonden.Het geluid des orgels een onbekende tale is, daerop de gemeinte geen Amen kan zeggen".
Constantijn Huygens hield overigens in het midden van de zeventiende eeuw een pleidooi vóór het orgel, wat voor P.C.Hooft aanleiding was een gedicht te componeren, dat in het boek staat afgedrukt.
Uit het verslag van de vergadering van kerkvoogden van 19 oktober 1861:"Door het kerkbestuur besloten zijnde pogingen aan te wenden ten einde een orgel in de kerk te  bekomen, is daartoe eene commissie benoemd bestaande uit de Heeren G. de Ridder voorzitter, W.Astro predikant, J.W.A.Imminck en O.J. de Ridder kerkmeester, allen leden van het kerkbestuur en te beproeven een renteloos voorschot te bekomen etc. etc."

DE REALISATIE

De gelden voor het orgel werden via een door ingezetenen van Amerongen verstrekt renteloos voorschot bijeen gebracht en aan de heer Witte van de firma Bätz en Co te Utrecht werd de opdracht verstrekt tot leverantie van het orgel. Het orgel heeft uiteindelijk F. 6.817,40 gekost.
Een ruimte om het orgel te plaatsen werd gevonden op de verbinding tussen het kerkschip en de toren, en daar staat het nu nog.

Uit het verslag van de vergadering van de kerkenraad van 22 december 1862 leren wij, dat de inwijding van het orgel op zondag 28 december 1862 plaats vond, dat het orgel werd bespeeld door de heer G.J. van Eyker, organist bij de Waalsche gemeente te Utrecht. Voorts werd besloten tot orgeltrapper te benoemen Barend Bouman op een jaarwedde van 25 gulden.

Wat niet achterhaald kon worden is, met welk muziekstuk de ingebruikname van het orgel destijds heeft plaats gevonden. Op zichzelf valt dit te betreuren, maar de goede kant hiervan is, dat het ons in staat stelde nu zelf een keuze te maken. Ad Verhage speelt : Wie grosz ist des allmacht'gen Güte, koraal en variatie van Felix Mendelssohn-Bartholdy.

   

Even bijpraten in de pauze. Links Ad Verhage,
die de muzikale leiding had van de avond

   
DE DUITSE KEIZER

De eerste wereldoorlog heeft binnen hervormd Amerongen niet tot uitzonderlijke toestanden geleid. Nederland was neutraal, waar elders in Europa miljoenen mensen over de kling werden gejaagd, kabbelde het leven in Nederland en daarmee in Amerongen rustig verder.

Tot aan het eind van de oorlog, toen op 10 november 1918 Amerongen plotseling wereldnieuws werd. De ex-keizer van Duitsland Wilhelm II verscheen aan de grens en vroeg asiel. De regering wist niet beters te verzinnen dan Graaf van Aldenburg Bentinck te vragen de keizer, met een heel gezelschap in zijn kielzog, enkele dagen onderdak te verlenen. Die enkele dagen werden er vele en we mogen veronderstellen, dat de ex-keizer in die tijd ook wel eens een blik heeft geworpen in de Andrieskerk, hoewel we in de vele beschrijvingen over deze periode niet hebben gevonden dat de ex-keizer de graaf 's zondags naar de kerk vergezelde. Wel weten we iets over de godsdienstoefening binnen het kasteel: "Het leven van de keizer is, zoals vroeger, precies geregeld. Elke morgen om negen uur morgengebed met het personeel. Graaf Bentinck houdt de godsdienstoefening persoonlijk, zijn dochter speelt daarbij orgel. De geloofsbelijdenis van de familie Bentinck (calvinistisch) is bijna gelijk aan de onze

