Christelijk onderwijs Overberg
Toespraak van meester Verburg op 29 - 10 - 1982
bij de legging van de eerste steen voor het nieuwe schoolgebouw
op de leeftijd van 92 jaar
Beste Vrienden! Het is voor mijn vrouw en mij een echte vreugde, op dit gewichtig ogenblik in uw midden te zijn.
Uw bestuur heeft mij uitgenodigd de eerste steen te leggen voor dit mooie gebouw, een symbool van bloei voor de school, ook te midden van de stormen van de tijd, iets dat wij alleen maar met oprechte dank- baarheid kunnen konstateren. Onwillekeurig schiet ons het woord van de aartsvader Jakob te binnen: Met mijn staf ben ik over de Jordaan getrokken en ik ben tot twee legers geworden. Een schooltje van 46 leerlingen is geworden tot een basisschool en een voor kleuteronderwijs. Waar vroeger geen mogelijkheid voor bestond is uitgegroeid tot een bloeiende inrichting, de vreugd voor vele ouders.
Nu staan wij voor een mijlpaal, eentweesprong in de geschiedenis van de school. En wij denken terug aan de eerste steenlegging door de heer Folkerts, een man van krachtig geloof. En aan zijn dienst bij de opening in augustus 1926. En aan het program dat hij de school voorhield, te vinden in Deuteronomium 6 : 4-9: Hoor dan Israël, de Here onze God is een énig Here: zo zult gij de Here God liefhebben met uw ganse hart en met uw ganse ziel en met al uw vermogen. En deze woorden die Ik u heden gebied, zullen in uw hart zijn; en gij zult ze uw kinderen inscherpen, en daarvan spreken als gij in huis zit en als gij op weg gaat, als gij nederligt en als gij opstaat. Ook zult gij ze tot een teken binden op uw hand en zij zullen u tot voorhoofds siersel zijn tussen uw ogen, en gij zult ze op de posten uws huizes en aan uw poorten schrijven.
Dit is het program van de school, gegeven in augustus 1926, 56 jaar geleden, en wij heb- ben het voor ogen gehouden tot nu toe: juffrouw van Deelen en ik, van het begin af tot het eind van onze diensttijd aan de school. En mijn opvolgers, de heren Schreu- ders, Wijnand, Bos en nu de heer Raven- horst. En dan de hele rij van werkers van wie ik de naam niet zal noemen, uit vrees dat ik er een zou vergeten. Mensen die soms werkten voor een appel en een ei, de kwekelingen met akte in de tijd die wij ons alleen met schaamte herinneren.
Allen waren mensen die wisten van hun tekortkomingen maar bezield door de vaste wil om trouw te blijven aan het devies dat ons was voorgehouden.En dan denk ik ook aan de leden van het bestuur waarvan niet een meer leeft, maar van wie velen zulke markante persoonlijkheden waren dat je ze niet vergeet. In het geven van onderwijs lieten zij ons volkomen vrij, maar wanneer het ging om het karakter van de school waren zij waakzaam, zoals hun opvolgers tot op deze dag. Zo hebben wij gewerkt, tientallen van jaren. Wanneer de kinderen je aankij- ken en het beste van je verwachten dat je te geven hebt, dan werk je vanzelf, met al de kracht die in je is. En je vraagt je dik- wijls af: zou het er ingaan, is het wel kin- derkost? Maar dan merk je soms na jaren dat er meer is blijven hangen dan je had durven hopen. En dan juist van het allerbelangrijkste.
Zo hebben wij, en velen, in de school gelukkige jaren doorgebracht. In de grote school maar een deel van ons ook in de kleuterklas. Wij vonden ook dat het was in mooie lokalen. In sommige opzichten was het behelpen, maar wie in een vroegere periode werkte, nam het zonder morren voor lief. Maar de tijd staat niet stil en die stelt bij het voortgaan andere eisen. En zo staan wij op het ogenblik bij het oprichten van een nieuw gebouw. U hebt het gezien, het is iets waarvan je vroeger niet had durven dromen. Iets dat wij uit handen van ontwerpers en ambachtslieden en als produkt van de werkzaamheden van inspekteur en gemeentebestuur en vele anderen alleen met oprechte dankbaarheid kunnen aanvaarden.
In dit uur staan wij voor het oprichten van het nieuwe gebouw. Zes en vijftig jarenhebben de twee oude dienst gedaan, wij hopen dat het nieuwe zes en vijftig jaar en langer in gebruik mag zijn. Wij hopen dat de mensen voor de klas met vreugde hun werk mogen doen en dat zij met overtuiging mogen verwachten dat hun werk niet ijdel zal blijken. En dat de school mag blijken een goede basis te leggen voor verder onderwijs en bruikbare kennis voor het leven te verschaffen. als een goede Wegwijzer. En vooral dat het bewustzijn mag blijven dat de vreze des Heren het uitgangspunt is waarvan alles uitgaat en dat hier het begin van de wijsheid is.
En nu wil ik nog de troffel gebruiken en zien dat ik niet te onhandig de specie moge gebruiken om de eerste steen te leggen. Zij het een begin voor een nieuw tijdperk.
terug
naar christelijk onderwijs
Beginpagina