|
|
|
|
De wortels van het christendom |
|
|
op 18 maart 2004 in de Rijnkapel te Amerongen door mw. A.van Ee-Nortier |
|
|
|
|
|
Naar
de beginpagina |
|
|
|
|
|
Mevrouw A. van Ee-Nortier
hield de lezing |
|
|
|
|
|
Achnaton |
|
|
|
|
|
Tijdens de pauze konden de mensen in de Rijnkapel boeken en foto's van een studiereis naar Egypte bekijken |
|
|
|
|
| Zandstenen reliëf waaropAchnaton en Nefertiti, met elk een dochter op schoot. Zij koesteren zich in de stralen van de Aton, de zonneschijf. De zonnestralen, die levenskracht schenken zijn gericht op de gezichten van het koninklijk paar. | |
|
|
|
|
De beroemde Egyptische
piramiden aan de oever van de Nijl torenen
hoog boven de woestijn uit. Zo’n vijfduizend
jaar geleden, tijdens het Oude Rijk
2650-2180, hebben de egyptenaren ze
gebouwd. De piramiden waren graven
voor de koningen van het oude Egypte. |
|
|
|
|
|
De religieuze
voorstellingswereld van de Egyptenaren De religieuze voorstellingswereld van de Egyptenaren heeft via het hellenisme (= de Grieks-Oosterse mengcultuur, die ontstond na de veroveringstochten van Alexander de Grote invloed uitgeoefend op het christendom. in de Hellenistische periode was de Egyptische godsdienst zeer populair. Uit godsdiensthistorisch onderzoek is gebleken dat bijvoorbeeld het Credo- de geloofsbelijdenis- zijn wortels heeft in de antieke Egyptische religie. De christelijke voorstellingen hierin zijn veel minder uniek dan men wel denkt. |
De geschiedenis van
Egypte Egypte wordt wel een
geschenk van de Nijl genoemd. Deze
uitdrukking komt van des Griekse schrijver
Herodotus, een groot historicus uit de
Oudheid. Hij kwam op deze omschrijving omdat
Egypte zijn bestaan dankt (e) aan de
jaarlijkse overstromingen van de Nijl. |
|
|
|
| Zijn zoon Amenhotep IV introduceerde een
nieuwe rijksgod, de zonneschijf Aton. De
andere Egyptische goden werden onder zijn
bewind verboden. Achn-aton maakte hymnen
waarvan het zonnelied gelijkenis vertoont
met psalm 104 in de bijbel. Na zijn dood
werd de naam van deze koning, de religie en
zijn bijzondere kunst waarin ook emoties tot
uitdrukking gebracht werden uit de
geschiedenis van Egypte gewist. In 322 voor Christus veroverde Alexander de Grote Egypte op de Perzen. Hij wilde een nieuw wereldrijk vestigen waarin Grieken en niet-Grieken samen zouden leven. Verschillende culturen kwamen met elkaar in aanraking en mengden zich. Na zijn dood kwam Egypte onder het bewind van de Ptolemaeën. Alexandrië werd een internationale ontmoetingsplaats waar Egyptische tradities en de Griekse Oosterse en Joodse tradities elkaar ontmoetten. |
De
twee grote concurrerende erediensten in
Egypte waren die van Re en Osiris. De zonnegod Re symboliseerde met zijn dagelijkse opkomst en ondergang het sterven en het herleven. Osiris symboliseerde de vegetatie. Het koren dat in de aarde verdwijnt, de rust in het donker en het ontkiemen daarna symboliseren het sterven en de opstanding. Tijdens de Ptolemeeën zette zich de ontwikkeling voort waarbij een assimilatie plaatsvond van Griekse met niet Griekse goden. Zo werd Zeus in Egypte met Amon geïdentificeerd. En in Palestina met de God van de Joden. Ook Isis (Demeter) wordt een heel belangrijke godin.De Egyptenaren geloofden dat de goden in de sterren verder leefden. Zo is de dierenriem gevonden in de tempel van Dendera. Ook geloofden zij in de kracht van amuletten.(anchteken weert onheil af). De tempels waren de woningen van de goden. De godheid kon er zich openbaren. Naast een religieuze betekenis hadden ze voor de gemeenschap ook een economische, sociale en een intellectuele functie. De priesters bemiddelden tussen de godheid en de mensen. Na de verovering door Alexander de Grote werden de priesters ondergeschikt aan de wereldlijke autoriteiten. |