DE EERSTE WERELDOORLOG

Het rustige beeld, dat Nederland in deze periode bood, stond in schril contrast met de situatie in de meeste andere landen van Europa. Aan het einde van de oorlog likten de grote Europese mogendheden hun wonden. Voor wat betreft de aantallen slachtoffers op het slagveld kent deze oorlog nog steeds zijn gelijke niet. Er zijn ongeveer tien miljoen dodelijke slachtoffers gevallen, maar daarnaast waren ook vele gewonden en blijvend invaliden te betreuren. Met name dit laatste feit bepaalde in niet onbelangrike mate het straatbeeld in de na-oorlogse jaren. Gedurenden de oorlog werden  vele mannen  en vrouwen betrokken bij de oorlogsindustrie. The Great War had op deze wijze een enorme impact gekregen op het leven van zeer vele families. Tot vele jaren na de eerste wereldoorlog werden kunstenaars uit uiteenlopende disciplines sterk beďnvloed door deze ramp zonder weerga. Een goed voorbeeld hiervan zijn de twee volgende liederen van de hand van de componist Housman. Zij worden te gehore gebracht door Julien Traniello, bariton, begeleid door Alice Turner, piano.

   

   

HET ONTSTAAN VAN DE KERK

We mogen veronderstellen, dat de kerk van Amerongen een zelfstandige parochiekerk was, gesticht omstreeks het jaar 1000, waarbij de parochiegrenzen ongeveer de huidige gemeenten Amerongen en Leersum omvatten en ook Elst, Geytenbeek en Lambalgen ertoe behoorden. De stichters van de eerste Amerongense kerk, de Sint Pieterskerk, zijn moeilijk te achterhalen. Men is geneigd te denken, dat het een dochterkerk van Doorn of Rhenen geweest moet zijn.  De naamgeving Sint Pieter is gelijk aan de oorspronkelijke naamgeving van de kerk van Rhenen, terwijl de kerk van Doorn aan Sint Maarten is gewijd.

Op de plaats waar de Nederstraat met een bocht naar het Hof loopt werd in de dertiende eeuw al aan een tweede kerk gebouwd. Deze werd toegewijd aan "Het Heylig Cruys en Sint Andreas".

De oude Sint Andreaskerk was wellicht van hetzelfde type als in Zeist, Doorn en Leersum, te weten een éénbeukig schip met een klein koor of een absis. Tijdens de restauratie van 1990 -1992 werd onder het transept, op de scheiding van kerkschip en koor, op ca. 40 cm diepte het restant van een muur uit Römer tufsteen aangetroffen , welke uit de 13e eeuw stamt. Waarschijnlijk is met de bouw van de Sint Andreaskerk begonnen, nadat de van Zuylens de ridderhofstad Natewitsch (1270) en de gebroeders Borre kasteel Amerongen (1286) bouwden.

SITUATIE IN HET BISDOM UTRECHT

Amerongen behoorde tot het Bisdom Utrecht, dat vervolgens weer deel uit maakte van het Heilige Roomse Rijk der Duitse Natie. Rond 1300 was de greep van de Duitse keizers op het Bisdom Utrecht en de vorstendommen zoals Holland en Gelre ernstig verzwakt. Holland en Gelre waren regelmatig in conflict met de Utrechtse bisschop en hadden duidelijke territoriale ambities. Dit conflict leidde onder meer tot de moord op de Hollandse graaf Floris V door Utrechtse edelen in Muiden in het jaar 1296.

De bisschop was niet in de laatste plaats ook  een wereldlijk vorst, die in deze tijd veel te stellen had met zijn buren, Holland en Gelre, maar ook met de toenemende macht van invloedrijke adellijke geslachten, zoals de van Zuylens, en de opkomende steden, zoals Utrecht en Amersfoort.De kanunniken van de kapittels hadden na het Concordaat van Worms de bisschopskeuze naar zich toegetrokken, waardoor hun invloed groeide. Geen gemakkelijke positie voor  bisschoppen uit die tijd, zoals  Willem Berthout en Gwijde van Avesnes. De Kerk was, in ieder geval in formele zin, nog een eenheid. Laten wij ons daarover verheugen in de Heer, want dat zou enkele eeuwen later wel anders worden. Gaudeamus in domino, een Gregoriaans gezang, wordt gezongen door Jon Xtabe

   