|
|
|
| Links Ptah, de scheppergod, weergegeven als een mummie. Ptah was de stadsgod van Memphis, de hoofdstad van Egypte. Ptah had de wereld geschapen door het woord. (vergelijk het begin van het Johannesevangelie, waarin "In het begin was het woord") Ptah werd voornamelijk vereerd door de ontwikkelden. | |
|
|
|
| Linkerplaatje: Van Horus (half
mens, half God) stammen de farao's af. Rechterplaatje:De Osiriscultus (links) en die van zijn partner Isis (rechts) is de verering van het dode koningschap. De mythe van Osiris met de moord op Osiris door zijn broer Seth en de wraak van Horus daarna, die een geslacht van halfgoden vestigde. Hiervan stammen de farao's af. |
|
|
|
|
| In een kamer van de onderwereld die "Hal van de twee waarheden" heette, werd de overledene door Anoebis, voorgesteld als een hond of jakhals, voorgeleid aan Osiris, god van de onderwereld en laatste rechter van de doden, en 42 helpende goden. De overledene kreeg een lange lijst van zonden voorgelegd en moest elk ervan ontkennen. Anoebis testte de waarheid van die ontkenningen door het hart - de zetel van de gedachten en het bewustzijn - door middel van een weegschaal te wegen tegen een veer, die Maat (de waarheid) symboliseerde. Als het hart en de veer evenveel wogen, werd de overledene "waar van stem" en "gerechtvaardigd" verklaard. Thot legde het oordeel vast en Horus leidde de overledene naar de troon van Osiris - vanwaar hij overging naar het gezegende hiernamaals. maar als het hart zwaar was van leugens en de balans oversloeg, werd het naar Ammut gegooid, een bastaardmonster dat zondaars vernietigde door hun hart te verslinden | |
|
|
|
| Deze dode in de onderwereld mag geleid door Thot door naar Osiris (rechts) o.a de god van de wetenschap. |
Osiris op zijn troon |
|
|
|
| Mythen | |
| Mythen zijn verhalen over goden, half goden
en mensen. Mythen ontstaan uit de ervaring
van echte gebeurtenissen en door droom en
fantasie. De Egyptische godsdienst is
mythisch en niet dogmatisch. De mythe van Osiris Koning Osiris wordt vermoord door zijn broer Seth, die de macht wil hebben. De geliefde van Osiris, die ook zijn zuster is (vgl. de farao's) vindt zijn lijk en ziet kans op een wonderbaarlijke wijze zwanger van hem te worden. Het kind Horus wordt geboren en verstopt door Isis. Eenmaal volwassen verslaat hij Seth, wreekt daarmee zijn vader en wordt koning. In de cultus heeft Osiris' dood en opstanding een betekenis die verbonden is met de vegetatie en de jaarlijkse overstroming van de Nijl. In het overstroomde land wordt het graan begraven dat later weer opkomt. Graan is het symbool voor sterven en weer herleven. Dit symbool vinden we ook terug in het Nieuwe Testament.(Joh. 12:24) In Egypte was de zoon van de god verbonden met de farao. Hij begint als Horus, de levende vorst en eindigt als Osiris, de dode vorst, die in de onderwereld oordeelt over de doden. Horus is de mythische uitdrukking voor de rechtmatigheid van de troon van farao. In het christendom vinden we gedeelten van egyptische mythen terug. Maar nu worden het gebeurtenissen die zich na elkaar afspelen in plaats van een cyclisch boventijds gebeuren. Zo worden de mythen beroofd van hun betekenis. De Egyptische mythe van de koningszoon is verbonden met die van de farao. Bij zijn troonsbestijging krijgt de farao de titel Horus. Daarmee krijgt hij goddelijke |
trekken.