   
RAMPJAAR 1972

Terwijl Lodewijk XIV zich al aan het wamlopen was om de Republiek bij Frankrijk in te lijven, verklaarde Karel II van Spanje de oorlog aan de Republiek. Door de dreiging welke dat ook voor Amerongen met zich meebracht, werd door de kasteelheer Godert Adriaen van Reede, teneinde in geval van nood het dorp te verdedigen tegen aanslagen van doortrekkende troepen, een Compagnie manschappen gevormd. Deze stond onder leiding van een kapitein en bestond verder uit twee luitenants, sergeanten, korporaals, trommelslagers en manschappen: allemaal Amerongense mannen. Deze compagnie bewaakte het dorp dag en nacht door aanwezigheid op het Slot, het kerkgebouw en het raadhuis. Oefenen deed men op zondag "gelijk mede sergeanten ende de korporaals des Sondags om de veertien dagen, als hier 's namiddags niet gepredickt wordt, sijn rotte tussen twee en drie uren buiten het dorp, op den acker in het veld laat komen om geredrigeerd te worden, doch en sullen de opgesetenen alsdan niet vermogen te schieten maar alleen op de pan losbranden op poene van op ieder schot te verbeuren een vaam bier of een schelling."    
De zondagsrust was gegarandeerd, men mocht wel het kruit op de pan aansteken, maar werkelijk schoten afvuren was verboden!

FRANSE BEZETTING

In 1672 kwamen achter elkaar de oorlogsverklaringen binnen in 's-Gravenhage. Op 7 april van Engeland; op 10 april van Frankrijk en respectievelijk op 28 en 31 mei van Keulen en Munster. Deze beide laatste waren alleen niet sterk genoeg, daarom wachtten ze tot de Fransen de aanval hadden geopend en daarna durfden zij ook onverdedigd land binnen te vallen.

In mei trok een Fans leger van wel honderdduizend man de grenzen van de Republiek over, onder leiding van de aanvoerders Condé, Turenne en Luxembourg. De Franse koning Lodewijk XIV "de Zonnekoning" vergezelde zijn troepen bij de opmars, samen met zijn minister van Oorlog. Nadat het zuidelijk deel van de Republiek en ook de provincie Utrecht onder de voet waren gelopen vestigden zij zich in, of bij Zeist. Op reis daarheen brachten zij de nacht van 27 op 28 juni door op kasteel Amerongen.

 

   

   

DE REPUBLIEK

De gebeurtenissen in Amerongen gedurende enkele decennia na 1581, waren min of meer een afspiegeling van de ontwikkelingen op kerkelijk gebied binnen de Republiek der Verenigde Nederlanden.

Tijdens het twaalfjarig Bestand, een pauze in de oorlog met Spanje van 1609 -1621, verhevigde de strijd tussen de rekkelijken en de preciezen. Het pleit werd in het voordeel van de "preciezen", de Gomaristen ofwel de contra-remonstranten beslist, niet in de laatste plaats doordat prins Maurits zich aan hun zijde schaarde. Dit belangrijke feit werd later door Joost van den Vondel op treffende wijze verwoord in het gedicht, dat de naam "Hollantsche Transformatie"draagt.
Gommer en Armijn te hoof
dongen om het recht geloof.
Yders ingebracht bescheyt

in de weegh-schael wert geleyt.
Doctor Gommer arme knecht
haddet met den eersten slecht;
Mits den schranderen Armijn
tegen Beza en Calvijn
ley den rock van d ádvocaet,
en de kussens van den raet,
en het breyn dat geensins scheen
ydel van gesonde reën.
Brieven die vermelden plat
't heylig recht van elcke stadt.
Gommer sach vast heen en gins,
tot zoo langh mijn heer de prins
Gommers zijd '(die boven hing)
troosten met zijn stalen kling,
die zoo swaer was van gewicht,
dat al 't andere viel te licht.
Doen aen-bad elck Gommers pop,
en Armijn die kreegh de schop.