Na zijn dood wordt hij Osiris. De farao is
middelaar tussen God en mens. Omdat hij een
aardse moeder en een goddelijke vader heeft
heeft hij een dubbele natuur. En dat kan
alleen weergegeven worden in een mythe. De
joodse priester in Jeruzalem kende de
geschriften van Mantho, de Egyptische
priester van Heliopolis. En de
joods-hellenistische wijsgeer Philo, die
zeer geboeid was door Plato, heeft grote
invloed gehad op het christendom. In de graven en op tempelmuren van de Egyptenaren worden Hieroglyphen gebruikt. Daarom noemden de Grieken het schrift, heilig. Het was een ingewikkeld schrift. Pas na de vondst van de steen van Rosetta waarop drie versies van dezelfde tekst stonden, kon het schrift ontcijferd worden. ![]()
|
|
|
|
| De essentie van de Egyptische godsdienst was gelegen in de cultus, een herhaling van vastgestelde riten volgens voorgeschreven patronen. Zij kende geen heilig boek. De cultus hielp de Egyptenaar de orde in de kosmos te bewaren. Het wereldgebeuren werd gezien als een kringloop, vergelijkbaar met de jaarlijkse overstroming van de Nijl. En de opgang en ondergang van de zon. Pas bij de troonsbestijging bleek de (goddelijke) uitverkiezing van de farao. Het zoonschap was geen biologisch feit. Dit is wel zo bij het christendom. Waren begrippen in het jodendom als Davidszoon, mensenzoon en godsknecht nog inwisselbaar. Bij Paulus verandert dat. Jezus wordt letterlijk de zoon van God. En niet meer een bijzonder mens.Daarmee is een mythisch, cyclisch denken veranderd in een lineair-historisch denken. | De Egyptenaren geloofden in een voortleven van de mens na zijn dood in een paradijselijke toestand. Daarom conserveerden zij de lichamen van de doden door mummificatie. (Zie verder de bijschriften bij de plaatjes over "het oordeel". Het niet zijn, het zijn zonder naam, betekende de ergste straf voor een Egyptenaar. In de antieke wereld had het godswoord een scheppende kracht. Dat vinden we ook terug in het Johannesevangelie. |
|
|
|
|
Het credo en zijn wortels in de oude Egyptische religies |
|
| De
christelijke (apostolische mv)
geloofsbelijdenis bevat veel mythische
beelden naast een historische weergave van
het leven van Jezus. De kracht van de
mythische beelden laat de waarheden uit de
geloofsbelijdenis geen droombeelden zijn. -Iedereen die het credo belijdt richt zich tot God de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Deze drievuldigheid bestond ook al in het oude Egypte: Amon-Re-Ptah. Waarbij Amon de geest, Re het gezicht en Ptah het lichaam zijn. De Egyptenaren kenden goden, die zich tegelijk in eenheid en oneindige veelvuldigheid van de goddelijke werkelijkheid uitdrukten. In de tempel van Abu-Simbel vinden we naast elkaar: Re, de schepper-god; Amon de hoofdgod van Thebe; Ptah, de stadsgod van Memphis, die het woord schiep. Naast de goden zit Ramses II. -De geboorte uit een maagd komt ook uit het oude Egypte. De goddelijke verwekking van de farao wordt op de tempelwand van de tempel in Luxor eerbiedig weergegeven door het tegenover elkaar zitten van de god en de vrouw en de tedere beroering van de handen. -De afdaling in het dodenrijk is er net als in de mythe van Osiris. Het OT spreekt niet over leven na de |
dood.
Wanneer een mens zich op zijn god verliet
dan hoefde hij zich niet te bekommeren over
wat in een andere wereld zou gebeuren. De
eerste farao's liggen dicht bij het
Osirisheiligdom van Abydos. -Het opstaan uit de dood op de derde dag. De derde dag is een ideale tussentijd met mythische symboliek. -Opgevaren ten hemel en zittende ter rechterhand Gods heeft als achtergrond de intronisatie van de farao, die zich zelf in de rij van de koningen zet. In de bijbel is er echter sprake van een genadevolle uitverkiezing. -Ook een vadergod was de Egyptenaren bekend. Osiris was de vader van Horus. Zo blijkt dus dat de belangrijkste en wezenlijke voorstellingen uit het christendom: de voorstelling van god de vader, de maagdelijke geboorte van de zoon van god, zijn heersen na de dood over dood en leven, in de Egyptische religie al een plaats had. Het monotheïsme kende Amenhotep IV (Achnaton) ook die alleen de zonnegod vereerde. Via het Hellenisme toen de Egyptische goden sterk in de aandacht stonden kon het invloed uitoefenen op het christendom. Het christendom is immers in die Hellenistische tijd (in de tijd van Alexander de Grote en daarna mv) ontstaan uit het Jodendom. |
|
|
|
|
Tja hoe moet je het
hiëroglyfenschrift nu eigenlijk lezen of
schrijven? Van links naar rechts of van
rechts naar links. Of van boven naar
beneden? |
|
|
|
|
|
Naar
de beginpagina |
|