   

In de lage landen ging het in politieke en militaire zin na de moord op Willem van Oranje in de eerste plaats om het behouden van de tijdens de opstand bevochten broze vrijheid. Om deze vrijheid zeker te stellen en de soevereiniteit een koninklijk cachet te verlenen, richtten de Staten-Generaal zich eerst om steun tot Frankrijk, dat weigerde.  Vervolgens verzocht men de Engelse koningin Elisabeth om hulp.
Als het aan de Staten-Generaal had gelegen, had dit er toe kunnen leiden, dat Elisabeth koningin der Nederlanden zou zijn geworden, maar dat ging haar toch te ver. Wel verleende zij hulp in de vorm van militaire steun en zij zond een landvoogd, de graaf van Leicester.
Dit niet bij iedereen bekende uitstapje naar de Europese politiek geven wij reliëf door U nu te vragen te luisteren naar het lied  Can she excuse van een van de belangrijkste Engelse componisten van de Elizabethan Age John Dowland, die leefde van 1563 tot 1626 .Het wordt vertolkt door Leonore van Sloten,mezzo-sopraan. Zij wordt begeleid door Arjen Verhage, luit.

   


De schrijver van het boek Piet Tuik

 

Dames en Heren

Vanavond mag ik u het resultaat van een jarenlang onderzoek tonen. Het kwam tot stand op aandrang en met behulp van enkele vrienden.
De gebruikte gegevens kwamen voor een groot deel uit Het Utrechts Archief, waar de archieven van kerk en kasteel worden bewaard. Gelukkig had ik het gemeentearchief weinig nodig. Was dat wel het geval geweest, dan had ik de stukken waarschijnlijk uit het ijs moeten hakken!
Het boek gaat over historie en al doende is het mij opgevallen hoeveel gelijkenis de historie van deze kerk vertoont met leven en voortleven van Geertruydt van Nijenrode en Goert van Reede.

Precies vierhonderd jaar geleden, op 6 april 1605,.overleed Geertruydt van Nijenrode. Tachtig jaar en drie dagen oud, dus geboren op 3 april 1525. Het jaar waarin de voorganger van deze kerk, de St.-Pieterskerk, na ongeveer 500 jaar dienst te hebben gedaan, buiten gebruik werd gesteld.

Geertruydt maakte een groot deel van de 80 jarige oorlog mee. Was erbij toen Amerongen in 1581 protestant werd en heeft bijvoorbeeld de Slag bij Amerongen van dichtbij meegemaakt.

Zij moet de laatste pastoor, zijn naam was Hendriks, en ook kapelaan Van Eck, nog persoonlijk hebben gekend. Maar ook de eerste dominees Matthias van Gestel, die vreemde Abraham Janszoon van Diepenbrouck, maar ook de remonstrantse dominee Icaac Abrahamszoon Welsing, die naar we mogen aannemen haar begrafenis heeft geleid.

Ze maakte mee hoe de kapellen, beelden en vicaria uit deze kerk werden verwijderd, nadat zij samen met haar echtgenoot Goert van Reede (Godefroy staat op het rouwbord) gedwongen werd te kiezen voor het protestantisme. Domweg omdat het katholicisme in 1581, na het sterven van aartsbisschop Frederik Schenk van Toutenburg, ook in deze provincie werd verboden.

Je kunt je daarbij afvragen of daarbij de snelle keuze van haar echtgenoot voor de contra remonstranten, inplaats zoals de toenmalige kerkmeester David II van Zuylen van Natewisch deed, voor de remonstranten, niet een politieke keuze was.

Tenslotte was Goert vroeger een kettervervolger geweest en dan nu opeens behorend tot de gereformeerden of preciezen?

   

   

In elk geval: Geertruydt overleed in 1605. Goert van Reede, was vijf jaar eerder, toevallig ook in April, op 69 jarige leeftijd,overleden. Hij had echter van zichzelf en zijn vrouw door meester beeldhouwer Jacob Colijn de Nole beelden laten maken, die na hun beider dood op een sokkel werden geplaatst., een sokkel al of niet vervaardigd uit delen van het voormalige hoogaltaar.
Er waren in die tijd twee Jacob’s Colijn de Nole, een vader en een zoon. Er wordt aangenomen dat de zoon de beide beelden heeft gemaakt. Daar is mijns inziens wel iets op af te dingen.

Goert van Reede gaf bij zijn leven al opdracht de beelden te maken, maar kon niet weten hoe oud hij zou worden. Wellicht gaf Goert van Reede de opdracht toen hij in 1561 de heerlijke rechten verkreeg.  Dan hebben vader en zoon Colijn  de Nole de beelden wellicht samen gemaakt. Daarbij was de zoon wel erg jong omin zijn eentje zo’n mooi werkstuk te vervaardigen.

Waarom interesseert me dit?

Geertruydt is afgebeeld met een lang gebedssnoer, een rozenkrans, in haar handen. Daaruit mogen we constateren dat de familie ten tijde dat de beelden gemaakt werden, nog katholiek was.

En dat betekent ook dat de beelden, alvorens ze werden samengevoegd tot een grafmonument wellicht jarenlang op de bedsteeplank hebben gelegen.
Met deze beelden is door de eeuwen heen heel wat afgesjouwd. Ik zou dat willen vergelijken met de geschiedenis van deze kerk en de mensen daarin: Na tijden van voorspoed gehavend, weer opgelapt, onder de vloer geveegd, stukken eraf gebroken, maar steeds weer herkenbaar gerestaureerd.

En nog altijd heeft die kerk dezelfde boodschap zoals Geertruydt ons die op haar rouwbord, dat onder het orgel hangt, naliet: Er staat: ‘Haere ziel wil God zijn genadigh en de uwe leser alst u buert morge sal wesen.

Over dit dorp, deze kerk, haar boodschap en het soms vreemde grondpersoneel dat erin werkte en werkt, gaat mijn boek.

Aan wie wilde ik het boek aanbieden? Het moest iemand zijn met liefde voor de kerk en bekend op het kerkelijk erf. Daarbij iemand die de geschiedenis en met name de historie van ons mooie dorp ter harte gaat.Daarom is het mij een eer hierbij het eerste exemplaar aan te mogen bieden aan de heer Beelaerts van Blokland, een man die alle genoemde zaken in zich verenigd.

Dank u.

   

             Jhr.mr. P.A. Beelaerts van Blokland krijgt het boek aangeboden door Piet Tuik
             Het boek beschrijft de geschiedenis van de Andrieskerk in Amerongen en de Efrathakerk in Overberg.
             het ontstaan van de Gereformeerde Kerk en de Rijnkapel in Amerongen.
             De auteur werd bij het schrijven van zijn boek (waaraan een jarenlange liefdevol verzamelen van
             materiaal ten grondslag ligt), bijgestaan door Prof.dr. F.H.M. Grappenhaus.

 

   

   

Een aantal jonge mensen van het Sweelinck conservertorium vormden Het Sweelinck Vocaal Ensemble.
Met hun muziek sloten zij nauw aan bij de 1000 jaar die het boek bestreek. Een aardige vondst! (zie boven)
 Hier ziet u het ensemble in actie. Het hele ensemble bestaat uit:

                                   Tara Pigal, sopraan
                                   Leonore van Slooten, mezzosopraan
                                   John Xtabe, tenor
                                   Julien Traniello, bariton.
      Jorrit van de Ham, piano
      Alice Turner, piano
      Ad Verhage, orgel
      Arjen Verhage, luit
   

Rond het boek van Piet Tuik verzorgde het ensemble een gang door de tijden heen
die het boek beschrijft vanaf 14e eeuw  tot de 20e eeuw. Gregoriaanse muziek, Dowland, de Lalande,
Beethoven, Mendelssohn-Bartoldi, Somervell en Buttersworth. Na de pauze klonken er
een aantal Liebesliederwalzer uit opus 52 van Johannes Brahms.

   

Alle medewerkers aan deze avond kregen het raambiljet als poster cadeau, een leuke herinnering aan deze avond.

 

 

Naar de beginpagina 

   

Klik op een rode knop om verder te gaan naar de pagina van uw keuze

       
Beginpagina Boek Andrieskerk Kerkenwerkpagina  
       
Musical Saul, proloog Musical Saul, generale Musical Saul I Musical Saul II
       
Musical Saul III Musical Saul IV Paasontbijt Uitzending fam.v.Staveren